Ik krijg nu al bijna kippenvel

Duncan Stutterheim is de grote motor achter het dancefeest Sensation White.

Het andere werk werd te veel, maar de dansende massa maakt hem weer blij.

Acht jaar geleden is het nu. Samen met zijn broer was hij op de begrafenis van een oom. De broers waren verrast: geen rouwstoet, geen droge koekjes, maar één groot feest. Miles, zijn jongere broer, zei tegen Duncan: ‘Als ik ooit dood ga, wil ik wel dat er een pilsje op gedronken wordt’. Een maand later zou hij overlijden. Met de Porsche tegen een boom. Dood.

De begrafenis werd, inderdaad, een feest. Iedereen kwam in het wit. Tijdens één van zijn dancefeesten, kort daarna, sprak Duncan de bezoekers toe. Hij zei, met trillende stem: „Pak elkaar allemaal vast. Je vriend, je vriendin, je zus, je broer. Want straks is-ie er misschien niet meer. En nu voor iedereen gratis drank! Want we hebben iets te vieren!”

Feestvieren – dat hebben de half-Ierse Duncan Stutterheim (36) en Miles lang samen gedaan. Toen Duncan 19 jaar oud was, gingen hij en zijn broer housefeesten organiseren. Het groeide uit tot ID&T, een danceorganisatie die feesten organiseert. Zoals Sensation, dat Duncan en Miles dat jaar voor de tweede keer zouden organiseren in de Amsterdam Arena. Als eerbetoon aan zijn broer stond later op de flyer voor het feest: ‘Be part of the night, dress in white’. Aan de oproep werd massaal gehoor gegeven – Sensation White was geboren.

Acht jaar later is er veel gebeurd. Duncan Stutterheim heeft met zijn vrouw Lisca een jaar gereisd. Terug in Nederland breidde hij ID&T uit met een platenlabel, horecabedrijven en een radiostation, maar weer een paar jaar later deed hij het bedrijf van de hand en emigreerden Duncan en Lisca naar Australië. Maar hij kon niet stilzitten en begon opnieuw, nu met danceorganisatie Sensation. Want met het organiseren van díe feesten was hij niet gestopt. Morgen, zaterdag, zullen voor de achtste keer 40.000 mensen het feest in de Amsterdam Arena bezoeken. Nog altijd volledig gekleed in wit. Sensation White is uitgegroeid tot het grootste indoor-dance-evenement ter wereld. Alle 40.000 kaarten (à 65 euro) waren in anderhalf uur uitverkocht. Dit jaar geeft Duncan Stutterheim het feest in 14 landen. Volgend jaar in 21.

Het is dinsdag. Duncan en Lisca (33) kijken uit over tientallen mannen met helmen, die een nog kale Amsterdam Arena binnen enkele dagen moeten ombouwen tot sprookjeswereld. Nu zijn zíj het die de feesten samen organiseren. Ze zitten in de koninklijke loge, „onze vaste stek”.

Is het nog leuk, na zoveel jaar?

Duncan: „Als ik hier binnenkom heb ik geen moment het gevoel: daar gaan we weer. Juist niet. Elk jaar zit ik er vol verwachting, als een kind dat het hele jaar naar z’n verjaardag heeft uitgekeken. Zo voel ik me nu ook. Ik mag hier weer zitten. In het kantoor van de Amsterdam Arena. Het stadion waar ik altijd naar Ajax keek. Elk jaar nodig ik buitenlandse gasten uit. Die leid ik dan rond. En dan zeg ik tegen ze: ‘Kijk, dit doe ik nou’. Dan ben ik helemaal trots.”

En straks staan hier weer die 40.000 mensen.

Duncan: „Mensen zien binnenstromen, dat is het mooiste. De zaal is straks veranderd in één grote, surrealistische wereld. Een droomwereld. Sommige bezoekers hebben er maanden naar toe geleefd, die rennen letterlijk naar binnen. En dan die blikken van: ‘woooh!’ De eerste beat. Het gejuich dat volgt. En al die energie. Het gevoel dat al die mensen blij zijn. Dan denk ik: Yes!”

Lisca (veert op): „Ik krijg altijd kippenvel.”

