President Sarkozy maakte er een show van

Twee betrokken presidenten, Sarkozy en Chávez, reageren anders op bevrijding van Betancourt.

Heel verschillend reageerden de presidenten van Frankrijk en Venezuela, die de afgelopen tijd allebei betrokken waren bij pogingen om Ingrid Betancourt vrij te krijgen, op de operatie waarmee het Colombiaanse leger Betancourt en veertien andere gijzelaars gisteren wist te bevrijden.

De Fransman deelde voor de tv-camera’s uitbundig in de vreugde. De Venezolaan hield het bij een korte schriftelijke verklaring van blijdschap over de uitkomt en een oproep aan de rebellenbeweging FARC ook de overige gijzelaars vrij te laten.

President Sarkozy maakte er een complete show van. Hij verscheen gisteravond kort na elf uur op tv om in een rechtstreekse toespraak de vrijlating van Betancourt te verwelkomen. Vergezeld van de twee kinderen van de Frans-Colombiaanse politica, haar zuster en neefje, bedankte hij de Colombiaanse president Uribe voor zijn „professionaliteit”. Hij bedankte ook andere Zuid-Amerikaanse staatshoofden, Hugo Chávez voorop, en Europese regeringsleiders: allen die „op een gegeven moment een handje hebben geholpen”.

Daarna werd hij zelf bedankt, door een geëmotioneerde Mélanie Delloye, dochter van Betancourt: „Sinds hij [Sarkozy] de zaken ter hand heeft genomen, is alles in gang gezet.” Frankrijk kende zichzelf de afgelopen jaren een belangrijke rol toe in de campagne voor vrijlating van Betancourt, die in Parijs opgroeide en door een tienjarig huwelijk met een Franse diplomaat ook de Franse nationaliteit heeft. Parijs stond een ‘zachtere’ benadering voor dan Bogotá.

Sarkozy mikte op bemiddeling door Chávez, maar zond ook persoonlijk radioboodschappen naar de gijzelaars en de FARC met het aanbod te onderhandelen. In april stuurde Parijs, voor de tweede keer in vijf jaar, zonder succes een vliegtuig om haar op te halen. Het eind aan de gijzeling kwam uiteindelijk op een manier waar Sarkozy juist maandenlang tegen waarschuwde: door een operatie van het Colombiaanse leger. Met Uribe stond Sarkozy vaak op gespannen voet over de juiste aanpak.

Ook Chávez heeft lang voor een andere uitkomst gepleit: onderhandelingen met hemzelf in de hoofdrol. Vorig jaar pleitte de Venezolaanse president ervoor de FARC van de terreurlijst te schrappen. Hij trad vervolgens als bemiddelaar op, maar werd na een conflict met president Uribe al snel aan de kant geschoven.