Waarom zeg je je naam als je de telefoon opneemt?

De Italiaan zegt pronto (‘gereed’), de Spanjaard dica (‘zeg het’), de Fransman allô (‘hallo’). En de Nederlander noemt zijn naam als hij de telefoon opneemt. Hoe komt dit, vraagt Cas Barendregt uit Rotterdam zich af, nadat Franse vrienden zich verbaasden over de manier waarop hij de telefoon opnam.

„De telefoonetiquette in de meeste landen gaat er van uit dat de ‘telefoonpleger’ zich dient te identificeren. Daarom moet de opbeller alleen even met een kort woordje laten weten dat de lijn ‘leeft’”, zegt Sander Schroevers, auteur van het boek Europees telefoneren. Volgens de communicatieadviseur denken Nederlanders nog wel eens: ook niet erg beleefd, om zo de telefoon aan te nemen. „Dat is jammer, want dan ga je slecht een gesprek in, terwijl de telefoonnormen in de meeste culturen nu eenmaal anders zijn.”

Wat telefoonmanieren betreft lijken wij op Scandinaviërs en Duitsers, al zeggen de Duitsers vaak alleen hun achternaam. Schroevers: „Ik werkte eens met een Duitse secretaresse die in woede ontstak toen ze bij een Engels bedrijf een man sprak die weigerde te zeggen wie hij was. Duitsers kunnen dat maar moeilijk begrijpen.”.

Maar waar komen de verschillen nou vandaan? Volgens Wasif Shadid, hoogleraar interculturele communicatie aan de Universiteit van Tilburg, hechten mensen in andere landen meer aan hun privacy. „Nederlanders zijn toch meer van de gordijnen open.”

Maar hoe komt dat nu? Jan van Dijk, hoogleraar privacy- en communicatiewetenschappen aan de Universiteit Twente, houdt het op de invloed van de jaren zestig in Nederland en de grotere rol die de staat in veel zuidelijke landen speelt. Van Dijk: „De emancipatiebeweging van de jaren zestig is hier nogal doorgeslagen, waardoor mensen zich nogal vrijelijk uitdrukken. In Zuid-Europa heerst meer achterdocht en vrees voor mogelijk misbruik door de staat. In Italië komt daar de maffia nog bij.”

Volgens Van Dijk zouden Nederlanders ook voorzichtiger moeten zijn. „Het is naïef en heel dom te denken dat telecommunicatiegegevens niet misbruikt zouden kunnen worden.”