Moslims fout? Néé, puur de islam hoor

Volgens het OM richt Geert Wilders zijn kritiek niet op moslims, dus wordt hij niet vervolgd voor discriminatie.

Waarom waarschuwt hij ons dan voor een moslimtsunami?

Het Openbaar Ministerie zal PVV-leider Geert Wilders niet vervolgen wegens discriminatie of aanzetten tot haat. Gelukkig maar. Vervolging had de vrijheid van meningsuiting in gevaar gebracht en bovendien weinig opgeleverd: Fitna is toch al overal op internet te vinden en zijn partij is nog steeds met negen zetels vertegenwoordigd. Bovendien was vervolging een onnodige onderschatting van de weerbaarheid van de samenleving geweest – van moslims in het bijzonder. Tegen een politicus als Wilders is onze democratie heus wel opgewassen.

Maar een wijs besluit betekent nog niet een juiste besluitvorming. Want de voornaamste reden dat het Openbaar Ministerie (OM) niet tot vervolging besloot over te gaan, doet de wenkbrauwen fronsen. Het OM werpt zich op als een soort politiek analist en nog een slechte ook: het trapt met open ogen in de misleidende retoriek van de PVV-politicus.

Na langdurig onderzoek concludeert het OM namelijk dat Geert Wilders zich niet schuldig maakt aan discriminatie van of haat zaaien jegens moslims, omdat de politicus zijn kritiek vooral richt „op de islam” en niet „op moslims zelf”. Juridisch commentator Folkert Jensma noemde die constatering al „spitsvondig” (nrc.next, 2 juli) en ik zou daar met enig cynisme het predicaat ‘absurd’ aan toe willen voegen. Want, het onderscheid tussen ‘islam’ en ‘moslim’ is op zichzelf al belachelijk: zonder moslims immers geen islam en zonder islam geen moslims. Maar hoe het OM deze conclusie trekt op grond van de uitspraken van Wilders is helemáál een raadsel.

Want Wilders definieert een moslim – net als moslims zichzélf overigens – expliciet als een aanhanger van ‘islamitische waarden’, zoals hij ook ‘de Nederlander’ beschouwt als iemand die de ‘westerse waarden’ onderschrijft. Niet voor niets waarschuwt de PVV-leider ons voor een „tsunami van moslims” die, zoals Fitna met groot gevoel voor dramatiek schetst, straks met 50 miljoen het Europese continent bevolken, en pleit hij voor een „immigratiestop voor moslims” – want met al die moslims komt immers ook de ‘kwade’ islam naar ons continent overgewaaid.

Dat Wilders zélf zegt wel degelijk een onderscheid te maken tussen ‘de ideologie islam’ aan de ene kant en ‘moslims’ aan de andere kant is niets meer dan een retorische truc waarmee de PVV-leider de verdenking van discriminatie probeert af te wenden. Maar waarmee hij zichzelf tegelijkertijd keihard in de politieke vingers snijdt. Want, als Wilders zijn kritische pijlen inderdaad enkel richt op de ‘ideologie islam’ en dat strikt gescheiden wenst te houden van de mensen die er in geloven, waar waarschuwt hij ons dan eigenlijk voor? Wat bedoelt Wilders dan met de ‘islamisering van Nederland’? Dat er te veel Korans in onze boekhandels liggen? Wilders’ onderscheid tussen ‘islam’ en ‘moslim’ maakt zijn politieke agenda volstrekt gratuit; hij is dan niets meer dan een veredeld literair criticus die stokoude versjes uit een stokoud boek bekritiseert.

Ik zal het OM dus een geheim verklappen: met ‘het kwaad islam’ bedoelt Wilders óók gewoon de mensen die deze religie aanhangen. Hij moet wel: zonder moslims geen ‘islamisering’. In den beginne deed Wilders daar trouwens weinig geheimzinnig over. Hij gaf grif toe af te willen van artikel 1 van de Grondwet om te kunnen discrimineren op basis van geloof. Het schaakspel tussen Wilders en het OM begint dus bijna ironische trekjes te krijgen; de PVV-leider mag blij zijn dat de autoriteiten niet zo redeneren als hijzelf.

Maar dat maakt het oordeel van het OM zo onhandig. Nu kan Wilders met dank aan het OM blijven volhouden dat hij zogenaamd een onderscheid maakt tussen ‘islam’ en ‘moslims’. Het besluit op grond daarvan niet te vervolgen is dus niet zonder consequenties: het OM heeft de oppositie van Wilders nu een uiterst belangrijke en legitieme kritiek uit handen geslagen; dat hij ‘moslim’ en ‘islam’ steeds op één hoop veegt.

Had Wilders dus wél vervolgd moeten worden? Geenszins, maar om een andere reden, namelijk: discrimineren met woorden is onmogelijk. Discrimineren is iemand ongelijk behandelen op grond van niet-gekozen eigenschappen; mensen ongelijk benoemen is dat dus niet. Immers, zou je iedereen ‘gelijk’ moeten benoemen, dan zou een onderscheid maken tussen mensen helemaal niet meer mogelijk zijn. Dan zouden we niemand meer ‘moslim’, ‘homo’ of ‘vrouw’ mogen noemen. Discriminatie kan nooit ‘woordelijk’ zijn en ‘discriminerende uitspraken’ dus ook nooit strafbaar.

Zodra de PVV een wet invoert op grond waarvan moslims bij de grens kunnen worden geweerd, is er voor het OM weer werk aan de winkel. Maar zolang Wilders geen daad bij het woord voegt, doet het OM er verstandig aan zich te onthouden van onjuiste, ‘spitsvondige’ interpretaties van zijn politieke agenda.

Rob Wijnberg is redacteur en columnist van nrc.next. Eerder dit jaar verscheen zijn boek ‘In Dubio – Vrijheid van meningsuiting als het recht om te twijfelen’.