Tongen is verkrachten, zegt de wet nu eenmaal

Rechters mogen geen taakstraf meer opleggen voor verkrachting, vindt minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA).

Hij snapt blijkbaar niet dat hij bij de wetgever moet zijn.

Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) schreef deze week in een brief aan de Tweede Kamer dat taakstraffen niet meer opgelegd mogen worden bij ernstige zeden- en geweldsmisdrijven (nrc.next, 2 juli).

Gelukkig heeft de minister van Justitie, gezien de scheiding der machten, geen enkele invloed op beslissingen van rechters in Nederland. De brief is dan ook een verkeerd signaal. De officieren van justitie en rechters kunnen heel goed zelf beslissen welke sanctie het meest is aangewezen en hoe hoog deze zal moeten zijn.

Veel gevallen van mishandeling kunnen worden geseponeerd of worden afgedaan via een transactie door de officier van justitie. Lang niet alle geweldsdelicten moeten met een gevangenisstraf worden afgedaan. Dat geldt alleen voor de ernstigste zaken.

Dat in behoorlijk wat gevallen een taakstraf is opgelegd bij verkrachting, ligt niet aan het Openbaar Ministerie (OM) of aan de rechters. Het is nu eenmaal zo dat een opgedrongen tongzoen formeel valt onder verkrachting (art. 242 Wetboek van Strafrecht). Daarop staat een maximum gevangenisstraf van 12 jaren. Het probleem is dat onder verkrachting gedragingen vallen die zeer verschillen qua ernst en aard.

Het woord is dus aan de wetgever. Die zal dergelijke handelingen buiten het bereik van artikel 242 moeten brengen. Officieren en rechters moeten hierop niet worden afgerekend.

Aanleiding voor de brief van minister Hirsch Ballin was een onderzoek door het OM na een uitzending van Zembla. In het televisieprogramma werd gesteld dat rechters tegen de bedoeling van de wetgever in taakstraffen opleggen bij ernstige misdrijven.

Volgens mij is het helemaal niet tegen de bedoeling van de wetgever dat rechters in dergelijke zaken vaak taakstraffen opleggen. De taakstraf is een zelfstandige hoofdstraf in Nederland die gepositioneerd is in het Wetboek van Strafrecht tussen de geldboete en de gevangenisstraf. Toen de taakstraffen in de wet verschenen is geen enkel delict qua aard of ernst ervan uitgesloten. Kennelijk heeft de wetgever het niet nodig geacht om bijvoorbeeld een uitzondering te maken voor geweldsdelicten of zedendelicten.

Dat de minister vervolgens alweer pleit voor uitzonderingen, geeft aan dat de materie gecompliceerd en gevoelig is. Uitzonderingen ondergraven de ferme taal die de minister in eerste instantie bezigt.

Daarbij hebben taakstraffen evidente voordelen ten opzichte van gevangenisstraffen. De meerwaarde van een taakstraf boven de gevangenisstraf is dat de straf ten uitvoer wordt gelegd in de maatschappij en niet erbuiten. De betrokkene houdt contact met de samenleving, en – belangrijker nog – met zijn gezin. Bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf lijdt de naaste familie mee. De betrokkenen kunnen bij een taakstraf in de regel ook gewoon aan het werk blijven, hetgeen vanzelfsprekend gunstig is voor het verdere functioneren in de samenleving.

Bovendien werkt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf stigmatiserend en komt de betrokkene in aanraking met allerlei personen die wellicht negatieve invloed op hem of haar zullen uitoefenen. De samenleving is ook nog gebaat bij onbetaalde arbeid voor het algemene nut.

Ten slotte kan op dit punt nog worden vermeld dat uit recent onderzoek van het Nederlands Studiecentrum voor Criminialiteit en Rechtshandhaving blijkt dat veroordeelden na een taakstraf veel minder vaak in de fout gaan dan na het uitzitten van een gevangenisstraf. Dat is voor de samenleving ook niet onbelangrijk.Zo bezien moeten er niet minder taakstraffen worden opgelegd maar juist meer.

Wim Anker is strafrechtadvocaat in Leeuwarden. Hij heeft in die functie onder anderen Ferdi E. verdedigd, die werd veroordeeld voor de ontvoering en de moord in 1987 op Gerrit-Jan Heijn, kleinzoon van oprichter Albert.

Bekijk de aflevering van Zembla die de aanleiding vormde voor de taakstrafdiscussie op http://zembla.vara.nl