Vrouwen kunnen beter later kinderen krijgen

Epidemioloog Luc Bonneux vindt jonge moeders niet beter in deze moderne tijd.

Vrouwen kiezen volgens hem spontaan de juiste leeftijd: tussen de 25 en de 35.

Heel verstandig van vrouwen in Nederland om pas rond hun dertigste hun eerste kind te krijgen. Niets van waar dat er nu meer oude moeders zijn dan vroeger. Voor 1970, voordat voor iedereen de anticonceptiepil gemakkelijk verkrijgbaar was, waren het er veel meer. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen in Nederland hun eerste kind krijgen gaat alleen maar omhoog doordat er minder jónge moeders zijn. En dat is maar goed ook.

Dit schrijft Luc Bonneux, arts en epidemioloog, morgen samen met nog een epidemioloog en een demograaf in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, het belangrijkste wetenschappelijke tijdschrift voor artsen in Nederland. Bonneux werkt bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut in Den Haag. Hij bestudeert verbanden tussen de verbreiding van bepaalde ziekten of andere medische problemen – onvruchtbaarheid bijvoorbeeld – en de mogelijke oorzaken daarvan.

Het was dwarsheid die hem ertoe bracht te onderzoeken of het eigenlijk wel waar is wat gynaecologen en andere artsen nu vaak zeggen: dat het zorgelijk is dat vrouwen het krijgen van kinderen zo lang uitstellen, omdat er daardoor veel meer problemen zijn rondom zwangerschap en geboorte. Hij vroeg zich af of het echt zo was en of vrouwen misschien wel onnodig ongerust werden gemaakt

Bonneux houdt van dit soort onderwerpen. Hij publiceerde ruim een half jaar geleden, ook in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, conclusies van een onderzoek waaruit bleek dat iets te dikke mensen van middelbare leeftijd geen groter risico lopen om dood te gaan dan slanke mensen. Ze zijn wel vaker ziek – hart, vaten, suiker – maar daar zijn tegenwoordig goede medicijnen tegen.

Nu bestudeerde hij, samen met de twee andere onderzoekers, demografische gegevens uit 2005 van vijftien ‘oude’ lidstaten van de Europese Unie. En hij stelde vast dat in Nederland sinds de negentiende eeuw nooit eerder zoveel kinderen werden geboren bij moeders tussen de 25 en de 35 jaar: 73 procent. In 1950 was het bijvoorbeeld nog 61 procent.

In 1970 werden 20 van de 1.000 kinderen geboren bij een moeder die ouder dan 35 was. Nu zijn het 10 van de 1.000 kinderen. In diezelfde periode daalde de kans dat een vrouw vóór haar 25ste een kind kreeg met 33 procent. Het grote verschil met vroeger is dat kinderen van oude moeders toen vaak ‘nakomertjes’ waren, lang niet altijd gewenst. Nu gaat het vaak om ‘laatste-kanskinderen’. In Nederland is 15 procent van de vrouwen die een kind krijgen ouder dan 35. In andere landen van de Europese Unie is het 16 procent.

Maar hebben gynaecologen dan ongelijk en is het overdreven te zeggen dat vrouwen hun kinderen beter op jongere leeftijd kunnen krijgen? „Nee”, zegt Bonneux. „Maar de meeste vrouwen doen het al vanzelf. De boodschap van ons verhaal is dat vrouwen in Nederland spontaan de optimale leeftijd kiezen om hun eerste kind te krijgen, namelijk tussen de 25 en de 35. Gynaecologen zien voornamelijk de vrouwen bij wie er problemen met de vruchtbaarheid zijn. Dat vertekent de waarneming.”

In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde schrijft hij dat de kans voor vrouwen om op hun veertigste zwanger te worden nog altijd groter is dan om níet zwanger te worden. De mogelijke complicaties voor de kinderen zijn „voldoende beperkt” om het risico te nemen.

Maar vrouwen moeten volgens Bonneux wel onder ogen zien dat hun kansen op een spontane zwangerschap na hun vijfendertigste wel echt afnemen. En ze moeten niet te veel vertrouwen op vruchtbaarheidstechnologie, want het effect daarvan is bij hen niet erg groot. Bonneux denkt dat alle bezorgdheid over uitgesteld moederschap mede gevoed wordt door „ontgoochelde vrouwen” die op geen enkele manier nog zwanger meer bleken te kunnen worden. Toch zijn er volgens hem geen aanwijzingen dat dit meer dan 0,9 procent van de vrouwen overkomt.

De ‘optimale leeftijd’ om kinderen te krijgen ziet Bonneux sociaal-economisch. Biologisch is de optimale leeftijd voor vrouwen om kinderen te krijgen rond de 20. „Dan ben je op je sterkst en je soepelst”, zegt hij. „De moedermelk is het rijkst. Op de leeftijd dat vrouwen door mannen het allermooist worden gevonden, zijn ze ook het vruchtbaarst.”

Daaraan, zegt Bonneux, valt vooral te zien hoe weinig mensen wat hun voortplanting betreft geëvolueerd zijn sinds de tijd van de primaten of sinds de tijd dat ze nog als jagers en verzamelaars over de savanne zwierven. „De biologie roept: haast je, haast je, nu is je kans op gezonde kinderen het grootst!”

Maar in deze moderne tijd is het volgens Luc Bonneux voor kinderen helemaal niet gunstig zo’n jonge moeder te hebben. Vrouwen van begin 20, schrijft hij, lopen hogere risico’s hun opleiding niet af te maken. Ze hebben vaak minder stabiele relaties, waardoor ze eerder scheiden. De sociale achterstand die ze daardoor oplopen – weinig geld, alleen de kinderen moeten opvoeden – heeft vermoedelijk een groter effect op hun levensverwachting dan bijvoorbeeld borstkanker.

Het werkt volgens Bonneux twee kanten uit: vrouwen met een sociale achterstand krijgen vaak al jong kinderen. Maar al op jonge leeftijd kinderen krijgen kan ook leiden tot sociale achterstand.