‘Iedere gedreven schrijver is een terrorist’

‘Elk boek bevat geheimen die intact moeten blijven,’ zegt fictieschrijfster Charlotte Mutsaers; ‘en een meerduidig boek mag nooit eenduidig worden gemaakt.’ Mutsaers (Utrecht, 1942) publiceerde in januari van dit jaar Koetsier Herfst, haar eerste echte roman sinds Rachels Rokje (1994) en de twaalfde titel in een oeuvre waarin experi- mentele (autobiografische) romans worden afgewisseld met eigenzinnige essaybundels. In Koetsier Herfst , enthousiast besproken maar omstreden door onder meer een opvallende rol voor de figuur van Bin Laden, beschrijft Mutsaers de gedoemde liefde van de Amsterdamse schrijver Maurice Maillot en de fanatieke dierenactiviste Do. Aanleiding genoeg voor een gesprek met de schrijfster in haar huis boven een etalage met schelpen en andere zeesouvenirs – in het hart van de Belgische havenstad Oostende, waar het tweede deel van Koetsier Herfst zich afspeelt.

Meer dan de helft van uw roman ‘Koetsier Herfst’ speelt zich af in Oostende. Wat maakt die stad nog aantrekkelijker dan Amsterdam, waar het eerste deel gesitueerd is?

,,De locaties komen voort uit het verhaal, en de volgorde had niet anders kunnen zijn. Maurice is een Amsterdamse schrijver, maar hij wordt verliefd op iemand met business in Oostende; met hun nieuwe liefde komen ze aan in een totaal vreemde stad – dat is een mooi uitgangspunt. Voor mij is het logisch om te schrijven over een plaats die ik goed ken, want ik doe nooit research voor mijn boeken. Oostende is mijn tweede stad, al sinds 35 jaar, toen mijn man en ik hier na een fietstocht door Engeland met de boot aankwamen. Ik wissel het werken hier af met Amsterdam, en met het Franse platteland. Je kunt je flink verscheurd voelen door het wonen op verschillende plaatsen, maar het houdt wel je blik fris. Zoals er mannen zijn die overspel plegen en pas daardoor de waarde van hun vrouw leren kennen.”

Is Oostende de Vlaamse versie van het eiland Nantucket, het zeebonkenuniversum uit ‘Moby-Dick’ waarnaar u nadrukkelijk verwijst?

,,Oostende is geen centrum van de walvisvaart; het is de ‘Europese draaischijf voor levende kreeft’, zoals Do in de roman zegt. Alleen al voor de eindejaarsfeesten wordt er op het vliegveld 750 ton kreeft aangevlogen , en daarmee is het een goede locatie voor een roman over een dierenbevrijdingsactiviste. Vroeger was Oostende de koningin der badsteden, en nog steeds is er overal de zee: elke straat in de stad komt erop uit.”

‘Zonder muze gaat het niet’ schrijft Maurice. Was Oostende de uwe?

,,Oostende is het decor, de eigenlijke muzen waren mijn personages: Maurice en Do, de geblokkeerde schrijver en zijn gedoemde geliefde. Hen ben ik gevolgd. Ik fantaseer veel over mijn personages, daarom mogen het er niet te veel zijn. En bovendien: à deux komt de mens het best tot zijn recht. Uitgesponnen familieverhalen kan ik niet velen, kletsende bijfiguren boeien me niet. Het moet een beetje rustig blijven; bij de Kuifje-verhalen die ik vroeger las had ik dat ook. Bij meer schurken was het minder leuk.