Duncan (wrijft over z’n arm): „Ik krijg het nu bijna weer.”

Beleven jullie dat samen?

Duncan: „In het begin niet. Dan is er te veel spanning.”

Lisca: „Ik sta dan altijd op de tribune en hij bij de regie.”

Hoe ziet u aan Duncan dat hij gespannen is?

Lisca: „Ik denk dat je dan een beetje alleen wil zijn, toch?”

Duncan: „Daar hou ik wel van, ja.”

Bent u nu gespannen?

Duncan: „Een positieve spanning. Alsof we een soort finale spelen.”

En zaterdag?

Lisca: „Rond elf uur ’s avonds is er altijd de meeste stress. Dan moet het feest nog op gang komen, is het achter de coulissen hysterisch en hectisch en loopt iedereen te schreeuwen. Er gaan dan ook altijd allerlei dingen mis. Dan bellen we elkaar op en zeggen niet eens meer normaal ‘hallo’.”

Duncan: „Om half twee komt er weer wat rust, al blijft de adrenaline wel pompen. Maar als ik dan zie dat het feest begint te flowen, is het tijd voor het eerste biertje.”

Lisca: „Ja, doei!”

Duncan: „Nee echt, vorig jaar heb ik tot half één niet gedronken.”

Veel bezoekers nemen xtc. Nooit bang dat ze te ver gaan?

Duncan: „Vorig jaar is er een meisje overleden. Volgens de media zou ze op ons feest drugs hebben gebruikt, maar ik weet: het was erna. Weet je wat vervelend is: al vijftien jaar geef ik feesten en nooit staat in de krant hoe leuk het was. Nooit. Altijd gaat het over het aantal aanhoudingen. Vroeger voelde ik me daar verantwoordelijk voor. Nu niet meer. Als mensen drugs gebruiken moeten ze het zelf maar weten. Als je twintig biertjes drinkt ga je ook niet achter het stuur zitten.”

Jullie organiseren nu alleen nog Sensation. Waarom?

Duncan: „Het kwam door ID&T Radio. Ik had dat voor veel geld opgezet, maar het liep niet lekker. En het begon te voelen als werk. Er waren dagen dat ik opstond en er geen zin in had. Het werd ook te veel: ik had een radiostation, een strandtent, een restaurant, een magazine en ik organiseerde feesten. Ik was niet vrolijk meer.”

Lisca: „Ik kwam daar pas later achter. Hij liet het thuis niet merken.”

Duncan: „We wilden toen even weg. Weg uit Amsterdam. Ver weg.”

U had er niets aan dat u eerder in India in aanraking was gekomen met de Bhagwan?

Duncan: „Ik heb een tijdje geprobeerd te mediteren, maar dat zit toch niet in mijn koker.”

Lisca: „Onze twee kinderen gaan wel naar de Vrije School. Daar brengen ze spiritualiteit in de praktijk: ze zingen, ze dansen en vieren dat het winter wordt.”

Bent u zelf veranderd?

Duncan: „Ik rijd nu Toyota Prius, terwijl ik een echte autofreak ben en altijd in Lamborghini’s en Porsches heb gereden. Maar los van het milieu is het simpel: je kind met een Porsche afzetten voor het schoolplein van de Vrije School, dat kán gewoon niet. Niet dat ik uitsluit dat ik ooit weer in een dure auto ga rijden, hoor. Ik vind: je mag jezelf af en toe een mooie auto gunnen.”

Hedonisme. Er zijn mensen die dat oppervlakkig vinden.

Duncan: „Onze feesten zijn ook voortgekomen uit hedonisme: ‘Je hebt geen recht op morgen, dus geniet nu!’, is de lijfspreuk. En die gaat uit van de gedachte: ‘En nou ga ik eens even lekker een dík kaartje kopen en daar ga ik dan straks op zo’n feest héél dík van genieten’. Dat is de branche waarin wij zitten. Dat is wat wij verkopen. En dat is ons geloof. Wij geloven dat we hier blij van worden.”

Speelt uw overleden broer daarin nog een rol?

Lisca: „In de show komt zijn foto soms voorbij op het grote scherm. Heel snel, één seconde.”

Duncan: „Als knipoog.”