Officiersogen op sterk water

De eeuwenoude vertelcultuur van de Berbers in Marokko lijkt langzaam te verdwijnen. Steeds meer schrijvers stellen de verhalen nu te boek. Onder hen voor het eerst nu ook een vrouw – en een opmerkelijke stripauteur.

Marokko is een mozaïek van talen en dialecten waarin sommige stukjes verkeerd liggen. De grondwettelijke talen zijn het Arabisch en het Frans. Een deel van het volk beheerst inderdaad het Arabisch, maar niet de klassieke variant (fusha), waarop de wet doelt. Zij spreken darjia: een mengelmoes van Arabisch, Berbers en andere talen. Een veel grotere groep spreekt Berbers, in een van de drie dialecten, het Tarifiet, het Tachelhiet en het Tassousiest.

Pas kortgeleden heeft de Marokkaanse overheid groen licht gegeven om de Berbertaal op een aantal scholen te onderwijzen, zij het dat dat gebeurt in het Amazigh-schrift: het tifinagh. Dat zijn duizend jaren oude letters, terwijl de meeste schrijvers hun Berbertalige proza en poëzie aan het Latijnse alfabet toevertrouwen. Die schrijvers krijgen steeds meer succes. Auteurs als Fadma el Ouariachi, Rachida el-Marrakki, Mohamed Chacha, Mohamed Bouzaggou en Ahmed Ziani (die dit jaar op het festival Winternachten optrad) zijn daar het bewijs van.

Inmiddels is zelfs de eerste door een vrouw geschreven roman in het Berbers verschenen: Tasrit n Wezru (De rots en zijn bruid) door Samira Yedji-s n Idurar n Arif (pseudoniem van Samira el-Marrakki). In deze onthullende roman verlaat een naamloze schrijfster Europa om haar overleden vader in Marokko te begraven. Op zijn sterfbed geeft hij zijn dochter de opdracht om een vrouw met de naam Hniyya (wat ‘rust’ betekent) te zoeken. Na een lange zoektocht vindt de schrijfster een oude vrouw, die haar grootmoeder blijkt te zijn. Haar oma en vader zijn elkaar tijdens de Rifoorlog (1920-1926) uit het oog verloren. Het boek is deels een biografisch verslag van de oma van el-Marrakki, die leefde ten tijde van de Spaanse kolonisatie, een verhaal dat ‘vergeten, monddood, niet gezien, niet overgedragen en ontvreemd is’ en daarom opgeschreven moest worden. De roman zit vol mythes. Normaliter zouden die dankzij de orale Berbercultuur in leven blijven, maar de verteltraditie is aan het verdwijnen. El-Marrakki probeert die via dit boek te redden.

Samira el-Marrakki dwingt haar lezers het verleden in te kijken en de eigen geschiedenis te accepteren. Er zijn nog altijd veel families die door de Rifoorlog zijn verscheurd, terwijl deze familiedrama’s emotioneel en maatschappelijk geen plek hebben gekregen. De schrijfster wil daar verandering in brengen. Het zal lastig worden om haar boodschap aan de man te krijgen, aangezien een groot deel van de bevolking nog altijd analfabeet is, of niet geïnteresseerd in het lezen van literatuur.

Ook de striptekenaar Mohamed Nadrani realiseert zich dat de orale cultuur hulp behoeft, wil zij niet ten ondergaan. Hij maakte met Emir van de Rif - Ben Abdelkarim een strip over het eerste deel (1920-1922) van de Riffijnse oorlog. De Noord-Marokkaanse bevolking onder leiding van Abdelkarim Khattabi kwam in opstand tegen de Spaanse kolonisator en de Rifrepubliek werd uitgeroepen. In 1926 werd Khattabi naar het Franse eiland Réunion verbannen. De republiek hield op te bestaan.