,, Ik werd tijdens het schrijven van Koetsier Herfst zo verzot op mijn personages dat ik zelfs door ben gegaan toen ik het boek eind 2005 af had. Ik kon Maurice niet meer loslaten en wilde ook zíjn einde beschrijven. Zo ontstond een deel III van nog eens 200 pagina’s, met als titel ‘Appetite for destruction’, net als ‘Use your illusion I’ en ‘Use your illusion II’ ontleend aan cd’s van Guns N’ Roses, waarvan de titels tijdens het schrijven sterke stimulantia waren. Toen dat af was, zat ik met een soort nageboorte van een boek dat organisch, dus naar vorm en inhoud, allang rond was. Dus wat moest ik? Het is niet makkelijk om jezelf toe te geven dat je twee jaar voor niks hebt gewerkt. Ik besloot om het manuscript zonder verder commentaar aan mijn redactrice Suzanne Holtzer te geven; als ik gelijk had en het boek was na 400 pagina’s werkelijk zo af als ik dacht, dan zou zij dat moeten opmerken. En laat dat nu gebeuren! Niet dat deel III haar slecht beviel, maar ze vond het een boek apart. Zo heeft ze mij voor een misstap behoed. En de volgende keer kies ik weer gewoon een muze die zich veilig buiten mijn boek bevindt.”

Volgens Maurice moet je ‘wachten met het echte schrijven van een boek totdat je het einde kent’.

,,Ik ben niet zo als Maurice; pas op de helft van het boek deed het einde zich aan mij voor. Bij het schrijven ga je steeds meer in het boek op, je krijgt er als het ware een nevenleven bij, waarin je volledig de baas bent; de ene verbeelding haalt de andere uit. Dat moet dan allemaal nog wel vormgegeven worden. Ik schrijf langzaam, alleen al om het er natuurlijk uit laten zien, en ik blijf herschrijven aan het geheel. Niet om het te verfraaien maar om dichtheid te bereiken. Je krijgt ook een beter schilderij als je telkens het totaal bekijkt.”

‘Koetsier Herfst’ is opgedragen aan alle ‘prisoners of compassion’. Wie zijn dat?

,,Het begrip prisoners of compassion kwam ik een paar jaar geleden tegen; ik was er ondersteboven van. Op letterlijk niveau is het iemand die dieren bevrijdt – bijvoorbeeld honden of apen uit een proeflaboratorium – en die dan nota bene gevangen wordt gezet omdat hij goed heeft gedaan. Medelijden is nu eenmaal een lastige emotie; mensen nemen je het niet in dank af, en zelfs het bevrijde dier zal je er niet voor belonen. In overdrachtelijke zin kun je ook de gevangene van je medelijden zijn, omdat je er weerloos tegen bent. Het overvalt je, zoals verliefdheid. Je hele beleving wordt erdoor verziekt, zegt Do, en ze voegt eraan toe dat er voor de zachtmoedige maar één weg open staat: ‘hard worden, bikkel-, bikkelhard.’ Iets waar ze zelf uiteindelijk niet in slaagt. Hoe kun je nog leven met medelijden, dat is een van de thema’s van de roman.

,,Nietzsche beschreef medelijden als een slappe emotie; maar omdat de wil er geen vat op heeft toon ik liever wat het met je doet. Dierenterroristen worden altijd op een rare manier weggezet, maar hun activisme wordt uit diepe wanhoop geboren. Ze hebben hun vrijheid of zelfs hun eigen leven voor hun opvattingen over. Ik bewonder ze daarom, maar vind wel dat je eigen leven vóór alles gaat. De opdracht ‘aan alle prisoners of compassion’ kun je ook een beetje als een waarschuwing lezen.”

Heb je een tendensroman geschreven, een boek dat de wereld moet veranderen?

,,Dat niet, al ben ik doodgelukkig als iemand mij vertelt dat hij dankzij Koetsier Herfst voortaan van de kreeft afblijft. Maar het is geen actieboek, ook al ben ik erg polemisch ingesteld en steeds radicaler in wat je mijn ‘anti-speciëcisme’ zou kunnen noemen: geen enkel leven is meer waard dan het andere. Punt uit. Gelijke monniken, gelijke kappen, dat is mijn motto, en het is niet toevallig ook de kernzin uit Zomerchloor, de roman die Do op het spoor van Maurice heeft gezet. Er zit nóg zo’n zin in Koetsier Herfst, uit een betoog van Osama Bin Laden: ‘Is uw bloed bloed en het onze water?’ Die twee uitspraken zijn broertje en zusje. Het zijn alle twee frases die je niet zonder consequenties kunt omhelzen. Ze plaatsen je buiten de consensus in deze wereld; als je er gevolg aan geeft, is eenzaamheid je deel. Do doet dat, én Maurice doet dat. Daarom vallen ze ook op elkaar, en daarom lopen ze op Kerstavond als verstotelingen door Oostende, op zoek naar een vegetarische maaltijd terwijl de rest van de wereld lekker zit te schransen.”

