Van soap naar literatuur en weer terug

Lernert Engelberts: Echte slechte mensen. De Harmonie 241 blz. € 15,–

In het korte verhaal ‘Off the record’ van Lernert Engelberts heeft de echtgenoot van de (reëel bestaande) uitgeefster Tilly Hermans zich laten steriliseren. Pas later komt hij erachter dat zij wel degelijk een kinderwens heeft, alleen niet bij hem. Wranger is nog dat hij één van de weinige auteurs is die zij niet meenam naar haar eigen stal, toen ze ophield als redacteur bij een grote uitgeverij en voor zichzelf begon. In een interview verklaart ‘Tilly’ dat dat is om de indruk te vermijden dat hij ‘zijn leven leidt aan het handje van zijn vrouw’. Uit wraak laat hij zijn zaadleiders weer verbinden, om de eerste de beste vrouw die wil te bezwangeren.

Als scenarioschrijver maakte Engelberts al eerder een satire op het Nederlandse literaire leven. In 2001 schreef hij voor het VPRO programma Waskracht! mee aan het plot van Driving miss Palmen, waarin Connie Palmen en Daphne Deckers worden nagespeeld door Indiase soapacteurs – een volledig in het Hindi gesproken docudrama.

‘Off the record’ is niet de enige tekst in Engelberts prozadebuut Echte slechte mensen, waarin zijn achtergrond als regisseur en scenarioschrijver van satirische programma’s opvalt. ‘Samen doodgaan’ bijvoorbeeld is het letterlijk overgenomen scenario van de tv-film die Engelberts in 2004 maakte; ‘Tussen twee mensen’, een in het heden gesitueerde onderduiksatire, waarin de baldadige onderduiker David zijn overgevoelige gastheer, de ietwat neurotische homo Wim, treitert. Dat resulteert in een psychologisch machtsspel, waar beiden als slachtoffer uitkomen. De tot het uiterste getergde Wim levert David uit aan de ondergrondse, die korte metten maakt met ongedisciplineerde onderduikers. Een grimmige klucht over onderlinge afhankelijkheid.

De meeste teksten in Echte slechte mensen zijn wél gewoon verhalen met een verteller in de eerste of derde persoon. Maar ook hier weet Engelberts niet volledig de knop om te zetten van televisie naar literatuur. De compositie bestaat uit scènes; nauwkeurig van elkaar gesplitst in tijd, perspectief en ruimte. Dat leest vlot en prettig weg, maar gaat soms ten koste van de onderhuidse spanning. Het titelverhaal van de bundel bijvoorbeeld begint met een scène waarin een vriend van de ik-persoon wordt aangereden door een homohater. Tot diens verbazing is zijn vriend dankbaar voor het ongeluk, omdat hij nu eindelijk de levenslust heeft gevonden die hij daarvoor miste. Na deze korte intro volgt de wat geforceerde overgang naar het echte verhaal: ‘Ik denk dat ik na mijn ontslag op de bank en die heisa met die tumor beter dan ooit begrijp wat hij bedoelde.’

Maar Engelberts achtergrond als televisiemaker heeft ook voordelen: de dialogen in Echte slechte mensen zijn vlijmscherp, realistisch en vaak erg geestig. En Engelberts verstaat de kunst om zijn personages met een paar woorden levensecht op het netvlies te branden. En af en toe, zoals in het verhaal ‘Surfplank’, heeft hij zijn vorm als literair schrijver echt gevonden: de sfeer van een duffe zomer in een slaperig Engelse stadje beschrijft hij vanuit het perspectief van het zoontje van een kruimeldief. De dubbele laag van het verhaal, jongensromantiek in een schrale werkelijkheid, weet hij hier feilloos te raken. De jonge hoofdpersoon drijft jengelend op een surfplank, terwijl zijn vader een oud gebouwtje probeert te laten instorten om de bakstenen te verkopen: ‘Het boren, het zwijgen van pa, mijn benen die steeds kouder werden, het naar ijzer ruikende water dat door al dat gedril rimpelde als de huid van een oud wijf: dit was de beste zomer ooit en hij was nog maar net begonnen.’