De zachte krachten en het harde lot

The Diving Bell and the Butterfly

Regie: JulianSchnabel.Met: Mathieu Amalric, Emmanuelle Seigner.€ 19,99 *****

De dvd bewijst zijn nut natuurlijk pas echt bij films die je keer op keer kunt zien en daarvan zijn er niet veel. The Diving Bell and the Butterfly van Julian Schnabel is zo’n zeldzame film.

Is dit een leven? vraagt Jean-Dominique Bauby (Mathieu Amalric) zich af als hij zo ongeveer het slechtste nieuws krijgt dat een mens kan horen. De hoofdredacteur van de Franse Elle, een gescheiden veertiger met drie kinderen, ontwaakt uit een coma en blijkt na een beroerte volledig te zijn verlamd. Alleen zijn linkeroog werkt nog. Hij communiceert door te knipperen, terwijl zijn verzorgers het alfabet opzeggen. Zo maakt hij woorden, zinnen en uiteindelijk een boek: Le scaphandre et le papillon. Dat boek is verfilmd door regisseur en beeldend kunstenaar Julian Schnabel.

Een scenarioschrijver had geen scherper contrast kunnen verzinnen: van de snelle, flitsende, vluchtige en cynische modewereld belandt Jean-Do in een wereld van complete immobiliteit en afhankelijkheid van het mededogen van zijn dokters, therapeuten en familie. Hij omschrijft zijn oude zelf als „lichtelijk cynisch, omdat hij nog geen grote tegenslagen had meegemaakt”. Wie een echte tegenslag te verwerken krijgt, kan zich geen cynisme meer permitteren.

In de eerst helft van de film hanteert Schabel uitsluitend het subjectieve perspectief van de verlamde man. Een statische cameravoering ligt dan voor de hand. Schnabel doet juist het tegenovergestelde. Zijn camera staat geen moment stil, zoals het oog van Jean-Do voortdurend heen en weer schiet.

Behalve zijn oog heeft hij nog twee andere vermogens, waaraan hij zich vastklampt: zijn herinneringen en zijn verbeelding. Zijn lichaam voelt aan alsof hij in een zwaar, ouderwets duikpak op de bodem van de oceaan ligt (‘the diving bell’); zijn verbeelding vergelijkt hij met een vlinder. Schnabel laat zijn camera van tijd tot tijd fladderen.

Het begrip ‘zachtheid’ moet voortdurend in zijn achterhoofd hebben gespeeld: de muziek (Tom Waits, Lou Reed) is intiem, hij gebruikt lichte pastelkleuren en strijklicht, de voice-over is spaarzaam en fluisterend. Amalric is misschien wel de beste Franse acteur van het moment, maar hij is nog niet zo beroemd dat de kijker de hele tijd de acteur door de rol ziet schemeren. Met dezelfde discretie schakelt Schnabel tussen het grote drama, zoals het weerzien met de kinderen, en het kleine: de leegte van de zondag in het ziekenhuis.

Ja, dit is een leven. En een film die je elke vijf jaar kunt zien, en die dan steeds net iets anders zal betekenen.