Terug naar de oude staat, maar geen kitsch

Nederland trekt miljoenen uit om de geschiedenis van typerende landschappen te laten zien. In Hoog Buurlo, het kleinste gehucht van de Veluwe, is alles gebleven zoals het eeuwen was.

Neem het kleinste gehucht op de Veluwe. In Hoog Buurlo is alles gebleven zoals het was. Sinds honderd jaar staan hier twee woningen. Twee schaapskooien. Een drift waarlangs de schapen van de stal naar de weide lopen. En een wilddam aan de rand van het bos, met stekelige struiken om het wild te weren van de akkers.

Sociaal geograaf Jan-Olaf Tjabringa heeft onderzoek gedaan naar de geschiedenis van Hoog Buurlo. Hij zegt: „Dit gehucht vertelt het verhaal van het leven zoals het eeuwen geleden is geweest. Nergens kun je dat zo volledig zien als hier, een gebied waar geen nieuwe weg doorheen is aangelegd, waar geen huizen bij zijn gebouwd.”

Hoog Buurlo scoort hoog als er een canon van het Nederlandse landschap zou bestaan. Staatsbosbeheer heeft er grootse plannen mee. De komende maanden wordt er een nieuwe schaapskooi gebouwd, dat wil zeggen in authentieke stijl opgetrokken, maar wel voorzien van een betonnen vloer onder de potstal om aan milieuregels te kunnen voldoen. Er worden fietspaden aangelegd. De ingezakte wilddam wordt gerestaureerd. De beukenlaan, die de gehele 120 hectare grote enclave omsluit, wordt in ere hersteld. Dat houdt in: teruggebracht in de staat van het jaar 1900, het „ijkpunt”. Tot verdriet van omwonenden moest daarvoor wel een aantal relatief jonge beuken worden gekapt. De beuken staan op plaatsen waar honderd jaar geleden niets stond.

Hoog Buurlo is één van de „parels” van Staatsbosbeheer op het gebied van cultuurhistorie. Dat wil zeggen: plaatsen in Nederland die niet per se ecologisch waardevol hoeven te zijn, om toch te verdienen dat ze worden „opgepoetst”. Vanwege de sporen van en herinneringen aan menselijk handelen in het landschap. En zodat aan de almaar groeiende belangstelling voor cultuurhistorie tegemoet kan worden gekomen.

Directeur Chris Kalden van Staatsbosbeheer: „Wij willen de leesbaarheid van het landschap vergroten. Cultuurhistorie zit in de lift. De kunst voor ons is om niet weg te zakken in nostalgie, maar om dat verleden op levende wijze te laten zien. Aan iedereen.”

Minister Gerda Verburg (Natuur, CDA) bracht onlangs een bezoek aan het dorpje om een boek in ontvangst te nemen waarin zestig „parels” zijn beschreven. De verdedigingswerken van Oost-Groningen. De Moerputten in Brabant, met de spoorbrug ten behoeve van de voormalige schoenindustrie die onlangs is gerestaureerd. Het Drentse esdorp Orvelte. De wierdijk van Wieringen. De vuursteenmijn in het Limburgse Savelsbos.

Plaatsen die tientallen jaren lang veelal min of meer als vanzelfsprekend werden beschouwd, maar die sinds enkele jaren de moeite van extra bescherming waard worden geacht.

Staatsbosbeheer heeft inmiddels een omvangrijk team aan landschapsspecialisten in dienst. Ze praten hier, op de Veluwse hei, over de wijze waarop gebieden kunnen worden teruggebracht in hun oude staat zonder daarbij kitscherig te worden. „Je moet het landschap oppoetsen, maar weer niet te veel”, zegt één van hen. „Dan poets je het mooie eraf.”