Moody’s kan herhaling niet uitsluiten

Kredietbeoordelaar Moody’s is erachter gekomen dat werknemers de gedragscode hebben geschonden bij het waarderen van zogenoemde CPDO’s, kredietderivaten die ten onrechte de hoogste (triple-A) waardering kregen. Moody’s heeft maatregelen getroffen en er kunnen nu koppen gaan rollen, maar als waarderingen grote gevolgen hebben, of – zoals in het geval van de CPDO’s – in het middelpunt van de belangstelling staan, zullen functionarissen van kredietbureaus onvermijdelijk onder druk blijven staan om vergissingen te maskeren.

Bij de CPDO’s werden fouten in de modellen, die van invloed waren op de waarderingen, niet direct naar buiten gebracht. Moody’s zei eergisteren dat zijn werknemers de fouten niet hadden verdoezeld door beoordelingscriteria te wijzigen. Maar sommigen hadden wel ten onrechte factoren die niets met kredieten te maken hadden in hun waarderingen betrokken – waaronder wellicht de reputatie van Moody’s zelf.

Los hiervan en zonder specifieke redenen op te geven heeft Moody’s het vertrek bekendgemaakt van Noel Kirnon, die aan het hoofd stond van de mondiale divisie voor gestructureerde producten (financiële instrumenten om risico’s door te verkopen aan anderen). In de CPDO-zaak werden geen namen genoemd, maar de firma zei wel disciplinaire maatregelen te zullen treffen en haar beleid te zullen aanscherpen. Dat zou moeten helpen, maar volstaat vermoedelijk niet om het vertrouwen volledig te herstellen.

Om te beginnen is het beleid van geen enkele firma waterdicht. Er bestaat altijd een risico dat werknemers die belang hebben bij de financiële prestaties van hun bedrijf – en die hun baan willen houden – in de verleiding zullen komen om vergissingen en problemen te verzwijgen in plaats van schade te riskeren door opening van zaken te geven. De CPDO-waarderingen trokken onmiddellijk de aandacht van waarnemers, die verbaasd waren dat ze zo hoog uit de bus kwamen. In zo’n situatie kan het toegeven van een fout de geloofwaardigheid van een firma gemakkelijk ondermijnen.

Wijzigingen in de beoordelingen kunnen ook een groot domino-effect hebben, zoals in het geval van de obligatieverzekeraars, die hun eigen kredietstatus ‘leenden’ aan grote hoeveelheden obligaties van Amerikaanse gemeenten. Het is moeilijk voorstelbaar dat sommige personeelsleden van de kredietbureaus niet tegen beter weten in hebben gehoopt dat ze de obligatieverzekeraars geen lagere waardering hoefden te geven, zodat ze langer hebben gewacht met die afwaarderingen dan anders het geval zou zijn geweest.

Dit alles wordt uiteraard nog eens versterkt door het officiële stempel van goedkeuring dat de kredietbeoordelaars genieten en niet in de waagschaal willen stellen, en door de vriendschappelijke banden die de meeste kredietbureaus onderhouden met uitgevers van obligaties en de zakenbanken die de transacties voorbereiden.

Het onderzoek van Moody’s, de schuldbekentenis en de daaropvolgende maatregelen zijn allemaal juist. Maar het zou onrealistisch zijn te verwachten dat een herhaling nu volledig uitgesloten is.

Richard Beales