‘Gouden bloem’ maakt Chinezen trots

Jie Zheng kon gisteren niet voorkomen dat de finale van Wimbledon tussen Serena en Venus Williams gaat. Toch is China trots op de tennisster die in Londen internationaal doorbrak.

Danielle Pinedo

Met nog ruim een maand te gaan tot de Olympische Spelen in Peking heeft China er een nieuwe sportheldin bij. Want Jie Zheng mag morgen dan niet in de finale van Wimbledon staan, zij heeft in haar geboorteland een mediahype ontketend waar die van Andy Murray in Engeland bescheiden bij is. Naar schatting honderd miljoen Chinezen waren gisteren via de televisie getuige van haar eervolle nederlaag in de halve finale tegen Serena Williams: 6-2 en 7-6.

De zegetocht van de nummer 133 van de wereld begon in Londen met haar overwinning op de Slowaakse subtopper Dominika Cibulkova. In de volgende ronde schakelde zij de Britse Elena Baltacha uit. Maar de Chinese speelde zich pas echt in de kijker toen zij met opvallend gemak van de nummer één van de wereld won. Ana Ivanovic oogde flets bij de snelle en flegmatieke speelster die vorig jaar een vrije val op de wereldranglijst maakte door een enkelblessure.

„Ze serveert en retourneert sterk”, zei Ivanovic na haar nederlaag, verleden week vrijdag. „En ze slaat ballen zó laag over het net, dat ze met grote snelheid op je afkomen.”

Ook Serena Williams had de nodige moeite met Zheng, die als voormalig dubbelkampioen een wildcard van de toernooiorganisatie had gekregen. Leek de Chinese in de eerste set nog geïmponeerd door het power play van de achtvoudig grandslamwinnares, in het tweede bedrijf concentreerde zij zich op haar eigen sterke punten: harde, vlakke ballen en een groot loopvermogen. Op 6-5 voorsprong in de tweede set kreeg de Chinese zelfs een setpunt op de service van Williams. Maar haar return belandde tegen de netband. „Een gemiste kans”, zei ze achteraf. „Ik begon te veel na te denken.”

De opmars van ‘Gouden bloem’, zoals de Chinese media haar noemen, komt als geroepen. Na de opstand in Tibet, de protesten rond de olympische fakkeltocht en de recente aardbeving in Sichuan snakt het land naar goed nieuws. En wat is er opwekkender dan een tennisster die niet alleen de laatste vier van Wimbledon haalt – als eerste Chinese – maar ook aankondigt dat zij een deel van haar prijzengeld aan de slachtoffers in haar geboorteregio wil doneren? „Jie Zheng houdt de herinneringen aan Sichuan levend”, schrijft een bezoeker van de populaire Chinese website Sina.com.

De vraag is of haar wens gehonoreerd wordt. Hoewel Zheng het niet wilde bevestigen, zijn Chinese sporters volgens de internationale tennisfederatie WTA verplicht om 65 procent van hun prijzengeld aan de nationale sportautoriteit af te staan. Tot vier jaar geleden mochten Chinese tennissters alleen aan nationale toernooien deelnemen; het internationale circuit was voor hen een onbereikbare droom. Toen de Chinese tennisbond wonderkind Shuai Peng in 2003 toestemming gaf om zich voor de Amerikaanse Evert Tennis Academy in te schrijven, werd dat alom als een doorbraak beschouwd.

Ook Zheng (24) plukt de vruchten van een soepeler beleid. Twaalf jaar nadat zij als 7-jarig meisje werd gescout door de staat, speelde ze in Engeland haar eerste buitenlandse toernooi. Kwam ze daar nog binnen als nummer 459 van de wereld, in oktober 2003 drong ze de tophonderd binnen. Haar hoogste positie bereikte de Chinese in het jaar voor haar blessure: 27. Die ranking is na dit toernooi weer binnen handbereik; naar verwachting vindt de Chinese haar naam vanaf maandag terug rond plaats veertig van de nieuwe ranglijst.

Op de vraag wie er volgens haar morgen de eindstrijd gaat winnen antwoordde Zheng met „Serena”. De jongste van de twee Williams-zusjes maakt in Londen meer indruk op Zheng – en daarin staat zij niet alleen. Serena en Venus speelden twee keer eerder een Wimbledon-finale tegen elkaar; Serena won beide ontmoetingen. „Serena serveert ontzettend hard”, zei Zheng bewonderend. „Maar als ik hard train kan ik haar op een dag misschien verslaan.”

Met honderd miljoen landgenoten achter zich moet dat zeker lukken.