Het ruikt prettig naar kreeft in Souris

Het is een oud patroon. Autochtonen halen hun neus op voor het lage loon. Immigranten grijpen de kans met beide handen aan. In het Canadese dorp Souris gaat het ook zo. En altijd zijn er ook lui die klagen over de indringers.

Vissersbootjes varen af en aan bij een werf nabij Souris, een dorp in de Canadese oostkustprovincie Prince Edward Island. Te midden van tientallen schuurtjes en stapels kreeftenvallen aan de wal meren ze aan bij Ocean Choice, een inkoper van de kreeftenvangst. Twee vissers tillen een paar kratten vol kreeften aan wal om te laten wegen. Eén van hen pakt er een joekel uit: een enorme kreeft van een jaar of zeven. Klauwen en sprieten bewegen in de lucht.

„Het is een goed jaar”, zegt de visser. Al tientallen jaren zit hij in de visserij, van oudsher de basis van de plaatselijke economie. „We hebben veel gevangen.” Bovendien zitten er een hoop kleintjes in het water, zegt hij. Die moeten worden teruggezet, maar het is veelbelovend voor de toekomst. Alleen: zijn kosten lopen op, vooral voor brandstof. En de kreeften brengen minder op dan in voorgaande jaren: 4 à 5 Canadese dollar (2,5 à 3 euro) per pond, in plaats van de 6 dollar die hij enkele jaren geleden kreeg. „De prijs is laag.”

Souris, een dorp van 1.300 inwoners in een rustieke uithoek van Atlantisch Canada, merkt de harde economische realiteit van de lobster business dagelijks. Ocean Choice heeft er een moderne verwerkingsfabriek voor de kreeftenoogst – één van de grootste plaatselijke werkgevers, naast landbouw en een veerpont. Maar ondanks een werkloosheid van 10 procent (van de beroepsbevolking) in landelijk Prince Edward Island kan het bedrijf geen mensen vinden om kreeften te bewerken – ongeschoold werk dat 9 à 10 dollar per uur opbrengt.

„We hebben van alles geprobeerd, plaatselijk en regionaal”, zegt Ethel Macdonald, personeelsmanager van de fabriek met bijna 500 arbeidsplaatsen. „We kunnen geen arbeiders krijgen die bereid zijn te blijven voor ons hele seizoen, van mei tot december.” Jongeren uit Atlantisch Canada blijven niet in de regio voor zulke laagbetaalde baantjes, weet Macdonald. „Jonge mannen, jonge stellen gaan allemaal naar Alberta.”

De westelijke prairieprovincie Alberta is de economische hausseprovincie van Canada wegens de teerzanden, ’s werelds grootste voorraad van onconventionele olie. Wegens de hoge olieprijs wordt de winning daar drastisch opgevoerd, en komt Alberta tienduizenden mensen tekort. De provincie werft in alle delen van het land, ook in de economisch achterblijvende Atlantische regio. Bouwvakkers, timmerlieden, loodgieters en wie dan ook kunnen in het westen zo aan de slag voor 40 dollar per uur.

Tegen zulke lonen kan de visserij niet op, zegt Dana Drummond, hoofd marketing bij Ocean Choice. Aanbod uit de zee is hoog, en vraag naar Noord-Amerikaanse kreeften, een luxeartikel, staat onder druk wegens de economische stagnatie in de VS, de grootste afzetmarkt. „Als je wat minder verdient, dan is de kreeft een van de eerste dingen die je laat staan”, zegt hij. Winstmarges van Ocean Choice, een privébedrijf dat jaarlijks ongeveer tien miljoen pond kreeft bewerkt, zijn dan ook magertjes op zijn best. Hogere lonen zitten er niet in.

Vandaar dat Ocean Choice zijn arbeid tegenwoordig verder van huis zoekt: in Rusland en China. Voor het derde jaar op rij heeft het bedrijf Russen naar Souris gehaald om de kreeftenoogst te verwerken – dit jaar bijna 90, de grootste groep tot zover. Ook zijn er 30 Chinezen aangetrokken voor het tijdelijke werk, tot het einde van het jaar. Samen met werkers uit Newfoundland is de bevolking van Souris aangegroeid met zo’n 200 gastarbeiders.

In een felverlichte productiehal van Ocean Choice zijn zo’n honderd van hen druk in de weer aan een reeks tafels en lopende banden. Ze zijn gekleed in witte kaplaarzen, haarnetten, plastic handschoenen en blauwe schorten met hun namen erop: Aleksandr, Irina, Sergey, Jia Mei Wang. Gele kratten met gekookte kreeften doen de ronde; sommige arbeiders hakken klauwen open, anderen peuteren er vlees uit met kleine vorkjes. Er staat water op de grond; een medewerker dweilt restjes richting afvoer. Het ruikt prettig naar kreeft.

