Niet alle wegen leiden naar de Randstad, hoor

Niets lijkt echt te helpen tegen de files in de Randstad. Veel bedrijven investeren daarom al veel liever in het noorden van het land.

Nu de overheid nog.

Het doembeeld van de dichtslibbende Randstad heeft politici al bewogen tot talloze maatregelen. Toch zal het aantal files niet snel minder worden. De Mobiliteitsbalans 2008 van het Kennisinstituut Mobiliteitsbeleid geeft aan dat alle maatregelen niet hebben kunnen voorkomen dat de vertragingen explosief zijn gegroeid. Het Ruimtelijk Planbureau gaf in 2006 al aan dat de files ook in 2020 vooral zullen staan op de zwaarbelaste en moeilijk uitbreidbare wegen; niet alleen in de Randstad, ook in Zuid- en Oost-Nederland.

De toename van het aantal files remt de economische groei. Omdat er geen zicht is op snelle verbetering, is het nodig niet alleen de oorzaken van de files aan te pakken, ook de gevolgen ervan te verminderen. Dat kan onder andere door de arbeid beter over het land te verspreiden.

Anders dan in de afgelopen decennia hoeft de regering daarvoor geen trend meer te doorbreken. Toen moesten zwakke regio’s met steunmaatregelen meer in beeld worden gebracht om te concurreren met de sterk groeiende Randstad. Nu is de trend precies omgekeerd. Het Noorden groeit sneller dan de Randstad en ligt gunstig ten opzichte van de opkomende economieën in Oost-Europa en de daardoor florerende Noord-Duitse havens. Dankzij jaren van regionaal beleid heeft het Noorden nu ook een prima infrastructuur en is daarmee uitstekend ontsloten.

Bedrijven houden bovendien steeds meer rekening met het dichtslibben van de Randstad; ze ondervinden er economische schade van en richten hun blik daardoor meer op het Noorden. Vooral de noordvleugel van de Randstad dijt daardoor uit in noordoostelijke richting.

Het is veelzeggend dat niet alleen distributiecentra en logistieke bedrijven steeds meer de randen van ons land opzoeken, ook de industrie. Gemeenten waar de industrie de grootste sector is, liggen nu vooral in Noord- en Oost-Nederland, ook doordat er vanwege ruimtegebrek in de Randstad steeds minder bedrijventerreinen voor zware industrie beschikbaar zijn. Emmen is niet voor niets al geruime tijd één van de grootste industriekernen buiten de Randstad. En de Eemshaven in Groningen wordt wel de grootste bouwput van ons land genoemd.

Terwijl het bedrijfsleven de kansen die het ruime Noorden biedt wél herkent en benut, concentreert het Rijk zich onverzettelijk op het oplossen van het onoplosbare fileprobleem in de Randstad. Het Rijk investeert te weinig in de noordelijke regio’s en neemt daarmee zelfs investeringsprikkels voor bedrijven weg. Typerend is dat van de investeringen uit het Fonds Economische Structuurversterking – een fonds dat nota bene wordt gefinancierd door aardgasbaten uit Slochteren – slechts 1 procent ten goede komt aan het Noorden.

De regering zou bedrijven die willen investeren in het Noorden veel meer moeten aanmoedigen. Niet zozeer via regionaal beleid, maar door bijvoorbeeld een ruimere inzet van het Fonds Economische Structuurversterking in die regio.

Ook zouden rijksdiensten en zelfstandige bestuursorganen meer in het noorden gevestigd moeten zijn. Nu zijn de meeste diensten vooral geconcentreerd in en rondom Den Haag en Utrecht. Het vrijwel verdwijnen van het kadaster uit het noorden, met het vertrek van de Topografische Dienst uit Emmen als meest recente voorbeeld, gaat volledig in tegen de trend die het bedrijfsleven volgt.

Als het Rijk het bedrijfsleven juist zou volgen, en zelfs trendsetter zou zijn, zou men tot een veel gunstiger arbeidsverdeling over het land kunnen komen. Dat zou een geleidelijke verplaatsing van het woon-werkverkeer tot stand kunnen brengen en daarmee de vastgelopen wegen in de Randstad kunnen ontlasten.

Gezienes Evenhuis is wethouder Economische Zaken van de gemeente Emmen.