In veel landen neemt geluk toe

Mensen zijn de afgelopen decennia in de meeste landen steeds gelukkiger en tevredener met hun leven geworden. Dat blijkt uit langlopend internationaal onderzoek onder leiding van de universiteit van Michigan. De onderzoekers stelden in de periode 1981-2007 enkele malen dezelfde vragen aan representatieve steekproeven van de bevolking van 52 verschillende landen. De cruciale vragen waren ‘hoe tevreden bent u met uw leven als geheel?’ en ‘hoe gelukkig bent u?’. In 33 landen nam de gemiddelde tevredenheid met het leven toe; in 45 landen het gevoel van geluk. Het onderzoek wordt gepubliceerd in het julinummer van Perspectives on Psychological Science.

De belangrijkste reden dat mensen zich prettiger zijn gaan voelen, is een sterker geworden gevoel van vrijheid, aldus de onderzoekers. In veel relatief arme landen is dat gevoel toegenomen door de economische groei. Een beetje geld extra levert in een arm land al meteen veel op in termen van voedsel, kleding, onderdak en medische zorg.

In rijkere landen is men het gelukkigst. Daar draagt de economische groei nauwelijks meer bij tot gevoelens van vrijheid en geluk. Dat blijkt uit een deelonderzoek onder 97 landen (90 procent van de wereldbevolking) tussen 1995 en 2007, waarin de onderzoekers eerst het bruto nationaal product maten en vijf jaar later het geluk. Maar in die rijke landen is de tolerantie tegenover bijvoorbeeld vrouwen en homo’s de afgelopen decennia toegenomen en daarmee gevoelens van vrijheid en geluk.

In 19 van de 97 landen is een meerderheid van de bevolking ongelukkig. Zimbabwe eindigt onderaan, Denemarken bovenaan, Nederland op de achtste plaats. Mensen in Latijns-Amerikaanse landen zijn gelukkiger dan op grond van hun bruto nationaal product verwacht kon worden, en mensen in voormalig communistische landen ongelukkiger. Dat komt volgens de onderzoekers doordat het geloof in god en vaderland in Latijns-Amerika groot is, terwijl in het voormalig Oostblok een spiritueel vacuüm heerst.