Duurder geld

Is er dan niets meer voorspelbaar in de toch al op drift geraakte mondiale economie? Nadat de Europese Centrale Bank (ECB) gisteren de rente met een kwart procentpunt had verhoogd tot 4,25 procent, daalde de koers van de euro ten opzichte van de dollar met anderhalve cent. De Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, liet tegelijkertijd de rente ongemoeid op 2 procent. Conform beproefde monetaire wetten zou de euro iets duurder moeten zijn geworden.

Dat dit niet gebeurde, had te maken met de woorden waarmee ECB-president Trichet de renteverhoging toelichtte. Het is de primaire opdracht van de ECB om „prijsstabiliteit” te bevorderen. En daarvan is op dit moment, met een inflatie van circa 4 procent, geen sprake. Maar „ik ben niet vooringenomen”, zei Trichet. Dat hij zich niet als een ‘havik’ uitliet, stemde de markten kennelijk rustig.

Toch is daarmee niet alles gezegd. De inflatie heeft ook andere oorzaken dan de gebruikelijke. De geldontwaarding is niet het gevolg van een oververhitte economie in het Westen. Integendeel. Evenmin is er sprake van een loonspiraal. De inflatie is primair het gevolg van de explosief stijgende grondstofprijzen: van olie en gas tot metalen en graan.

Die prijzen gaan niet dalen door een hogere rente. Ze illustreren eerder een ingrijpende verschuiving in de mondiale economische verhoudingen. Relatief gezien is er sprake van een verplaatsing van inkomens: van op import gerichte economieën in Europa en Amerika naar landen die goederen of grondstoffen exporteren in Azië, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Die herschikking is structureel van aard en heeft politieke consequenties. Deze week was de Amerikaanse minister van Financiën Paulson op bezoek bij president Medvedev in Moskou en vroeg hij om Russische investeringen in de VS. Tien jaar geleden was het Jeltsin die moest smeken om geld.

Deze feiten laten zich niet ongedaan maken door een monetair beleid dat vooral oog heeft voor de korte termijn. De herinnering aan de ‘stagflatie’ in de jaren zeventig, toen de olieprijzen snel stegen, de economieën stagneerden en de inflatie boven de 10 procent klom, is daarbij nuttig. Die crisis is toen niet bezworen met een rentewapen, dat even geen oog had voor de ondermijnende werking van inflatie, maar is te langen leste overwonnen door een heroriëntatie van de reële economieën.

Binnen de eurozone is niet iedereen zich daarvan bewust, getuige de kritiek die de regering van Sarkozy heeft op het beleid van de ECB. Dat zou de Franse concurrentiepositie aantasten. Het klopt dat het rentebeleid van Trichet het herstel belemmert in de slecht draaiende eurolanden, die hun structurele problemen nu niet meer kunnen compenseren door de lire of franc te devalueren. Op nationaal niveau kan economisch beleid geen monetair beleid meer zijn.

Maar dat betekent niet dat de ECB zich zou moeten aanpassen. In een tijd dat gewone banken prestige kwijtraken, draait het voor een centrale bank uiteindelijk om één ding: geloofwaardigheid. Dat heeft de ECB beter door dan de Fed.