‘Seks is belangrijk in onze muziek’

Zondag speelt meisjesband CSS tijdens het Five Days Off festival in Amsterdam. „We zijn bedonderd door onze oude manager en voelden ons ezels, vandaar de albumtitel Donkey.”

„Hee, een boot!” De meisjes van CSS zijn niet meer te houden. Zangeres Lovefoxxx en gitaristes Carol Parra en Ana Rezende dos Anjos waren duidelijk niet met de veerboot naar onze interviewafspraak in Amsterdam-Noord gekomen. Zodra ze de boot van het IJpleinveer hebben zien aanleggen willen ze niet langer op een terras zitten; ze willen váren. Sinds hun debuutalbum Cansei de Ser Sexy („moe om altijd maar sexy te zijn,” naar een uitspraak van Beyoncé) hebben de meisjes uit het Braziliaanse São Paulo de wereld gezien. Maar een gratis tochtje op een Amsterdamse veerpont laten de hippe elektrorockers zich niet ontzeggen.

De muziek van CSS is een onweerstaanbare combinatie van elektropop met rockinvloeden en pulserende ritmes. De Amerikaanse Riot Grrrl-beweging van groepen als Bikini Kill en Le Tigre was voor CSS doorslaggevend om dansritmes met rockgitaren en brutale, seksueel geladen teksten te verbinden. Songs als Let’s make love and listen to Death From Above en Music is my hot hot sex plaatsten CSS op de wereldkaart als een opwindende live-act, niet in het minst door de nauwsluitende jumpsuits waarin Lovefoxxx zich bij optredens hult. Op het recente Glastonburyfestival verschenen ze in strakke zilveren pakjes.

„Seks is belangrijk in onze muziek,” verheft Ana haar stem boven het motorgeronk. „We vonden die uitspraak van Beyoncé belachelijk genoeg om er onze band naar te vernoemen. Natúúrlijk zijn we nooit te moe om sexy te zijn.” Het elektroaspect in hun muziek is ze vanzelf komen aanwaaien, nadat bassist en producer Adriano Cintra de eerste beats op zijn computer had geprogrammeerd. „Het is beslist niet zo dat we constant naar Peaches of de Klaxons zitten te luisteren. Als ik eerlijk ben, vind ik Destiny’s Child veel leuker. Onze muziek pakt uit zoals het klinkt omdat het een toevallige samenkomst van invloeden en stijlen is.”

Het nieuwe album Donkey is toegankelijker dan het debuut en bevat minder directe toespelingen op seks. „We hebben het nodige meegemaakt,” zegt de zangeres, „in die twee jaar dat we ontzettend hard moesten werken en we thuis kwamen zonder een cent. We zijn bedonderd door onze oude manager en we voelden ons ezels, vandaar de albumtitel. De muziek documenteert onze groei naar volwassenheid.”

Niettemin stemt Donkey weer tot grote vrolijkheid, met tekstpassages als „Dance my ass off till I die” (Left behind) en „We didn’t come into the world to walk around / we came here to take you out” (Jager yoga). Hoewel ze hun domicilie om praktische redenen in Londen hebben gekozen, moesten ze terug naar Brazilië voor de opname van het album. „In Londen zijn we veel te snel afgeleid,” zegt Ana. „Er is altijd wat te doen en het leven is er veel gehaaster dan in São Paulo. Daar wisten we een fijne intieme studio waar we ons van de buitenwereld konden afsluiten. Als er één ding is dat de muziek van de nieuwe cd heeft beïnvloed, dan is het de soep van onze moeders. Dat soort dingen heb je nodig om je thuis te voelen. Daarna kun je weer vlammen in verre landen. Nu we verlost zijn van die asshole die er met ons geld vandoor ging, kunnen we de hele wereld aan.”

CSS speelt zondag 6 juli in Paradiso, Amsterdam. Donkey verschijnt 21 juli via Sub Pop/Konkurrent.