Marks & Spencer symptoom voor Britse neergang

Tegenvallende resultaten bij het Britse bedrijf Marks & Spencer en problemen bij een groot bouwbedrijf hebben gisteren de vrees versterkt dat Groot-Brittannië een periode van economische neergang tegemoet gaat. De FTSE-index op de Londense beurs daalde gisteren met bijna 1 procent.

De topman van Marks & Spencer, Sir Stuart Rose, maakte gisteren bekend dat de omzet van het bedrijf in het tweede kwartaal van dit jaar is gedaald met 5,3 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Hij gaf tevens een winstwaarschuwing af en zei dat het land voor de grootste neergang staat sinds begin jaren ’90.

De toestand van het kleding- en voedingsconcern, dat elke week miljoenen klanten trekt in zijn filialen in het hele land, wordt door velen als een barometer voor de staat van de Britse economie beschouwd. Het slechte nieuws leidde prompt tot een daling van de koers van Marks & Spencer met 24,5 procent.

De somberheid op de beurs werd nog aangewakkerd door het nieuws dat een groot Brits bouwbedrijf, Taylor Wimpey, er niet in is geslaagd tot een akkoord te komen met zijn aandeelhouders en potentiële nieuwe investeerders over een financiële injectie. Het bedrijf stelde dat vooral de woningbouw is ingezakt en kondigde aan dat het eenderde van zijn kantoren sluit. De koers kelderde aanvankelijk bijna 60 procent maar krabbelde daarna wat op.

De afgelopen dagen waren er al pessimistische prognoses uit de advertentiewereld, ook een sector waar een omslag in het economische klimaat direct voelbaar is. Ook de nummer twee van de Bank of England, Charlie Bean, waarschuwde gisteren dat de Britten zich moeten instellen op soberder tijden. Hij schreef de problemen vooral toe aan de kredietcrisis en de hoge energieprijzen. „Er is niet veel wat we er als natie aan kunnen doen”, zei hij, „tenzij we onze productiviteit verbeteren.”