`Ik jou sla`, dat is echt de volgorde waarin het brein denkt

Rotterdam. Iedere Nederlander zegt het zo: `ik sla jou`. Maar wie het in gebarentaal mag zeggen, doet: ik jou sla. Het is vrijwel onmogelijk het anders te doen. Deze tweede, ook voor veel andere talen ongewone volgorde blijkt de meest fundamentele te zijn als mensen woordloos een actie-met-lijdend-voorwerp uitbeelden. Dit ontdekte een team onder leiding van de Amerikaanse psycholoog Susan Goldin-Meadow. Ook de Nijmeegse taalkundige Asli -zyürek is betrokken bij het onderzoek, dat volgende week verschijnt in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. De basisvolgorde `ik jou sla` is in ongeveer de helft van alle talen de standaard; de andere hebben `ik sla jou`.

Goldin-Meadow vermoedt dat de volgorde `subject-object-actie` de natuurlijke volgorde is waarin het brein gebeurtenissen voorstelt. Ze stelt twee regels voor. Deelnemers (ik, jij) komen vóór de actie (slaan). Verder moet het object van actie zo dicht mogelijk bij de actie staan. Belangrijk is dat Goldin-Meadow heeft vastgesteld dat de volgorde `subject-object-actie` niet alleen in communicatieve handelingen voorkomt. Ze liet sprekers van vier verschillende talen niet alleen acties uitbeelden met gebaren, maar ook met tekeningen op transparanten die ze op elkaar moesten stapelen zonder dat er iemand meekeek. Ook deze stapelvolgorde kwam in hoge mate overeen met de volgorde `subject-object-actie` (ik jou sla). De verschillende standaardvolgordes van de moedertalen (Engels, Spaans, Turks of Chinees) hadden helemaal geen invloed.