De verlokkingen van het luxe dashboard

Gewone auto-interieurs lijken op elkaar. Exclusieve merken profileren zich met hun interieurs. Opel zet nu zijn binnenhuisarchitecten aan het werk.

Wanneer we de merkemblemen van het stuurwiel afhalen, zien de meeste auto-interieurs er hetzelfde uit. De kleur is doorgaans zwart, met een spaarzaam strookje chroom of imitatiehout. Dashboards zijn bekleed met een matzwarte kunststof die binnen de auto industrie ‘olifantenleer’ heet.

BMW en Audi hebben die trend al enkele jaren geleden doorbroken, met meer fantasie in kleur en materiaalkeuze voor de binnenhuisarchitectuur van hun modellen. De producenten van veel verkochte auto’s willen nu ook de consument een gevoel van luxe en kwaliteit geven. Daarmee wordt de kloof tussen ‘alledaags’ en ‘premium’ kleiner.

Neem bijvoorbeeld de Opel Insignia, die volgende maand in Londen wordt gepresenteerd. Deze auto ziet er niet alleen van buiten uit als auto uit de BMW 5-serie. Het interieur kreeg ook extra aandacht.

In deze fors geschapen (bijna 5 meter lange) opvolger van de ooit populaire Vectra lease-auto, zit daarom geen zwart dashboard met drie ronde koppen. Maar dat alleen is natuurlijk niet genoeg om een consument te boeien. John Puskar, hoofd interieurdesign van General Motors Europe, waartoe Opel behoort: „Het is de combinatie van vormgeving, materiaalkeuze én de perfecte montage van alle elementen. Dat bepaalt de gevoelskwaliteit.”

Volgens Peter Hasselbach gaat het om hoe de materialen aanvoelen, hoe ze eruitzien en zelfs hoe het klinkt wanneer je op een dashboard klopt of een portier dichtgooit. Hasselbach is geen ontwerper, hij moet de eerste designschetsen als technicus omzetten in een harmoniërend interieur dat uit wel 800 kleine en grote componenten en onderdelen bestaat. „Een rotte appel kan de hele fruitmand aansteken. Een mooi geborsteld aluminium paneel ziet er niet uit wanneer het een millimeter scheef is gemonteerd. De consument is zó kritisch.” De ervaring leert dat met name Japanse merken de ‘kwaliteitsbeleving’, in vaktermen perceived quality, tot voor kort beter onder de knie hadden dan de doorsnee Europese fabrikant.

Bij de Insignia moest Hasselbach de kenmerken van het exterieurdesign, waaronder de grafische lijnvoering van de gewelfde flanken, in het interieur toepassen.

Dat leidde ertoe dat het dashboard vanuit het midden als een sierlijke vleugel naar links en rechts ononderbroken doorloopt in de portierpanelen. De pasnaden tussen dashboard en portier sluiten perfect op elkaar aan. „Dat is wel het probleem voor de verschillende toeleveranciers”, zegt Hasselbach, die ze allemaal op één lijn moet krijgen. Het kleinste verschil in de materiaalstructuur of kleur is onacceptabel. Om die verschillen uit te sluiten, besteden de autofabrikanten de productie van complete interieurs vaak uit aan grote systeemleveranciers die dashboards of portierpanelen als modules aanleveren.

Cruciaal voor elk auto-interieur is de keuze van kleuren en materialen die weliswaar volgens bepaalde modetrends worden geselecteerd, maar tegelijkertijd tijdloos moeten zijn, omdat een auto minstens tien jaar meegaat. Hout en leer zijn nog steeds bijna symbolische uitingen van luxe, en in combinatie met nieuwe toepassingen komen ze vaak nog beter tot hun recht. Een koolstofvezelstructuur ziet er erg technisch en daardoor sportief uit, evenals geborsteld aluminium of plasticsoorten met het uiterlijk van titanium. Chic alternatief voor hout is tegenwoordig het hoogglans gelakte paneel.

Kleurcombinaties van chocoladebruin met beige zoals in het interieur van de Insignia horen bij deze tijd, vindt Opel, dat vanaf nu het instrumentarium een rode verlichting meegeeft. „Op die manier moet een interieur uitnodigend werken, en als het ware een magnetische aantrekkingskracht genereren”, zegt Peter Jacksch, hoofd van GM Europe’s afdeling colour & trim. Om er enigszins teleurgesteld aan toe te voegen dat zwart nog altijd veel waardering heeft in de ogen van de consument. „Een compleet zwart interieur is kennelijk nog steeds het summum van sportiviteit.”