Even terug naar Bin Laden. De titel van ‘Koetsier Herfst’ is ontleend aan een van zijn gedichten, en Do is zijn grootste fan. Wat fascineert u in hem?

,,Ik heb een roman geschreven en geen essay. Het gaat er dan ook niet om wat ik met Bin Laden heb, maar om wat Do – en in haar voetspoor Maurice – met hem heeft. Vergeet ook niet dat ik de titel van de roman bewust binnen de fictie heb getrokken door Maurice Maillot als schrijver van Koetsier Herfst te laten opdraven. Heel complex dus, en het laatste dat mag gebeuren is dat een meerduidig boek door een interview eenduidig wordt gemaakt. Dat staat gelijk aan creatieve zelfmoord. Bovendien bevat elk boek geheimen die intact moeten blijven, altijd.

,,Mijn Amsterdamse buurman Jan Lenferink heeft mijn boek een roman de guerre genoemd. Dat is het onder andere omdat het uit alle macht de consensus wil ondergraven. Een consensus waarvan Bin Laden als icoon van het kwaad deel uitmaakt. Bin Laden zit in ieders leven met een voornamelijk door anderen opgelegde betekenis. Ik probeer te knabbelen aan de eenduidigheid van het icoon, ik wil alles wegen, elke parti-pris ondergraven. Bin Laden past goed bij het personage Do, behalve bloedmooi is hij een logisch voorbeeld voor iemand die door anderen als radicaal wordt beschouwd.”

Bent u het eens met wat Do beweert: ‘Radicaal bestaat niet. Er zijn alleen verschillende standpunten’?

,,Ja, voor de volle honderd procent. De mensen gebruiken dat woord voornamelijk als ze het hardgrondig met iemand oneens zijn. Koetsier Herfst is een poging, zoals al mijn werk, om tegen alles vrij aan te kijken. De literatuur staat op twee belangrijke poten: herkenbaarheid en onherkenbaarheid. Ik acht het mijn taak het onherkenbare herkenbaar te maken. Elke gedreven schrijver is een terrorist en bevindt zich uit overtuiging in de marge, waar zich niet toevallig ook de bron van de creativiteit bevindt. Maar daarom hoeft hij zijn leven toch niet in een grot te slijten?”

‘Er wordt vaak geklaagd over de ongeloofwaardigheid van romans,’ schrijft Maurice, maar ‘niets [is] zo ongeloofwaardig als het leven’. Dat klinkt als een expliciete verdediging van een roman waarin de gekste dingen gebeuren.

,,Behalve een liefdesroman en een ideeënroman is Koetsier Herfst ook een poëticale roman, die naar zichzelf verwijst. Maar naar mijn idee is het allemaal niet zo vreemd wat er gebeurt. Of iets als gek wordt ervaren, hangt met de consensus samen. Maurice en Do hebben hoogstens een wat ongebruikelijke verhouding tot hun geslachtelijkheid; de plasseks die ze praktiseren is hun manier om rollengelijkheid te verwezenlijken: er kunnen er twee geven, en er kunnen er twee ontvangen. Bovendien is plas natuurlijk lekker warm.”

Er zijn lezers die u de plasseks niet in dank hebben afgenomen. Ze vonden zoiets niet passen bij de schrijfster Charlotte Mutsaers.

