Turkse bakker ook gebaat bij rijke expat, zegt Van Aartsen

In zijn eerste kwartaal als burgemeester heeft Jozias van Aartsen zich veel in arme Haagse wijken vertoond. Zelf een man van het ‘zand’, moet hij gezien worden op het ‘veen’.

Twee ooievaars vliegen boven de tuinen van tuindersvereniging ‘Eigen Arbeid’. De nieuwe Haagse burgemeester Jozias van Aartsen (60), bezig aan een kennismakingsronde door de stad, ziet het vol bewondering aan. De bodem van het tuinencomplex, officieel net op Wassenaars grondgebied, bestaat uit zowel zand als veen, de twee grondsoorten die Den Haag van oudsher verdelen in een welgesteld (‘zand’) en minder bedeeld (‘veen’) deel. Van Aartsen, die drie maanden geleden werd geïnstalleerd, geldt als een man van het zand.

Van Aartsen is geboren en getogen Hagenaar en woont in het keurige Statenkwartier. Hij zegt: „Volstrekt achterhaald, die discussie over zand en veen.” Maar voor zijn aanstelling vroegen toch veel Hagenaars zich af of Van Aartsen, vooral goed bekend in de ambtelijke en politieke kringen van Den Haag, ook kan omgaan met ‘gewone’ Hagenaars. De VVD-er en oud-minister van Landbouw en Buitenlandse Zaken leek meteen die twijfel weg te willen nemen. Want de eerste maanden van zijn burgmeesterschap trok hij de stad in om te voelen wat ‘er leeft’. Al is het, onderstreept hij, „geen honderd dagentour”.

Zijn kennismakingsronde begon in een stadsdeel waar hij nog nooit was geweest: de vinexlocatie Leidschenveen-Ypenburg. De rondgang – vrijwel altijd per fiets – voerde hem tot nu toe onder meer langs scholen, buurtcentra, sportveldjes en winkels. Waar hij ook komt, hij luistert naar de verhalen van de burgers. Eens in de zoveel tijd klinkt er een hartelijke lach.

Veel bewoners waren aanvankelijk sceptisch over de nieuwe burgemeester, zoals ook de oudere buurtvrijwilligers in Vrederust, onderdeel van ‘prachtwijk’ Zuidwest. „Op de televisie kwam ie arrogant over, maar hij is me honderd procent meegevallen”, zegt Johannes van Klaveren (70). PvdA-raadslid Koen Baart: „Hij kwam binnen als een VVD-meneer met een hete aardappel in de keel, maar hij blijkt zich nu net zo makkelijk te begeven in het Laakkwartier.”

Van Aartsen wil het internationale karakter van Den Haag behouden. Hoe internationaal georiënteerd een deel van Den Haag is, bleek bij zijn bezoek aan ziekenhuis Bronovo in het Benoordenhout. Bronovo, onder meer het vaste ziekenhuis van de Oranjes, richt zich specifiek op expats. Volgens bestuursvoorzitter Joop Hendriks verbazen die zich regelmatig over het afwijkende Nederlandse zorgbeleid. „Laatst kwam er hier een rechter van het Internationale Strafhof die gewend was om een offerte te krijgen, en daar ja of nee tegen te zeggen. Na enig nadenken vonden wij dat eigenlijk zo gek nog niet.” Kinderarts Melanie Thomas haast zich er bij te zeggen: „De expat-kwestie ligt erg gevoelig, je moet uitkijken dat je geen bevoorrechte positie creëert.”

Want critici vinden dat er in Den Haag te veel aandacht is voor expats, en te weinig voor de ‘gewone’ Hagenaars. Zelfs in de wijk van Van Aartsen, het Statenkwartier, is er kritiek. Bewoners vinden dat de internationale zone die daar vorm krijgt, met onder meer het nieuwe hoofdgebouw van Europol, te grootschalig is. Van Aartsen ziet vooral de voordelen van de komst van kapitaalkrachtige buitenlanders. „Het heeft een enorme uitwerking op de hele stad. Ook de Turkse bakker op de Vaillantlaan profiteert ervan.” Wel vindt Van Aartsen dat het stadsbestuur moet voorkomen dat Den Haag verdeeld raakt in „expat en niet-expat”.

Volgende week zal de vertrouwenscommissie die Van Aartsen tijdens een besloten procedure selecteerde, een evaluatie uitbrengen. Daarna wil de voorzitter van de commissie, PvdA-fractieleider Marieke Bolle, samen met alle fractievoorzitters een jaarlijks functioneringsgesprek met de burgemeester. Van Aartsen vindt dat logisch: „Ik ben door de raad gekozen, dan zou het raar zijn als ik me daar nooit meer zou verantwoorden.”

De eerste verandering ten opzichte van zijn voorganger Wim Deetman lijkt zich af te tekenen op veiligheidsgebied. Van Aartsen zegt terughoudend te willen zijn met alcohol- en plaatsverboden. „Dat zijn paardenmiddelen, die moet je alleen inzetten als het echt nodig is.”