Na zes jaar uit handen van de rebellen

Ingrid Betancourt, de meest waardevolle gijzelaar van de FARC, werd gisteren met nog 14 lotgenoten bevrijd door een undercoveractie van het Colombiaanse leger.

Heel even vreesde Ingrid Betancourt gisteren dat alles toch nog misging. De Frans-Colombiaanse politica en veertien anderen hadden net te horen gekregen dat ze niet langer gijzelaars waren van de guerrillabeweging FARC, maar bij een vernuftige undercoveroperatie waren bevrijd door het Colombiaanse leger.

„Toen sprongen we zo hard op om te juichen dat ik bang was dat de helikopter zou neerstorten”, aldus Betancourt die in 2002 ontvoerd werd terwijl ze campagne voerde voor het Colombiaanse presidentschap en de afgelopen 2.323 dagen veruit de meest waardevolle gijzelaar van de FARC was.

Tot het moment van hun vreugde-uitbarsting waren de vijftien gijzelaars, onder wie ook drie Amerikaanse particuliere beveiligers, in de veronderstelling geweest dat ze zouden worden overgebracht naar het kamp van de nieuwe FARC-topman, Alfonso Cano. In werkelijkheid stapten ze in een rood-wit geschilderd Russisch legertoestel met vier militairen en negen inlichtingenagenten aan boord.

De Colombiaanse militaire inlichtingendienst had FARC-commandant César via een infiltrant in het ‘secretariaat’ van de guerrillagroep wijsgemaakt dat hij en de gijzelaars door een buitenlandse humanitaire missie zouden worden opgepikt en naar Cano gebracht.

Betancourt, vertelde ze gisteren tijdens een persconferentie op de landingsbaan van het militaire vliegveld van Bogotá, kreeg pas wat in de gaten, toen commandant César in de helikopter ineens op zijn buik lag. „Ik dacht dat hij was gevallen. Maar toen trokken ze zijn kleren uit en blinddoekten ze hem. En toen zei de majoor tegen ons: ‘Jullie zijn in handen van het nationale leger. Jullie zijn vrij’.”

In hun junglekamp in het zuiden van Colombia waren de gijzelaars ’s ochtends in alle vroegte gewekt met de mededeling dat ze verplaatst zouden gaan worden. Hardhandig hadden de guerrillero’s hen geboeid.

„Zoals altijd”, aldus Betancourt gisteren, die er aan toevoegde dat ze na landing van de helikopter geen vertrouwen had gehad in de ‘humanitaire missie’. Sommigen aan boord hadden T-shirts met Che Guevara gedragen. De insignes op de jasjes van anderen kende ze niet. „Ik had geen zin om mee te doen aan zo’n circus van clowns.”

Het ‘circus’ maakte echter deel uit te maken van een spectaculaire undercoveractie, door de inlichtingendienst en leger ‘Operatie Schaakmat’ gedoopt. De vijftien konden worden bevrijd zonder dat er een schot werd gelost.

Vorig jaar wisten twee gijzelaars op eigen kracht en afzonderlijk van elkaar te ontsnappen uit handen van de groep. Een van hen, de politieman Jhon Frank Pinchao, had het kamp met Betancourt gedeeld en kwam terug met waardevolle informatie over de wijze waarop de FARC haar gevangenkampen bestiert.

Maar de echte doorbraak kwam pas afgelopen april, reconstrueerde de Colombiaanse krant El Tiempo vandaag. Twee geheim agenten infiltreerden in de hoogste machtscirkel van de FARC en wisten het vertrouwen te winnen van de belangrijkste FARC-cipier, commandant César.

[Vervolg BETANCOURT: pagina 5]

BETANCOURT

Infiltranten profiteerden van zwakte FARC

[Vervolg van pagina 1] In de weken erna slaagden de agenten erin om het gebied te verkennen en te lokaliseren waar César ‘zijn’ gijzelaars vasthield. Het bleek dat hij hen over drie verschillende kampementen had verspreid. Vorige maand verzon de inlichtingendienst daarom de list met de fictieve buitenlandse hulporganisatie teneinde de FARC haar belangrijkste gijzelaars te laten verzamelen, om ze vervolgens allemaal tegelijk te kunnen ontfutselen.

Daarbij hadden de agenten het voordeel dat de strijdgroep momenteel met grote organisatorische en personele problemen kampt. Begin maart doodde de Colombiaanse luchtmacht een FARC-leider, Raúl Reyes. Later die maand werd een ander lid van het zevenkoppige ‘secretariaat’ gedood door zijn eigen manschappen. In mei werd bekend dat ook de historische leider van de groep tussen twee legerbombardementen door aan een hartaanval was bezweken.

Deserteurs uit het middenkader melden bovendien dat de verschillende fronten van de FARC zo gefragmenteerd zijn dat ze amper nog met elkaar communiceren. Er zijn veel speculaties over een veronderstelde machtsstrijd tussen de militaire en de politieke vleugels van het zevenkoppige secretariaat.

Het sterkte de regering-Uribe in haar opvatting dat een bevrijdingsactie nu kans had. Hiermee ging ze in tegen de uitgesproken wens van veel familieleden van gijzelaars en buitenlandse regeringen. Zij vreesden dat de gijzelaars bij zo’n operatie konden sneuvelen, maar gijzelaars zelf hoeven het daar niet per se mee eens te zijn. Een andere bekende ex-gijzelaar, de huidige Colombiaanse minister van Buitenlandse Zaken Fernando Araújo, zei vorig jaar tegen deze krant bijvoorbeeld dat hij „de ene dag wakker [werd] met de droom dat ik bevrijd werd door het leger. De volgende dag [droomde ik] dat ik kon vluchten. En op een andere dag dat ik vrijkwam bij een gevangenenruil.”

Voor Araújo werd het uiteindelijk een combinatie: hij wist zelfstandig te ontsnappen toen in zijn kamp beroering ontstond, omdat er legerhelikopters overvlogen.

Betancourt zei gisteren tijdens een geïmproviseerde persconferentie op de militaire luchthaven bij Bogotá – gestoken in camouflagekleding, op haar hoofd een legerpetje en met de Colombiaanse minister van Defensie Juan Manuel Santos naast haar – dat ze het leger dankbaar was voor de „onberispelijke actie”. Even daarvoor had ze als eerste de vliegtuigtrap mogen aflopen en zich kunnen herenigen met haar moeder en haar echtgenoot.

Gevraagd of ze erover dacht zich opnieuw kandidaat te stellen voor het presidentschap, antwoordde Betancourt: „Ik wil me nu alleen een extra soldaat voelen, in dienst van het vaderland”. Later verklaarde ze echter nog steeds het presidentschap te ambiëren.

Nieuwsanalyse: pagina 5

Commentaar: pagina 7

Beelden van Betancourt voor, tijdens en na haar gijzeling op nrc.nl/foto