Een heel leven in drie bedrijven

De tijd dat het Bolsjoi Ballet alleen in het nieuws kwam door schandalen is voorbij. Het gezelschap en het repertoire zijn vernieuwd, zoals binnenkort in Amsterdam te zien is.

Het Bolsjoi Theater in Moskou staat in de steigers. Niet voor zomaar wat onderhoud aan het roze stucwerk, maar voor een totale renovatie van hoofd- en bijgebouwen, van opslagruimtes en studio’s. Als het theater, dat uit 1824 dateert, na vier jaar verbouwen in 2009 heropent, heeft het hele project zo’n 430 miljoen euro gekost. Daarmee doet het theater zijn naam eer aan: ‘Bolsjoi’ is Russisch voor ‘groot’.

Producent Henk van der Meyden (70) houdt van groot. Hij brengt deze maand behalve het Bolsjoi Theater Orkest en een batterij technisch personeel, 130 dansers en solisten van het 232 jaar oude Bolsjoi Ballet naar Nederland met drie avondvullende producties: Het Zwanenmeer, Spartacus en The Bright Stream. In advertenties voor de dertien voorstellingen wordt het aantal medewerkers bijgehouden: 220, 226, 230. „Het verandert voortdurend”, aldus Van der Meyden. Terwijl hij het labyrintische gangenstelsel doorkruist van de New Stage, het tijdelijke Moskouse onderkomen van het gezelschap, onderhoudt hij intensief mobiel contact („Nadia, it’s me!”) met de tourmanager van het Bolsjoi. „In Carré is alles opgemeten; toneel, kleedkamers, gangen, wc’s. Over de weg komen zeven trucks met decors en kostuums. Ze wilden een hotel dat binnen tien minuten lopen van het theater ligt. Dat is niet gelukt. Nu moeten er steeds vier bussen worden geregeld. Gekkenhuis. Maar ja, ik wil dit nog één keer doen voor ik doodga.”

Zijn koortsachtige manier van doen is wel te begrijpen, gezien de omvang en kosten van deze onderneming. Het Bolsjoi Ballet kwam eind vorige eeuw bijna alleen nog in het nieuws door corruptieschandalen, gesprongen waterleidingen, machtsstrijd in de artistieke staf of het ontslag van een ballerina die te zwaar zou zijn. Nu beleeft de groep een ware renaissance. Internationaal staan bedrijven in de rij om financiële steun te bieden (Crédit Suisse is hoofdsponsor) en Engelse recensenten kwamen de afgelopen seizoenen superlatieven tekort voor het gezelschap, dat mede ‘dankzij’ de verbouwing van het eigen theater in Moskou tijd heeft voor lange tournees in het buitenland. Het Bolsjoi Ballet werd door de verzamelde Britse danspers uitgeroepen tot de beste buitenlandse groep en vooral Alexei Ratmansky (39), sinds 2004 artistiek directeur, en de jonge sterren Natalia Osipova (22) en Ivan Vasiliev (19) werden overspoeld met loftuitingen.

Als alles goed gaat, zal Vasiliev in Amsterdam zijn debuut maken als Spartacus in Yuri Grigorovitsj’ gelijknamige productie over de slavenopstand in het klassieke Rome. Met zijn revolutionaire verhaal, Grigorovitsj’ inventieve choreografie voor grote mannenensembles en lyrische duetten met spectaculaire, acrobatische lifts is het ballet typerend voor het Bolsjoi. Fysiek lijkt Vasiliev geschikt voor de rol: door zijn vrij compacte bouw en explosieve sprong- en draaitechniek is hij eerder een Spartacus dan een Siegfried, de romantische anti-held uit Het Zwanenmeer. „De rol van Spartacus is een droom”, zegt Vasiliev. Met een scheve grijns voegt hij daar aan toe: „Dat hij maar mag uitkomen. De kracht heb ik, maar het gaat om de emotionele invulling van het personage en ik ben andere rollen gewend.” Voor Basilio in Don Quichote, de rol waarmee hij ook in de Verenigde Staten pers en publiek in vervoering bracht, hoeft hij nauwelijks moeite te doen: „Dat ben ik gewoon zelf. Maar dit is een complexe, dramatische rol. Een heel leven in drie bedrijven.”

