‘Liefde naar de man is een lijfziekte’

Theater Over het IJ Festival. Gezien: 3 juli NDSM-Werf, Amsterdam-Noord. Info 010- 4159666 of www.overhetij.nl.

Met een protestbrief van vijfhonderd jonge theatermakers, en het oplaten van honderdvijftig afbreekbare ballonnen, is gisteravond in Amsterdam-Noord het Over het IJ Festival geopend. Op de NDSM-Werf sprak regisseur Boukje Schweigman de Amsterdamse wethouder van Cultuur, Carolien Gehrels, toe: „Geef jonge theatermakers de ruimte.” Het festival brengt vooral klein locatietheater van jonge regisseurs. De gemeente dreigt de subsidie in te trekken, en ook het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten stuurde het festival deze week een afwijzing.

Buiten, onder de grote kraan op de Werf, speelt toneelgroep De Maan Gernika, geregisseerd door Ola Mafaalani, eerder te zien op het Utrechtse Festival aan de Werf. Het publiek neemt plaats aan een lange tafel en krijgt vegetarische paëlla voorgeschoteld van een boomlange kok. Ondertussen zingen en klagen de acteurs over het leven. Gernika is losjes gebaseerd op Hemingways roman For Whom The Bell Tolls, over liefde tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Het blijkt al snel dat oorlog geen goede bodem is voor een romance.

Om met de spelers aan de eettafel te zitten, in de avondzon op een scheepswerf, draagt bij aan de intensiteit van de ervaring, maar de bewerking van Kirsten Rozendaal is eerder poëtisch dan dramatisch, wat zich op den duur gaat wreken. Haar eigen spel als de jonge weduwe María heeft weinig schwung. Ze zit meer in haar hoofd dan in haar lichaam. Dan heeft het spel van Charlotte Caeckaert, als guerrilla-commandant Pilar, meer corazón: „Liefde naar de man is een lijfziekte”. De voorstelling krijgt pas vleugels door het spel van flamenco-danseres Jorinde Cielen en gitarist Martijn Buijnsters.

De voorstelling Keerpunt van Elien van de Hoek en Kim Arntzen, voert de bezoekers op een tocht door het Centraal Station. Kijkend vanaf het ene perron, met sfeermuziek op de koptelefoon, zien we op het andere perron vreemde wezens opduiken, die tussen de verbaasde, lacherige echte passagiers mimeacts doen. Twee geliefden lopen achterwaarts, als in een teruggespoelde film, en weten elkaar toch te vinden. Of ze hadden elkaar al, en gaan juist uiteen. Een wanhopige vrouw bespringt voorbijgangers, die haar onverstoorbaar van zich af laten glijden. Een oudere man draagt een jongetje mee in een koffer. Boven hun hoofden is het seinhuisje sfeervol verlicht en van romantische luiken voorzien. Een lange waslijn met lakens hangt tussen de bovenleidingen.

Keerpunt maakt gebruik van de sterke effecten die bij dit soort ervaringstheater gaan werken: het station wordt één groot podium. Doordat je scherper kijkt, en doordat je een soundtrack meekrijgt, wordt alles theater. Maar de acts worden niet uitgewerkt, en alleen maar met kleine variaties herhaald, zonder dramatisch raamwerk – een verhaaltje of iets anders dat het betekenis zou geven – waardoor de wandeltocht van anderhalf uur veel te lang wordt. Het is bijzonder om een schoonmaker een gevallen vrouw te zien oprapen, om haar in een vuilcontainer te gooien. Maar de tweede keer is het al bijna gewoon.