Een ongebruikelijk mengsel van thrillen en tobben

Gianrico Carofiglio: Met gesloten ogen. Vertaald door Rob Gerritsen. Prometheus/Nero, 232 blz. € 17,95

Italiaanse loomheid is fraai en aanstekelijk. In Met gesloten ogen, een legal thriller en de tweede roman van anti-maffia-aanklager, senator en schrijver Gianrico Carofiglio, is het tempo van de Zuid-Italiaanse stad Bari verwerkt. Dat betekent veel rondhangen op straat en op feestjes, voordat het felle duel in de rechtszaal opvlamt. Hoofdpersoon is, net als in Carofiglio’s uitstekende debuut De onbewuste getuige, advocaat Guido Guerrieri, in de veertig en het vertederende slachtoffer van een joekel van een midlife crisis. Guido tobt over zijn relatie met zijn bovenbuurvrouw, over het nut van zijn werk, over de broze herinneringen aan zijn studententijd, zijn bange jeugd. Verlies is hier het sleutelwoord, maar op een geheel andere wijze vormgegeven dan hoe de Angelsaksische thrillertraditie een moede wetsdienaar pleegt neer te zetten (een cynische, werkverslaafde alcoholist).

Als Guido gek wordt van alle ‘zeikerds’, gaat hij slenteren, bijvoorbeeld door de rustige ‘straten’ van de megasupermarkten rond Bari: ‘Het geeft me een gevoel van vrijheid ’s middags rond te lopen tussen de schappen en de meest nutteloze dingen te kopen, de meest onwaarschijnlijke etenswaren, boeken met 20 procent korting.’ Guido ontspant in supermarkten en bij vage hippies; hij is, kortom, anders dan het jachtige slag advocaten dat legal thrillers altijd bevolkt.

Een watje is hij ook weer niet (‘Een constante factor in mijn leven is dat na een tijdje alles me irriteert’), want in de rechtszaal wordt deze tobbende metro- macho een vurige idealist en laat schrijver Carofiglio zijn minachting voor het tamelijk abjecte Italiaanse rechtsysteem de vrije loop. Het juridische gevecht in het boek betreft de zoon van de president van het hof van beroep in Bari, een psychopathische stalker die door de positie van zijn vader onaantastbaar is. Guido staat het meisje bij dat hem desondanks aanklaagt wegens mishandeling. Carofiglio kent macht en onmacht van Justitia beter dan collega’s als Grisham en roept een authentieke rechtbank op, waarin ook het systeem zelf terecht staat.

Als dit drama de lezer en de hoofdpersoon te veel wordt, drijven ze weer af naar een feestje waar de advocaat zich vermaakt door zich voor te doen als ‘druïdische astroloog’. Het maakt het boek tot een ongebruikelijke, maar geslaagde mengeling van thrillen en tobben, authentiek Italiaans zonder dat de geur van oregano je tegemoet slaat; Carofiglio vermijdt clichés en schept zijn eigen, lome Zuid-Italië.