Legeractie slaat FARC belangrijkste troefkaart uit handen

Nieuwsanalyse

De bevrijding van vijftien gijzelaars ondergraaft de toch al zwakke positie van guerrillabeweging FARC in Colombia. President Uribe ziet zijn aanpak bekroond.

Met de spectaculaire bevrijding van Ingrid Betancourt en veertien andere gijzelaars uit handen van de FARC komt allereerst een eind aan jarenlang lijden onder mensonterende omstandigheden. Daarnaast verandert de succesvolle operatie de politieke dynamiek van het Colombiaanse conflict.

Met het verlies van haar enige vier buitenlandse gijzelaars is de guerrillabeweging, die de laatste maanden toch al sterk verzwakt is, haar belangrijkste troef kwijt bij eventuele vredesbesprekingen. De Colombianen zullen hun populaire president Uribe en zijn harde militaire aanpak van de FARC nu alleen maar meer waarderen.

Betancourt en de drie Amerikanen vormden de afgelopen jaren de voornaamste reden voor de rechtse Uribe om in gesprek te blijven met de van oorsprong marxistische FARC. De rebellen op hun beurt hoopten dat zij, samen met enkele tientallen gegijzelde politici, agenten en soldaten, als wisselgeld zouden kunnen dienen bij een uitruil voor circa vijfhonderd gevangen guerrillero’s. Ze stelden de FARC in staat de onderhandelingen over zo’n zogeheten „humanitair akkoord” te internationaliseren. De afgelopen jaren bemoeiden Frankrijk, Spanje, Zwitserland, de VS en enkele Latijns-Amerikaanse landen zich met de vrijlating van de buitenlanders.

De vier trokken buiten Colombia de meeste aandacht – met Betancourt als onbetwiste nummer één. Haar familie wist effectief de pers en de internationale publieke opinie te mobiliseren, door demonstraties te organiseren en door aanhoudende noodkreten over de veronderstelde zwakke gezondheid van Betancourt. Ze werd zo misschien wel de bekendste gijzelaar ter wereld. Qua media-aandacht volgden de drie Amerikaanse werknemers van een defensiebedrijf (die in 2003 bij het in kaart brengen van cocavelden met hun vliegtuigje neerstortten in rebellengebied) haar op grote afstand.

Betancourt werd in 2002, terwijl ze campagne voerde voor het presidentschap, ontvoerd door de FARC. De Franse regering, zowel die van president Chirac als van zijn opvolger Sarkozy, lobbyde intensief voor haar vrijlating. Minister van Buitenlandse Zaken De Villepin zette in 2003 zelfs een clandestiene reddingsoperatie in gang, die strandde toen een Frans legervliegtuig ontdekt werd in de Braziliaanse jungle bij de Colombiaanse grens.

Na deze zeperd trok Parijs zich enigszins terug, tot vorig jaar Sarkozy aantrad als president. Hij zette de Colombiaanse president Uribe onder druk om zijn collega Chávez van Venezuela te vragen als wegbereider voor een gevangenenruil. Die bracht het gesprek met de FARC op gang, maar werd door Uribe al snel aan de kant gezet omdat hij niet prudent genoeg optrad en afspraken zou hebben geschonden. In reactie hierop droeg de FARC, als steunbetuiging aan de Venezolaanse leider, rond de jaarwisseling in twee etappes zeven gijzelaars over aan Chávez.

Ondanks deze opening wilde Uribe niet ingaan op de eis van de guerrillabeweging eerst een gebied te demilitariseren, waar dan vervolgens over vrijlating van gijzelaars gepraat kon worden. Onder zijn voorganger Pastrana, zei Uribe steeds, gebruikte de FARC zo’n zone om zich te versterken.

Uribe koos er juist voor de guerrillagroep militair verder in het defensief te dringen. Niet zonder succes: in de maand maart alleen al verloor de guerrillabeweging drie van haar topcommandanten, onder wie FARC-oprichter en -topman Manuel Marulanda.

Gisteren zei Betancourt dat het te danken is aan de herverkiezing van Uribe, waarvoor een omstreden grondwetswijziging nodig was, dat de FARC nu zo in het defensief is. „Voorheen kregen we na een president die een harde aanpak voorstond, altijd een president die een zachtere hand had.” De herverkiezing van Uribe doorbrak deze „slingerbeweging”, aldus Betancourt.

Voor de FARC wordt de situatie na zes jaar Uribe steeds uitzichtlozer. Bij de publieke opinie heeft de strijdgroep al jaren geleden haar laatste krediet verspeeld. Maandelijks desserteren honderden ontevreden strijders. En hoewel de FARC na de dood van Marulanda een nieuwe leider kreeg, hebben de verschillende fronten steeds grotere moeite contact met elkaar te houden. De reddingsoperatie van gisteren onderstreept dat.

Bovendien wordt de bewegingsvrijheid van de groep sterk beperkt door het steeds moeten meeslepen van de gijzelaars – niet alleen de 26 ‘prominenten’ (van wie er twee al ruim tien jaar vastzatten), maar ook de honderden ‘gewone’ gijzelaars voor wie de FARC losgeld vraagt. Voor het lot van deze minder bekende gijzelaars kan na de bevrijding van Betancourt nu meer aandacht komen.

Fotoserie van Betancourt: nrc.nl/buitenland