Druk op particulieren om oorlogskunst

Particuliere kunstbezitters worden steeds vaker geconfronteerd met claims op oorlogskunst. Daarbij gaat het om schilderijen die in de nazitijd, van 1933 tot 1945, in Joods bezit waren. Meestal hebben de huidige eigenaren die schilderijen in goed vertrouwen gekocht en waren zij niet op de hoogte van de oorlogsgeschiedenis ervan.

In opdracht van de claimanten – erfgenamen van de vroegere Joodse eigenaren – worden particulieren benaderd door onderzoeksbureaus die hen vaak onder zware morele druk zetten om hun kunstwerken af te staan of een financiële schikking te treffen met de claimant. Doordat veilinghuizen geen oorlogskunst willen verkopen, kan een claimant de verkoop van een ‘besmet’ schilderij blokkeren.

Ook kunnen eigenaren die niet op de eisen van een claimant willen ingaan, te maken krijgen met het dreigement dat hun weigering in de publiciteit wordt gebracht.

De claims op kunstwerken van particulieren zijn een gevolg van de versoepelde regels voor teruggave van oorlogskunst die eind jaren negentig door diverse landen, waaronder ook Nederland, zijn opgesteld. Deze regels waren bedoeld voor de teruggave van kunst uit rijksbezit en musea, en niet voor particulieren. Volgens het Nederlandse recht is roof tijdens de oorlog verjaard en een particulier hoeft een kunstwerk met een oorlogsverleden dan ook niet terug te geven.

De erven Goudstikker, die twee jaar geleden 202 schilderijen terugkregen van de Nederlandse staat, willen nog zo’n honderd schilderijen claimen van Nederlandse particulieren. Het onderzoeksbureau dat voor hen werkt, heeft al diverse Nederlandse eigenaren benaderd. Maar er zijn meer claimanten.

Kunsthistoricus Rudi Ekkart, die het nieuwe beleid voor de teruggave van oorlogskunst ontwierp, beaamt dat dit beleid niet gericht was op particulieren. De nieuwe regels moesten de zuinigheid van de staat bij de teruggave van oorlogskunst goedmaken. Ekkart noemt het „schrikbarend” dat niet alleen schilderijen worden opgeëist die in de oorlog van Joden zijn geconfisqueerd, maar ook kunstwerken die destijds vrijwillig werden verkocht. Jurist Wouter Veraart, docent rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit, spreekt van „wild west taferelen”. Hij vindt dat de Restitutiecommissie zich hiertegen moet uitspreken.

Cultureel Supplement: pagina 4