Vadim Lystkov, een 33-jarige Rus uit Kaliningrad, staat aan de verpakkingslijn. Hij stopt hele kreeften in voorgeproduceerde zakjes met het (vertaalde) opschrift ‘Harbor Banks: gekookt, ingevroren kreeftenvlees. Product van Canada (900 gram)’, voor distributie in de VS. Hij is ingegaan op een advertentie in de krant, vertelt hij in gebroken Engels. „Ik ben met mijn papieren naar het bedrijf gegaan en heb documenten gekregen om hier naartoe te komen.”

Lystkov, die in Rusland in het leger diende en als manager werkte in de bouw, mag tot eind december in Souris blijven met zijn tijdelijke werkvisum. Dan moet hij terug. Hij weet al dat hij volgend jaar weer wil komen. Hij wil in Canada een nieuw leven beginnen – ook al bestaat er geen garantie dat hij daar de kans toe krijgt. „Ik heb altijd gedroomd van dit land”, zegt hij stralend. „Het is nog mooier dan ik dacht. De huizen, de natuur, de oceaan. Canada is vrij en veilig.”

Lystkov is met een collega ondergebracht in een huis in Souris. Huisvesting van de gastarbeiders wordt geregeld door Ocean Choice, tegen inhouding van 250 dollar per maand aan huur. Het bedrijf betaalt de retourvlucht. Lisa Mossey heeft een dagtaak aan de logistiek om de buitenlandse werkers naar Prince Edward Island te halen. Aan de muur van haar kantoor hangt een woordenlijst, beginnend met: ‘Hello = Privet’. „Ik wou dat ik Russisch sprak”, zegt ze, nadat een Russische vrouw heeft aangeklopt met een vraag.

„Zonder huisvesting kunnen de Russen hier niet komen werken”, aldus Mossey. „Maar vanuit het buitenland kunnen ze niet naar woonruimte zoeken, dus dat doen wij voor ze. We hebben een lijst met verhuurders en proberen iedereen onder te brengen. Bijna allemaal verblijven ze in Souris; ongeveer 15 mensen wonen drie kilometer verderop. De meesten delen een kamer. Souris zit zo ongeveer aan de limiet.”

Als het aan Ocean Choice lag, kwamen er nog meer gastarbeiders. Het bedrijf vindt de federale regeling voor tijdelijke werkers – waarbij jaarlijks 90.000 buitenlandse arbeiders naar Canada komen om te werken in landbouw en andere sectoren – te terughoudend en inflexibel. De overheid stelt strenge eisen aan gegadigden voor een tijdelijk werkvisum, en is beducht voor werkers die in de illegaliteit verdwijnen. Met de Russen in Souris is dat een enkele keer gebeurd.

Een dorp als Souris ziet tijdelijke werkers echter als een kans om mee te profiteren van immigratie in Canada. Het land, dat kampt met vergrijzing en een laag geboortecijfer, neemt jaarlijks een kwart miljoen immigranten op – op een bevolking van 32 miljoen. Veruit de meesten van hen vestigen zich in grote steden als Toronto, Montreal en Vancouver; provincies als Prince Edward Island, die toch al kampen met stagnatie van hun bevolking, hebben er nauwelijks voordeel van.

Mossey, zelf opgegroeid in Souris, is blij dat haar dorp nu toch nieuwkomers trekt. Op zaterdagavond zit de plaatselijke legioenshal boordevol, vertelt ze. „Er wordt gedanst, er is echt leven in de brouwerij.” Er zijn wat klachten geweest over dronkenschap en lawaai, maar over het algemeen zijn de werkers welkom.

De Russische invloed is duidelijk merkbaar in Souris, een historisch dorp met vrijstaande houten huizen in pasteltinten. In de hoofdstraat lopen jonge mannen in trainingsbroeken naar de supermarkt. Voor het raam van een oud pand hangt een Russische wit-blauw-rode vlag – een opmerkelijke gelijkenis met de blauw-wit-rode vlag van de oorspronkelijke Franstalige kolonisten van de regio, de Acadiërs, die op de onderste helft van houten masten is geschilderd (Souris werd in 1727 gesticht als vissersplaats, en draagt als naam het Franse woord voor muis, naar een reeks muizenplagen in de achttiende eeuw).

Aan de overkant heeft Denis Thibodeau, loco-burgemeester van Souris, een winkel met lijsten en regionale kunst. Hij verkoopt voornamelijk aan de toeristen die Prince Edward Island bezoeken. Hoewel de gastarbeiders niet tot zijn klanten behoren, ziet hij toch voordeel in hun bijdrage aan de plaatselijke economie: „Zij kopen bij de plaatselijke winkel, de man van de winkel koopt bij mij een lijst.”

Thibodeau beschouwt de Russen en Chinezen als nieuw bloed voor Souris. „Wij hebben het goed in vergelijking met andere kleine plaatsen”, zegt hij. „We hebben enige industrie en de haven, dat betekent werkgelegenheid voor de mensen hier en voor buitenlandse arbeiders. Het zou goed zijn als sommigen kunnen blijven, hier wortel schieten en een huis kopen. In plaats van een aflopende bevolking hebben we dan groei. Dat is alleen maar goed voor het dorp.”

Derde aflevering van een zomerserie over de economie van het dorp. Voor de vorige afleveringen zie: nrc.nl/economie