Pernier wilde ook succes

Een Griekse kunstschat van 1700 v. Chr. is een vervalsing, schrijft de hoofdredacteur van archeologieblad Minerva.

Griekenland wees verzoek om nieuw onderzoek af.

De ‘Discus van Phaistos’, een van de schatten van het Archeologisch Museum in Heraklion op Kreta, is een vervalsing, zegt Jerome Eisenberg, kunsthandelaar en hoofdredacteur van Minerva, een tijdschrift over archeologie en antieke kunst. Eisenberg, gespecialiseerd in vervalsingen van oudheden, publiceert zijn ‘ontmaskering’ van ontdekker Luigi Pernier deze maand in zijn blad.

De Discus van Phaistos werd in 1908 gevonden door de Italiaanse archeoloog Luigi Pernier (1874-1937), tijdens de opgraving van een Minoïsch paleis bij Phaistos, Kreta. Het gaat om een discusvormig kleitablet met een doorsnede van ongeveer 16 centimeter en een dikte van bijna 2 centimeter. Beide zijden zijn voorzien van pictogrammen die met stempels zijn ingedrukt. De schijf wordt rond 1700 v. Chr. gedateerd.

Sinds de vondst wordt gediscussieerd over de herkomst, over de taal van de tekens en over hun betekenis. De Discus bevat in totaal 242 tekens, waarvan 45 verschillende, die met verticale strepen in 61 groepen zijn verdeeld. Wetenschappers zijn het erover eens dat de pictogrammen een syllabeschrift weergeven. Op basis van een statistische berekening concluderen ze dat het schrift in totaal 56 of 57 tekens gehad moet hebben, te veel voor een alfabet en te weinig voor een hiërogliefenschrift. Daarmee is de taal nog niet ontcijferd.

Eisenberg geeft in zijn artikel een lijst van ruim honderd ontcijferingen. De taal zou onder andere Proto-Ionisch, Minoïsch, Hittitisch, Sanskriet, Semitisch, Indo-Europees, West-Fins, Baskisch, Indiaas en Chinees zijn geweest. e interpretaties van de tekst variëren van een gedicht tot een heilige tekst, politiek verdrag, almanak, kalender, vervloeking, avonturenverhaal en bordspel. Enkelen zoeken het zelfs in de richting van een sterrenpoort of link met Atlantis.

Het probleem is dat de Discus uniek is. Er is nergens een tekst met hetzelfde schrift gevonden. Dit betekent dat zelfs als iemand de taal en de tekst echt ontcijferd heeft, hij dat nooit kan bewijzen door een andere tekst te vertalen.

Het is niet de eerste keer dat Eisenberg, die zich al veertig jaar bezighoudt met de Discus, zegt dat het een vervalsing is. Deze keer heeft hij wel voor het eerst zijn theorie op schrift gesteld: ‘De Discus voldoet aan 9 van 30 criteria waaraan vervalsingen van oudheden te herkennen zijn. Genoeg om te zeggen dat het een vervalsing is’, schrijft hij. Zo is de Discus gemaakt van egaal gebakken klei. ‘Maar alle kleitabletten met Lineair A en B uit die tijd zijn toevallig door brand gebakken en dus niet egaal.’

Verder heeft de Discus een scherpe rand. ‘Geen enkel tablet heeft een scherpe rand, omdat die veel te makkelijk kon afbreken.’ Ook bestaat er ongelijkheid in de mate van abstractie van de verschillende tekens: ‘Het ene is heel naturalistisch, het andere heel abstract.’ De tekens hebben verschillende geografische inspiratiebronnen: ‘Lineair A, Lineair B’ (twee vroeg-Griekse schriften), ‘Luwisch, Kretenzische en Egyptische hiërogliefen.’ Er zijn te veel correcties: ‘Op zestien plekken is een teken gewist en vervangen door een ander; te veel als het om een echt document zou gaan.’

Eisenberg denkt dat Pernier zijn vervalsing heeft gemaakt, omdat hij jaloers was op de successen van Arthur Evans, de Britse archeoloog die in dezelfde tijd het paleis van Knossos opgroef, licht hij per e-mail toe. „Hij wilde ook een bijzondere ontdekking doen.”

Maar Yves Duhoux, specialist in de Kretenzische schriften aan de Katholieke Universiteit Leuven, twijfelt niet aan de echtheid van de Discus. „De vondst is gedaan tijdens een wetenschappelijke opgraving door een gerespecteerd archeoloog”, reageert hij over de telefoon. Ook de uniciteit van de Discus is geen reden voor twijfel. „Voor de discus zijn stempels gemaakt; dat doe je niet voor één keer. Er kunnen dus nog nieuwe teksten met dit schrift ontdekt worden.” Dat blijkt volgens hem bijvoorbeeld uit een vondst in de jaren dertig in een grot op Kreta. „De bronzen ‘Bijl van Arkalochori’ heeft tekens die overeenkomen met die op de Discus.”

Eisenberg zegt dat met thermoluminiscentie, waarbij bepaald wordt wanneer iets voor het laatst is gebakken, een einde aan de discussie over de echtheid gemaakt kan worden. Hij heeft er vorig jaar om gevraagd, maar de Grieken hebben zijn verzoek afgewezen. Officieel omdat de Discus niet verplaatst zou mogen worden. „Ze zijn gewoon bang een icoon kwijt te raken.” Duhoux denkt dat de afwijzing te maken heeft met onderbezetting en gebrek aan geld. „Maar een datering met thermoluminiscentie zou interessant zijn.”

Kijk voor de andere zijde van de Discus en de lijst met 30 kenmerken van vervalsingen op nrcnext.nl/wetenschap