Na Lustland even naar Pochen

De wereld wordt steeds kleiner, maar er blijven altijd plekken waar bijna niemand komt. Deel 1 van een zomerserie over imaginaire bestemmingen: Schlaraffenland.

Schlaraffenland, hoe verzin je het? Als jongen las ik de roman Im Schlaraffenland (1900) van Heinrich Mann, dat zal hebben geholpen. Fascinerende vakantielectuur, al bevat het boek weinig toeristische informatie. Die zoek je dan zelf. Het bleek dat de oude Romeinen al vonden dat er een land zou moeten bestaan waar de gebraden duifjes je zo in de mond vliegen. Sebastian Brant noemde dit land ‘Schlaraffenland’, in zijn satire Das Narrenschiff (1494).

Toch zou het tot 1932 duren, voordat het eerste personage daadwerkelijk voet op Schlaraffiaanse bodem zet. Dit gebeurde in het jeugdboek Der 35. Mai oder Konrad reitet in die Südsee van Erich Kästner. Gek dat het zo lang moest duren. Sinds 1694 bestond er namelijk een fraaie, bijzonder gedetailleerde kaart, gemaakt door Johann Baptist Homann en uitgelegd door Johann Andreas Schneblin:

Erklärung der Wunder-seltzamen Land-Charten UTOPIÆ / so da ist / das neu-entdeckte Schlarraffenland /Worinnen All und jede Laster der schalkhafftigen Welt / als besondere Königreiche / Herrschafften und Gebiete / mit vielen läppischen Städten / Vestungen / Flecken und Dörffern / Flüssen / Bergen / Seen / Insuln / Meer und Meer-Busen wie nicht weniger Dieser Nationen Sitten / Regiment /Gewerbe / samt vielen leswürdigen / narrischen Seltenheiten / und merckwürdigen Einfällen aufs deutlichste beschrieben; Allen thorrechten Laster-Freunden zum Spott / denen Tugendliebenden zur Warnung /und denen melancholischen Gemüthern zu einer ehrlichen Ergetzung vorgestellet. Gedruckt zu Arbeitshausen / in der Graffschafft Fleiß im Jahr / da Schlarraffenland entdeckt war.

Tot zover de geschiedenis. Het gaat om een utopie, Schlaraffenland bestaat niet, inderdaad. Reden te meer om onmiddellijk derwaarts te reizen.

‘Hoe kan dat nou!’

Gewoon. Per luchtfiets naar Nergenshuizen, daar inschepen, twee dagen op een dobberboot, en voilà. Over de precieze ligging van Schlaraffenland kan ik dit melden: lengtegraad minus breedtegraad is nul. De voertaal is Volapük, maar men verstaat er Groot-Europees.

Schlaraffenland wordt doorgaans geassocieerd met Luilekkerland. Begrijpelijk. Luilekkerland maakt er deel van uit, maar dat doen Gokland, Domland en Luitouwen óók. Als ik Schlaraffenland zeg, bedoel ik de Verenigde Schlaraffen (VS). Deze bond van zeventien staten strekt zich uit tussen zuider- en noorderbuurman, met een zee links en een zee rechts.

Ik heb er vele zomers doorgebracht. Het hangt er een beetje vanaf waar je zit, maar je eet er doorgaans geweldig en het is nergens duur. In het luilekkere Schla-raffenland zelf ben ik de laatste jaren iets te vaak geweest. Dat merk je op de weegschaal. Ik dacht dus dit jaar eerder aan een doe-vakantie. Vandaar de reis naar Lustland, een van de warmere staten in de Verenigde Schlaraffen. De westkust is nogal onaantrekkelijk. Plat, saai. Ook in oostelijker gelegen oorden als Xantippa, Abortiva en Pfuy is weinig te zien. Het eeuwenoude Cortisan daarentegen mag niemand missen. Wie de vestingheuvel beklimt die zich boven de stad verheft, heeft een prachtig uitzicht over de fraaie provincie Charmenië.

Cortisan mag dan niet de hoofdstad zijn (dat is Brunst), het is zeker de aantrekkelijkste plaats. De bevolking is geheel op toerisme ingesteld. Overal waar je kijkt spuit, vloeit, stroomt, bruist, ruist of lispelt water, dat wordt aangevoerd uit de Lek, een rivier tien kilometer verderop. Het voortdurende geluid van water, en van de speeltuigjes die er door worden aangedreven (klokjes, belletjes) geven de atmosfeer iets tinkelends. Je zou kunnen zeggen dat Cortisan een ‘aanvallige stad’ is, in het stadswapen prijkt niet voor niets de klapzoen.

Architectonisch pronkstuk is ongetwijfeld de in Renaissancestijl opgetrokken waterpoort (1653); een collectie antieke gereedschappen is te zien in het Prostitutiemuseum aan het Kirrenplantsoen, er is de kathedraal (13de eeuw), met voor de hoofdingang het standbeeld van de 30ste VS-president Calvinarius Cleavage. Vanuit Cortisan uitstapjes naar Femmesclavau (de beroemde stenen schandpaal, 13de eeuw), Geilebeck (Hengstenbron, 489 na Chr.) en Freyengern (Maagdenfontein, 11de eeuw).

Deze drie uitstapjes maakte ik in gezelschap van een oogverblindend roodharige Cortisane van rond de veertig. Een toegankelijke vrouw. Ik vroeg haar of ze geboren en getogen Cortisane was, maar ze bleek afkomstig uit Geilbach. Dat zou dan wel vlak bij Geilbeck liggen, opperde ik.

‘Die vergissing wordt wel vaker gemaakt’, zei ze lachend. ‘Geilbach ligt tussen Echten en Gravidas, een stuk noordelijker. Ik laat het u graag zien, kunt u meteen mijn ouders ontmoeten.’

Dit ging me wat al te rap. Toen ze de dag na ons uitstapje voorstelde een auto te huren voor een tocht naar een zelfkaasboerderij te Venusloon (‘dan zijn we al bijna in Geilbach’) bedankte ik haastig voor de eer.

Het werd tijd Cortisan te verlaten. Aan een geslaagde vakantie komt immers een eind, anders is het geen vakantie meer. Ruimte maar ook beschaving weerhouden me ervan hier verslag te doen van verdere belevenissen in deze steeds tropischer geworden dreven. Kort samengevat: ik heb me gedragen als een vierder op een onvervalste doe-vakantie, en was echt toe aan een weekje Pochen.

Pochen ligt in Domland (Stultorum Regnum), niet ver over de grens. Na een geslaagde Lustland-vakantie is Pochen een ideale uitblaasplek. Als men Lustland voor Domland verwisselt, stapt men noodgedwongen over op het enige middel van vervoer aldaar: de ezel. Je moet er van houden, het is een koppig rijdier. Wie echter op de rug van zijn grauwtje langs smalle rotspaadjes door het grensgebergte reist, langzaam, hortend en stotend richting Pochen en Achterlijken… Wie dat doet, zal spoedig merken dat…

‘Ja, wat?

Laat ik het hierbij houden. Schlaraffenland. Avontuurlijk, verrassend. Echt eens iets anders.

www.kfunigraz.ac.at/ub/sosa/karten/schlaraffia/index.php .