Op zoek naar de juiste subsidie

Bedrijven kunnen van vele subsidies gebruikmaken. Toch doen ze dat vaak niet, omdat ze steeds aan andere voorwaarden moeten voldoen. Of omdat het geld intussen op is.

De Oret-regeling wordt de Orio-regeling. De tante Agaath-regeling werd de regeling Durfkapitaal. Subsidie op groene stroom werd van de ene op de andere dag afgeschaft omdat de kosten uit de hand liepen.

Zo maar wat voorbeelden van gewijzigde of stopgezette overheidssteun. Inconsequent subsidiebeleid zorgt voor grote ergernissen onder ondernemers, blijkt, vooral omdat zij vooraf investeringen doen die ze vervolgens niet terugkrijgen van de overheid.

Het recentste voorbeeld is de Oret-regeling van Ontwikkelingssamenwerking, een regeling waarmee overheden in ontwikkelingslanden met steun van het Nederlandse bedrijfsleven projecten uitvoeren. De Nederlandse overheid schenkt maximaal de helft van de projectkosten.

Minister Koenders (PvdA) wil die regeling aanscherpen en het budget inperken, waardoor hij deze week de woede van werkgeversorganisatie VNO-NCW op zijn hals haalde. Tientallen bedrijven die een aanvraag indienden voor Oret, zouden niet meer voor de nieuwe regeling onder de naam Orio in aanmerking komen, terwijl zij wel al investeringen – soms tienduizenden euro’s – hebben gedaan om hun projecten in ontwikkelingslanden voor de schenking in aanmerking te laten komen.

Gisteren debatteerde de Tweede Kamer over de regeling – minister Koenders zegde 20 miljoen euro extra toe, bovenop de 120 miljoen euro die hij jaarlijks aan Orio wil uitgeven. Ook weersprak hij de kritiek van VNO-NCW dat een groot deel van de bedrijven die aanvragen deden, gedupeerd zijn. De meeste aanvragen kunnen bij het nieuwe Orio worden ingediend, vanaf 1 januari 2009. Voor de overige aanvragen kunnen bedrijven bij Economische Zaken terecht: EZ heeft een overgangssubsidie van 80 miljoen euro vrijgemaakt voor de komende vier jaar. „Er is dus nauwelijks een probleem”, aldus Koenders.

Maar juist die overgang vormt een probleem voor veel bedrijven: een nieuwe aanvraag bij een ander ministerie, andere voorwaarden en dus opnieuw administratieve lasten. Vooral ondernemers in het midden- en kleinbedrijf zijn door de verschuivingen en wijzigingen huiverig om overheidssteun aan te vragen: „Probleem is dat de overheid erg wispelturig is in haar beleid, waardoor het iedere keer onzeker is of de regeling blijft bestaan”, zegt een ondernemer in een onderzoek dat MKB-Nederland en ING vorig jaar lieten uitvoeren. „Toen we subsidie moesten ontvangen, bleek de regeling voorbij. Hebben we het dus zelf betaald”, zegt een ander.

De onzekerheid over subsidies is voor bedrijven een belangrijke reden niet aan een aanvraag te beginnen, bleek uit het MKB-onderzoek naar stimuleringsinstrumenten voor het bedrijfsleven. Het percentage van het aantal bedrijven dat gebruikmaakt van subsidies, is opvallend laag. Van de 700 bedrijven die aan het onderzoek deelnamen, maakte 2 procent gebruik van subsidie voor milieu en technologie. Innovatiesteun scoorde het beste met 7 procent; van scholingsgeld maakte maar 1 procent van de bedrijven gebruik.

„Ondernemers zijn net mensen”, zegt Lia Smit van MKB-Nederland. Een hoge drempel vormen de hoge administratieve eisen van de aanvragen en de verantwoording die ondernemers achteraf vaak moeten geven over de besteding van het geld.

„Zoveel rompslomp? Dan betaal ik het zelf wel, denken bedrijven”, aldus Smit.

Besluit een bedrijf toch op zoek te gaan naar een passende subsidie, dan dient het volgende probleem zich aan. Welke regeling past bij de onderneming? Alleen al in de ‘subsidieshop’ van Economische Zaken zijn 443 subsidieregelingen te vinden. De optie ‘product en innovatie’ biedt 238 mogelijkheden. Voor ‘milieu’ zijn dat er 97, ‘internationaal zakendoen’ levert 69 mogelijke subsidies op en voor startende ondernemers bestaan 39 regelingen.

MKB-Nederland beveelt aan het aantal soorten overheidssteun te beperken en de informatievoorziening te verbeteren. Economische Zaken komt dit jaar met een voorstel voor eenvoudiger subsidiebeleid. Alle voorwaarden voor aanvragen worden gelijkgeschakeld en subsidies worden in algemenere clusters ondergebracht.

Dit moet voorkomen dat bedrijven, zoals nu, een aanvraag doen voor een regeling, waar zij dan buiten blijken te vallen. Een ondernemer: „De subsidie bleek voor ons net niet van toepassing. Het klinkt mooi, maar uiteindelijk zorgen de kleine lettertjes ervoor dat je net buiten de boot valt.”