Voor een paar dollars meer

De Argentijnse regering heeft een geniale manier gevonden om de oplopende inflatie te ontkennen. Artikelen die sterk in prijs stijgen, worden uit het ‘mandje’ van levensbehoeften gegooid op basis waarvan het inflatiecijfer wordt berekend. Onder het motto: als iets te duur wordt, kunnen de mensen het toch niet meer betalen, dus telt het niet meer mee.

Inflatie is terug – en niet alleen in tragische landen waar geldontwaarding een vertrouwd verschijnsel is. Begin jaren negentig beleefde Argentinië een periode van hyperinflatie toen het geld met het uur minder waard was. Zoals op het ogenblik het geval is in Zimbabwe.

Waardeloze bankbiljetten bedrukt met astronomische getallen zijn leuk als alternatief behangpapier, maar een ramp voor de economie.

De kortste omschrijving van inflatie is dat te veel geld op jacht is naar te weinig goederen.

De dollar en de olieprijzen zijn een toepasselijk voorbeeld.

Olieprijzen noteren in dollars. De Federal Reserve, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, heeft de afgelopen maanden de rente agressief verlaagd om een financiële crisis en een recessie in de VS af te wenden. Hierdoor zijn er veel meer dollars in omloop. Tegelijkertijd stagneert om uiteenlopende redenen de olieproductie, terwijl de vraag wereldwijd toeneemt.

Ruim monetair beleid, toenemende vraag en achterblijvend aanbod zijn de ingrediënten voor oplopende prijzen.

De Europese Centrale Bank (ECB) is daar alerter op dan de Fed. De ECB, die als doelstelling heeft om voor prijsstabiliteit in het eurogebied te zorgen, verhoogde gisteren de basisrente met 0,25 procentpunt tot 4,25 procent. De Fed, die ook moet letten op de Amerikaanse groei, houdt vast aan een soepeler rentebeleid. Ze riskeert daarmee bewust dat de inflatie in de VS uit de hand loopt. En in de wereld, aangezien de dollar nog altijd een wereldmunt is.

Eén keer eerder heeft zich een soortgelijke situatie voorgedaan: in 1977. In de nasleep van de Vietnamoorlog (nu: de Irakoorlog) en de tweede oliecrisis (nu: de derde oliecrisis) gierde de dollar omlaag. De Duitse mark, indertijd de ankermunt van Europa, werd alsmaar sterker. Totdat de Duitsers de pasbenoemde voorzitter van de Fed, Paul Volcker, terug naar Washington stuurden om de dollar op te krikken. Twee weken later kondigde Volcker een drastische renteverhoging aan om de inflatie te beteugelen.

Volcker wist dat inflatie een kwestie is van te veel geld dat in omloop is en hij draaide de geldkraan dicht.

„Inflation is a monetary issue”, zei Milton Friedman ooit.

Roel Janssen