Gedragstherapie vermeerdert grijze stof in hersenen

rotterdam, 3 juli. Als mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) cognitieve gedragstherapie krijgen, neemt de hoeveelheid grijze stof in hun hersenen toe. Dat blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Brain (28 juni online). CVS wordt gekenmerkt door vermoeidheid en concentratieproblemen. Patiënten hebben ook minder grijze stof (verantwoordelijk voor informatieverwerking) dan gezonde mensen. Met psychotherapie werd patiënten geleerd in beweging te blijven en een gevoel van controle te hebben over hun klachten. Daarop namen de snelheid van informatie verwerken en de hoeveelheid grijze stof toe, al bleef het verschil met gezonde mensen nog fors. Na therapie voelden patiënten zich ook gezonder dan daarvoor.