Na zes jaar weg bij de FARC

De Frans-Colombiaanse politica werd gisteren met veertien anderen bevrijd.

De situatie voor gijzelnemer FARC is uitzichtlozer dan ooit.

De Frans-Colombiaanse politica Ingrid Betancourt is vrij. Ze werd met veertien andere gijzelaars bevrijd door een elite-eenheid van het Colombiaanse leger. De operatie vond plaats nabij de junglestad San José del Guaviare.

Dit meldde de Colombiaanse minister van Defensie, Juan Manuel Santos gisteravond. Onder de bevrijde gijzelaar zijn de enige vier buitenlandse, en internationaal veruit bekendste gijzelaars van de guerrillabeweging FARC: Ingrid Betancourt (46) en drie Amerikanen, Marc Gonsalves, Keith Stansell en Thomas Homes. De rest van de gijzelaars zijn Colombiaanse agenten en soldaten die de guerrillagroep de afgelopen jaren tijdens acties gevangennam. Bij de actie zouden verscheidene guerrillero’s zijn opgepakt, onder wie commandant César.

Over Betancourt gingen talloze geruchten dat ze ernstig ziek zou zijn (hepatitis B zou haar lever hebben aangetast en ze zou leishmaniasis hebben, een door een parasiet veroorzaakte huidaandoening). Volgens de eerste berichten zou ze echter in redelijke gezondheid verkeren.

Met de bevrijding van Betancourt komt een einde aan jarenlang lijden onder mensonterende omstandigheden. Daarnaast verandert de dynamiek van het Colombiaanse conflict sterk. Met het verlies van haar enige vier buitenlandse gijzelaars is de onderhandelingspositie van de toch al sterk verzwakte strijdgroep nu verder ondermijnd.

Betancourt en de drie Amerikanen vormden de afgelopen jaren de voornaamste reden van de Colombiaanse regering onder leiding van president Álvaro Uribe om met de van oorsprong marxistische FARC in gesprek te blijven. Voor de groep dienden zij, samen met enkele tientallen Colombiaanse politici, agenten en soldaten, als wisselgeld bij een uitruil voor gevangen guerrillero’s. Ook stelden ze de FARC in staat om de onderhandelingen over een zogeheten „humanitair akkoord” te ‘internationaliseren’. Tot gisteren bemoeiden Frankrijk, Spanje, Zwitserland, de VS en enkele Latijns-Amerikaanse landen zich met de vrijlating van Betancourt.

De vier buitenlanders trokken buiten Colombia logischerwijs veruit de meeste aandacht – met Betancourt als onbetwiste nummer één. Haar familie wist zeer effectief de pers en de internationale publieke opinie te mobiliseren door talloze demonstraties te organiseren en met aanhoudende noodkreten over de zwakke gezondheid van Betancourt. Ze werd zodoende misschien wel de bekendste gijzelaar ter wereld. Qua media-aandacht volgden de drie Amerikaanse huurlingen, die in 2003 met hun vliegtuigje crashten in een jungleachtig rebellengebied, haar op verre afstand.

Betancourt werd in 2002, terwijl ze campagne voerde voor het presidentschap, gegijzeld door de FARC. De Franse regering, zowel die onder president Jacques Chirac als onder zijn opvolger Nicolas Sarkozy, lobbyde intensief voor haar vrijlating. De voormalige minister van Buitenlandse Zaken, Dominque de Villepin, zette zelfs een clandestiene reddingsoperatie voor haar op gang, die strandde toen een Frans legervliegtuig ontdekt werd in de Braziliaanse jungle aan de Colombiaanse grens.

Na deze afgang trok Parijs zich enigszins terug, totdat vorig jaar Sarkozy aantrad. Hij zette de Colombiaanse president Uribe onder druk om zijn collega Hugo Chávez van Venezuela te vragen als wegbereider voor een gevangenenruil. Hij bracht het gesprek met de FARC ver op gang, maar werd door Uribe al snel ontslagen, omdat hij niet prudent genoeg optrad en afspraken zou hebben geschonden. In reactie hierop droeg de FARC, als steunbetuiging jegens de Venezolaanse leider, rond de jaarwisseling in twee etappes in totaal zeven gijzelaars over aan Chávez.

Ondanks deze opening wilde Uribe niet ingaan op de eis van de guerrilla om eerst een gebied te demilitariseren, waar vervolgens over vrijlating van gijzelaars gepraat kon worden. Onder zijn voorganger Pastrana, zo zei Uribe steeds, gebruikte de FARC zo’n zelfde zone om zich te versterken. Uribe koos er daarentegen voor de guerrillagroep militair verder in het defensief te dringen. Niet zonder succes: In de maand maart alleen al verloor de guerrillabeweging drie van haar topcommandanten, onder wie FARC-oprichter en -topman Manuel Marulanda.

Voor de FARC ziet de situatie er steeds uitzichtlozer uit. Onder de publieke opinie heeft ze al jaren geleden haar laatste krediet verspeeld. Hoewel ze na de dood van Marulanda een nieuwe leider kreeg, hebben de verschillende blokken door de militaire pressie steeds grotere moeite contact met elkaar te houden. Maandelijks desserteren honderden ontevreden strijders. Bovendien wordt de bewegingsvrijheid van de groep door het vasthouden en meeslepen van de gijzelaars sterk beperkt. Dit betreft niet alleen de tientallen ‘prominenten’, maar ook de honderden ‘gewone’ gijzelaars voor wie losgeld wordt gevraagd. Voor het lot van deze veel minder bekende gijzelaars zal na gisteren mogelijk (en hopelijk) meer aandacht komen.