Ter voorbereiding kijkt hij naar oude opnames en leest hij over het oude Rome. Films als Gladiator vindt hij ook nuttig. Maar het oordeel van Yuri Vladimirov, zijn persoonlijke coach, is het belangrijkst: „Hij is de enige van wie ik iets aanneem, want hij was een van de eersten die deze rol danste. Vladimirov kent de Bolsjoi-traditie als geen ander.”

De coach, een melancholiek ogende,

grijze schim van wie moeilijk is voor te stellen dat hij ooit bekend stond als een van de meest energieke Bolsjoi-dansers, spreekt zijn pupil tijdens de repetitie onophoudelijk toe. Ook zonder vertaling is duidelijk dat hij hamert op een grote projectie van de rol, tot in de nok van het theater. Vasiliev luistert aandachtig.

Waar hij toe in staat is, blijkt niet zozeer tijdens deze repetitie, maar wel op YouTube. Diverse filmpjes tonen hem in klassieke solo’s. Eén ding staat vast: Vasiliev is een uitgesproken draaiwonder. Zijn record is een 21-voudige tour, pochte hij vorig jaar in een Britse krant. „Maar door de muziek kan ik er meestal slechts tien of elf doen.”

Dat Vasiliev nu al belangrijke rollen te dansen krijgt, komt door het nieuwe beleid van de Moskouse groep. Talentscouts zijn in alle voormalige Sovjetstaten op zoek naar jonge dansers die in Moskou een ‘versneld traject’ naar de hoogste rangen van het gezelschap kunnen volgen. Pure noodzaak, want na het opengaan van het IJzeren Gordijn werden veel talentvolle jonge dansers weggekaapt door kapitaalkrachtige gezelschappen in de Verenigde Staten en West-Europa, waardoor het solistentableau ‘vergrijsde’. „Het nieuwe beleid is goed voor het gezelschap”, zegt artistiek directeur Alexei Ratmansky, „maar pijnlijk voor gevestigde sterren. Zij konden kiezen: in een hoek gaan zitten mokken of harder werken en nieuwe stijlen leren.”

Ratmansky werkte zelf als danser in Denemarken, Canada en Rusland, maar nooit bij het Bolsjoi. Het was dan ook een verrassing toen hij werd gevraagd voor de zware functie van artistiek leider. Eind dit jaar vertrekt hij alweer. Het leidinggeven aan een gezelschap met 220 dansers valt niet te combineren met zijn choreografische ambities, concludeert hij. „Je moet je voegen naar de stijl van de groep. Bij een kleiner gezelschap – tachtig of negentig dansers die ik zelf had kunnen selecteren – was het makkelijker geweest.” Ondanks zijn bedenkingen heeft hij een aantal succesvolle choreografieën gecreëerd en het repertoire uitgebreid. In nog geen vier jaar slaagde hij er in niet alleen het tableau, maar ook het repertoire een opfrisbeurt te geven. „Toen ik hier kwam, gebeurde er op creatief gebied vrijwel niets, maar de afgelopen vier jaar zijn er 24 nieuwe producties uitgebracht, klein en groot. Ik laat een gezond gezelschap achter.”

’s Avonds bruist de vitaliteit

het publiek tegemoet tijdens een uitvoering van Ratmansky’s avondvullende, verhalende ballet The Bright Stream. Het is een nieuwe versie van het gelijknamige ballet dat Fjodor Lopukhov in 1935 op muziek van Dmitri Sjostakovitsj maakte. Stalin oordeelde dat het leven van de heldhaftige agrariërs in de kolchoz niet sovjetrealistisch genoeg was geportretteerd en deed het stuk in de ban. Het was een ‘balletleugen’, schreef de Pravda begin 1936. Ook Sjostakovitsj’ composities waren in die tijd uit de gratie.

Ratmansky heeft er in 2006 een doldwaze komedie van gemaakt, die soms wel doorslaat naar een lach-of-ik-schietshow. De twee-akter bevat elementen van balletklassiekers als La Fille Mal Gardée en Midsummernight’s Dream (plattelandsidylle, persoonsverwisselingen, liefdesbedrog) én een vleugje travestietenlol, het comedyballet van de Trocks waardig. Ook ontbreken knipoogjes naar het Sovjetverleden niet. Zo schept het decor, met zijn enorme goudgele korenschoven en reusachtige pepers, peren en pompoenen, net zo’n ongeloofwaardig beeld van agrarische overvloed als de communistische propagandafilms uit de jaren dertig.