,,Dat lijkt me sterk, want zelf heb ik maar één zo’n lezer ontmoet en ik heb op dit boek toch honderden persoonlijke reacties gekregen. En bij mijn weten is ook geen enkele criticus erover gevallen. Natuurlijk, iets wat afwijkt van het reguliere zal gerust wel eens iemand tegen de haren strijken. Maar waar zou je je over opwinden? Mijn personages zijn heel lief voor elkaar; Maurice gaat mee in Do’s verlangen, zoals hij ook mee gaat in haar vegetarisme; hij is volledig in haar ban. Ik ben niet zo bezig met de lezer, maar het gaat om de dosering. Alles met mate. Ik hoop dat de lezer als hij de roman dichtslaat zal zeggen: ik vond het eerst vreemd, maar nu ik erover heb nagedacht, is het helemaal niet zo raar meer. Verdeel de dingen niet in raar en gewoon, dat is de aansporing in mijn boek. Maurice en Do zouden niet eenzaam moeten zijn, maar ze zijn het wel – ze passen niet in de massa.”

In de literaire kritiek heeft ‘Koetsier Herfst’ bijna unaniem enthousiaste reacties opgeroepen. Maar zoals Arnold Heumakers deze maand in ‘De Revisor’ betoogt: het is vooral de springerige vorm en de stijl die geprezen wordt. Hebben de recensenten de roman wel begrepen?

,,Meestal praat ik niet over kritiek. Zodra een boek af is, mogen anderen hun zegje doen. Je hoeft je geesteskind uiteraard niet alles te laten welgevallen, maar de schrijver moet de discussie min of meer ongestoord zijn gang laten gaan.

,,Ik was natuurlijk dolblij met de warme ontvangst. Dat neemt niet weg dat ook ik wel eens dacht: bij zoveel enthousiasme moeten de critici toch bij de lurven zijn gegrepen; waarom lees ik dan zo weinig over ontroering, over ontsteltenis? Omdat de vorm zo heeft gefascineerd – en kun je vorm en inhoud dan toch scheiden? Of komt het door mijn explosieve materiaal? We leven tenslotte in een tijd dat de terrorist heel vaak ten onrechte in een verderfelijke hoek wordt gezet. Dat zou best meegespeeld kunnen hebben. Consensus blijft consensus. Het zij zo. Intussen zijn behalve het uitstekende stuk van Heumakers ook in België grote tijdschriftstukken verschenen die meer op, laten we zeggen, de gevaarlijke kanten van het boek ingaan. Ik vind dat een geschenk.”

Heumakers ziet Do als een Jezusfiguur, iemand die haar mens-zijn offert om de dieren, in dit geval de kreeften, te verlossen.

,,Ja, heel interessant. Bij elke interpretatie waarmee de lezers komen, zeg ik: dat biedt het boek aan. Zoals Maurice zegt wanneer hij het biermerk Jupiler leest als Jupiter: ‘Allicht las ik alleen wat ik lezen wou, wie niet?’ Je kunt niet een meerduidig boek schrijven en vervolgens zeggen dat je één interpretatie wil. Daarom vind ik het ook zo moeilijk om te praten over mijn eigen boek. Ik denk voortdurend: ja maar, ja maar, bij alles wat je zegt leg je het vast. Daarom geef ik ook nooit lezingen over mijn werk.”

Schoonheid geeft houvast, zegt Maurice ook.

,,Er is in de dagelijkse kranten niet altijd plaats voor een grondige analyse – zeker niet van een boek waarin het hele leven in zijn volheid opdraaft. Wat je in een recensie zoekt is dat mensen enthousiast gemaakt worden om je roman te lezen. Je wilt als schrijver dat er aandacht aan de taal wordt besteed, dus je hoort graag dat de stijl goed is. En juist als je vindt dat iets goed is geschreven, word je bang om het na te vertellen. Maar ook mooie woorden hebben iets te vertellen.”

Charlotte Mutsaers: Koetsier Herfst. De Bezige Bij, 462 blz. € 22,50Het artikel van Arnold Heumakers staat in De Revisor 2-3 (2008). Querido, 168 blz. € 16,50