Hij was iets heel kleins aan het maken. Met zand

Het schijnt ook bij andere mensen voor te komen. De ene dag ben je de gelukkigste mens van de wereld, of je houdt jezelf dat voor. Een dag later is alles zwart, donkerblauw of op zijn minst bruin. Nee, toch echt zwart. Dat gebeurt weleens.

Toen ik nog in de gelukkige zone zat, eerder deze week, wandelde ik met mijn broer door Amsterdam, over de afschuwelijke Nieuwendijk, de winkelstraat waarvan de Taft en de McDonald’s de esthetische hoogtepunten zijn.

Op de hoek bij de Dam zagen we een man gehurkt bezig met iets. Hij was iets heel kleins aan het maken. Met zand. Een zandbeeldhouwer. Je ziet zandbeeldhouwers niet vaak op de hoek van de Nieuwendijk en de Dam, en volgens mij zijn hun werken meestal omvangrijker – enorme vrouwfiguren met allerlei borsten, liggend op het strand, dat genre.

Deze man was met een zakje zand bezig met een miniatuurtje. We moesten er heel dichtbij gaan staan om te zien wat hij maakte. Het waren de Simpsons, gezeten op een bank. Niet het allermakkelijkste beeld om van zand te maken. Bovendien leek de hele onderneming me weinig lucratief, omdat de man met zijn rug naar het passerende publiek toe bezig was, en zo de Simpsons aan het beeld onttrok.

In het bakje dat hij voor geld had neergezet, lag dan ook bijna niets.

Mijn broer en ik liepen verder naar de Hema en probeerden te bedenken wat iemand bezielde om op een hete middag een zeer kleine, maar fantastisch gedetailleerde en goed gelijkende zandsculptuur van de Simpsons te maken op een vreselijke straathoek. We kwamen er niet helemaal uit. Creatief met zand, maar verder weinig zakelijk inzicht. Zoiets.

Toen we een kwartier later weer langs de man liepen, werd hij net aangesproken door twee politieagenten. Ze wilde dat hij zijn beeld opbrak en wegging. Dat hij al uren met dit monnikenwerk bezig was, vonden ze niet interessant. Dat de Simpsons heel goed leken, ook niet. Ze waren bezig met de handhaving van een of andere wet, het algemene verbod op zandsculptuurtjes, of iets dergelijks.

Om de politie te pesten liep mijn broer gauw nog naar de man toe en gaf hem wat geld. Daarna liepen we door en vergat ik het allemaal.

En nu, een paar dagen later, in mijn nieuwe stemming, vind ik het ineens een van de treurigste straattafereeltjes die ik ooit gezien heb.

Aaf Brandt Corstius