En nu mag je een venstertje in dat oog knippen

Geen boze woorden over urennormen, stakingen of doorstroommogelijkheden.

Vandaag het voordeel van lesgeven in twee vakken. Een ode aan gym en biologie.

„Mevrouw, gaan we vandaag ogenpracticum doen?” Het enthousiasme waarmee brugklasleerlingen een practicumles binnenkomen is groot – al zijn er ook genoeg die huiveren bij de gedachte. In de lessen voorafgaand aan dit practicum hebben ze van alles geleerd over het oog: hoe zit het in elkaar en hoe werkt het. Nu mogen ze het ervaren.

Daarvoor krijgen ze per twee leerlingen een lamsoog. Met handschoenen en een witte labjas aan bestuderen ze eerst de buitenkant, daarna mogen ze aan de achterkant een venstertje knippen. Door dat venstertje kunnen ze het oog inkijken en zien dat het beeld wordt gedraaid. Daarna knippen ze het oog verder open, om de binnenkant te bekijken. Als ze dan de lens eruit halen en die op hun opdrachtenblad leggen, zien ze dat de lens als een vergrootglas werkt.

Zo gaat het in de brugklas: de leerlingen zijn enthousiast, nieuwsgierig en ordelijk. Daarna wordt het langzaam minder, al blijven de meesten practicumlessen leuk vinden. Zoals het hartenpracticum in de tweede klas, waar we soms een kippenhart maar soms ook een lamshart opensnijden – en dat lijkt op het hart van een mens. De leerlingen zien boezems, kamers, hartkleppen, het verschil tussen linker en rechter harthelft en verschillende soorten aderen.

Maar niet alleen de leerlingen, ook ik vind de practicumlessen het leukst van biologie. Misschien komt dat doordat ik geïnteresseerd ben in hoe het menselijk lichaam in elkaar zit. In eerste instantie wilde ik docent lichamelijke opvoeding worden, maar toen ik die studie had afgerond wilde ik er graag nog een vak bij geven.

De keus was snel gemaakt: biologie heeft veel raakvlakken met lichamelijke opvoeding. In beide gevallen moet je weten wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van het menselijk lichaam. Ik geef nu beide vakken en de combinatie bevalt mij prima.

Maar goed, dit stuk gaat over biologie. En het bijzondere van biologie is dat er voor elke leerling wel iets interessants bij zit. De leerling die net als ik van bewegen houdt, wil de bouw van het menselijk lichaam leren kennen. Voor de leerling die van planten houdt, zijn de lessen plantkunde juist het interessantst. Weer een ander is geïnteresseerd in de dierenwereld.

Er zijn per thema ook altijd verschillende dingen mogelijk. Neem de manier waarop de brugklassers leren hoe de levenscyclus van een plant verloopt. Hierbij onderzoeken ze proefondervindelijk welke factoren invloed hebben op het groeien van een bruine boon. Die proef ontwerpen ze zelf en voeren ze thuis uit. En dan heb je dus leerlingen die kijken naar de invloed van het licht, terwijl andere leerlingen hun bruine bonen cola geven om te kijken of ze ook dan nog groeien.

In de bovenbouw is biologie natuurlijk diepgaander, met veel aandacht voor dna-technieken. Op onze school komen ieder jaar via de organisatie DNA-labs studenten op bezoek, om samen met de leerlingen de ‘gel-elektroforese’ techniek uit te voeren. Dat is een techniek die met behulp van gel en elektriciteit stukjes dna van elkaar scheidt. Het bandenpatroon dat dan ontstaat geeft de onderzoeker informatie over het dna-monster, bijvoorbeeld over de aanwezigheid van een bepaald gen in een weefsel. Zo kun je op dna-niveau verschillen tussen gezonde cellen en kankercellen aantonen.

En dan heb je nog het veldwerk: in de examenklassen gaan de leerlingen een week het veld in. Ze doen daar waarnemingen op basis waarvan ze onderzoeksvragen formuleren: vegetatieanalyses, bodemonderzoek, chemische analyses aan oppervlaktewater. Dat is leuk, gezellig en leerzaam. Een leerling zei een keer: „Nooit gedacht dat hard werken zo leuk kan zijn.”

De eindexamenklas is sowieso een spannende, maar ook interessante tijd voor biologie. Naast de verplichte examentoetsen stellen we de bovenbouwleerlingen in staat te tonen wat ze op praktisch niveau in huis hebben. Ze doen een schoolonderzoek waarbij ze aan de hand van eerder opgedane, praktische ervaringen een onderzoeksvraag formuleren bij een door de docent opgegeven probleem. De leerlingen moeten het onderzoek vervolgens uitvoeren en er een verslag van schrijven dat natuurwetenschappelijk verantwoord is.

Ook voor de docent is het examenjaar natuurlijk spannend: heb ik mijn werk goed gedaan en zullen mijn leerlingen straks slagen. Veel leerlingen verkijken zich op de enorme hoeveelheid werk die in de examenklas op hen afkomt. Natuurlijk is een groot deel van de examenstof in de voorgaande jaren behandeld. Maar nu wordt het menens: je moet aan het werk anders haal je het misschien niet.

Toen ik zelf op de middelbare school zat, vond ik school gewoon leuk. Dat ik het onderwijs in wilde, wist ik al heel vroeg. Ook was ik binnen mijn sportvereniging begonnen met het assisteren bij lessen. Ik wilde kinderen iets leren.

Nu weet ik ook dat lesgeven afwisselend werk is. Ook al geef je ieder jaar aan meerdere klassen dezelfde lesstof, toch is geen les hetzelfde. En nee, het is niet moeilijk met pubers te werken. Dat wil zeggen: soms wel, maar meestal zie ik het simpelweg als een uitdaging mijn lessen zo te geven dat zij ze leuk vinden.

En vaak zien leerlingen het nut van het vak biologie wel in. Wat ze leren over het menselijk lichaam kunnen ze in hun eigen leven toepassen. Hoe zit het spierstelsel in elkaar en op welke manier kan ik het beste bepaalde spieren trainen? Welke voeding is goed voor me en waar kan ik beter niet te veel van nemen? Wat doen roken, alcohol en drugs met mijn lichaam? Ook voortplanting wordt behandeld – en dat vinden leerlingen uit de tweede klas maar wát interessant.

Mijn mentorklas is de enige klas waaraan ik zowel biologie als gymlessen geef. Dat wil ik graag, want dan leer ik de leerlingen op twee totaal verschillende manieren zien. Tijdens de biologielessen zie ik hoe ze zijn bij een theorievak: letten ze goed op, maken ze netjes hun huiswerk. Bij de gymlessen zie ik of iemand doorzettingsvermogen heeft. Er zijn leerlingen die tijdens de biologieles altijd heel stil zijn en tijdens de gymles ineens heel fanatiek en mondig. Of andersom. Maar allemaal zullen ze dingen leren waar ze de rest van hun leven veel aan hebben.

Mariska Argante volgde de lerarenopleiding (biologie) en de HALO (specialisatie turnen). Zij geeft in beide vakken les op het Vrijzinnig Christelijk Lyceum in Den Haag.