Nadrani kwam op het idee om de opkomst van de Rifrepubliek tot strip te maken na een bezoek aan een oorlogsmuseum in de Spaanse enclave Ceuta. Hij zag daar officiersogen op sterk water, en werd geplaagd door zijn historische onkunde. Wat wist hij nu van de oorlog, terwijl de voormalige vijand zelfs ogen bewaart die getuige zijn geweest van de Rifoorlog?

Emir van de Rif - Ben Abdelkarim wordt ingeleid door een open brief van verzetsstrijder Khattabi, gericht ‘aan de beschaafde landen’. Daarin laat hij Europa weten dat ‘de Rif streeft naar de vestiging van een lokale overheid’. De brief is ondertekend op 6 september 1922, maar nu nog actueel. Sinds enkele jaren is de roep om een autonome Riffijnse staat steeds vaker te horen.

Mohammed Nadrani staat in Marokko in zijn genre op eenzame hoogte. Er verschijnen nauwelijks strips en al helemaal geen strips die een historisch besef willen bijbrengen. Bij een bezoek aan Nederland voor de promotie van zijn werk, werd snel duidelijk waar Nadrani staat in het hedendaagse taaldebat in Marokko: zijn lezingen en interviews deed hij in het Berbers, terwijl hij in het darjia is grootgebracht.

Dat de striptekenaar nog een eigenzinnige wil heeft, is een wonder na het lezen van Jaren van lood. Het complex, de strip over het leven van Mohammed Nadrani zelf. In dat boek zien we hoe Nadrani’s alter ego Mustapha in de jaren zeventig wegens zijn lidmaatschap van de studentenorganisatie Ilal Amam een staatsvijand wordt. De marxistisch-leninistische beweging eist in een pamflet ‘de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangen en gedetineerde vakbondsmensen’. Het geschrift zal nooit het daglicht zien. Mustapha wordt opgepakt en verdwijnt negen jaar lang achter de tralies, waar de autodidact zichzelf met behulp van koffie en een zelfgemaakt penseeltje op de betonnen vloer leert tekenen.

Jaren van lood. Het complex speelt zich af in de periode waarin de geheime dienst van Koning Hassan II het land in zijn greep hield. Het boek begint met een inval van de geheime politie bij Ilal Amam. Hoe de poppetjes van Koning Hassan II te werk gaan, kunnen we zien wanneer een van de agenten de bh van Mustapha’s vriendin vindt en die met veel fantasie door zijn handen laat gaan: ‘Wat hebben we daar? De tieten van een meisje, hé?’ Mustapha moet onder luid geschreeuw opbiechten wie de vervloekte vrouw is. Hij kan zijn woede niet onderdrukken en zegt: ‘Dit is de maat van uw vrouw.’ Vervolgens gaan de vernederingen over in martelingen. Hij wordt vervoerd naar een ‘stenen doodskist’, waar de klappen verdergaan.

Een van de indrukwekkendste scènes is die wanneer Mustapha tijdens een van de vele folteringen het bewustzijn verliest, de oceaan in verdwijnt en in de Sahara wordt uitgespuugd. Daar wordt hij opgepikt door een karavaan van de Imashaghen (Toeareg). Nachtenlang verzorgt en waakt een droomvrouw over hem. Wanneer hij zijn ogen open doet, ligt hij nog steeds op de kale vloer van de martelkamer. Mustapha smeekt de rokende aasgieren met zonnebrillen om hem te laten sterven. Gelukkig is niemand op zijn wens ingegaan.

Mohammed Nadrani: Emir van de Rif – Ben Abdelkarim. Vertaald uit het Frans, Uitgeverij XTRA, 56 blz. €13,90Mohammed Nadrani: Jaren van lood – Het complex. Vertaald uit het Frans, Uitgeverij XTRA, 48 blz. € 13,90. Tekeningen uit het album zijn tot 31 aug te zien in het Afrika Museum in Berg en Dal www.afrikamuseum.nlSamira Yedji-s n Idurar n Arif: Tasrit n Wezru. Drukkerij Moussassat Anakhla Lilkitab, Marokko-Oujda, 207 blz. Zie www.timazighin.nlMeer over Berberliteratuur op www.mondeberbere.com