Mollen

Geologen hebben zich vaak afgevraagd waarom Winand Staring, de Vader van de Nederlandse Geologie, in 1830 een verhandeling schreef over de mol: De reuk-oog- en oorzenuwen van den mol. Hij zond deze studie in voor een prijsvraag van de universiteit van Gent en won de eerste prijs en een gouden medaille. Winand studeerde rechten en natuurlijke historie in Leiden en zijn vader, de dichter Anthonie Staring, had hem zes dode mollen opgestuurd van de Wildenborgh. De prijs zou uitgereikt worden op 4 october 1830, tijdens de dies natalis van de universiteit. Het uitbreken van de Belgische opstand op 24 augustus 1830 verhinderde dit.

Uit de recensie van het boek van Jan Bieleman, Boeren in Nederland door Atte Jongstra (Boeken, 27.06.08) blijkt nu dat de dichter Staring een gedicht schreef naar aanleiding van een mollenplaag op zijn landgoed de Wildenborgh: `Een spitsgeneusd breedhandig dier... dat groeide tot een legermacht.` Nu valt door het samengaan van poëzie en geologie alles op zijn plaats. Met dank aan de recensent.