Ster van de avond is Natalia Osipova, die zichzelf met grote sprongen uit de coulissen katapulteert. Springen, dat is haar talent, maar ook kleinere passencombinaties lijken haar geen moeite te kosten. Voor de achtergrond van Ratmansky’s ballet ging Osipova met haar ouders praten. „Voor mij is de Sovjettijd geschiedenis”, zegt ze. „Zij hebben het meegemaakt. Gelukkig is het geen confronterende satire, de meeste oudere mensen vinden het een leuk stuk.” Met haar meisjesachtige gestalte, grote ogen en ravenzwarte haar – ze verft haar blonde haar, omdat donkere danseressen beter overkomen, vindt ze – is ze geknipt voor komische balletten als The Bright Stream en Don Quichote.

Osipova vindt het jammer dat Ratmansky weggaat. „Ik houd van hem, als choreograaf en als persoon. Ik hoop dat hij terugkomt om nieuw werk voor ons te maken en dat zijn opvolger Yuri Burlaka zijn beleid zal voortzetten.”

„Ratmansky heeft een mooie symbiose gevonden van de Russische ballettraditie en de westerse dans. Precies wat we nodig hadden”, zegt Ludmila Semenjaka (56). De ex-ballerina vertelt met lichte spijt in haar stem dat zij alleen de periode heeft meegemaakt waarin de autocratische Grigorovitsj de scepter zwaaide. Ook na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werden westerse invloeden nog jaren geweerd. Veel later dan de eeuwige concurrent, het Marijinsky Ballet (voorheen Kirov) uit Sint Petersburg, nam het Bolsjoi balletten van choreografen als Christopher Wheeldon en Twyla Tharp op het repertoire. Ook balletten van de geboren Russen Michael Fokine en George Balanchine worden in Moskou pas sinds enkele jaren uitgevoerd.

Semenjaka, zelf opgeleid in Sint Petersburg („Voor mij is het nog altijd Leningrad hoor”, giechelt ze), is coach van Svetlana Zakharova (29), de huidige prima ballerina van het Bolsjoi Ballet. Zakharova, die in Amsterdam de openingsvoorstelling van Het Zwanenmeer zal dansen, heeft de vloeiende, lyrische armvoering die typisch is voor de Petersburgse stijl. Veel puristen geven hieraan nog altijd de voorkeur boven de Bolsjoistijl. Net als Semenjaka werd zij aan de vermaarde Vaganova Academie gevormd. Haar techniek is zuiver en verfijnd. Zelfs in de meest complexe passencombinaties is elk detail afzonderlijk, als vertraagd, waarneembaar. Maar toch blijven alle bewegingen in één eindeloos legato met elkaar verbonden.

Na zeven jaar bij het Marijinksky Ballet koos Zakharova voor een engagement in Moskou. Uit nieuwsgierigheid, zegt ze. Naar Moskou (waar zij sinds een paar jaar zitting heeft in de Doema), naar zichzelf en naar de grotere vrijheid van expressie die het Bolsjoi haar biedt. Semenjaka begrijpt die keuze maar al te goed en haalt een oude Britse criticus aan: „Het beste wat je kunt treffen, is een danser uit Leningrad op een toneel in Moskou.”

Van der Meyden moet Zakharova’s 32 fouetté’s – zweepslag-pirouettes – uit de pas de deux De Zwarte Zwaan missen doordat hij elders in Moskou een bespreking heeft. In Amsterdam kan hij de schade inhalen. Zakharova draait in dit bravourestukje scherp en snel, alsof ze met een pin in de vloer is vastgezet. Toch heeft Semenjaka nog een suggestie: „Misschien kun je eerst zestien dubbele doen en daarna zestien enkele. Dan heb je een beetje rust.”

Het is geen grapje.

Bolsjoi Ballet in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam. ‘Het Zwanenmeer’ 16 t/m 20 juli; ‘The Bright Stream’ 22, 23 juli; ‘Spartacus’ 25 t/m 27 juli. Inl. www.theatercarre.nl. Zie ook: www.bolshoi.ru