Bevrijd

Toen ik vannacht de tv aanzette, hoorde ik de stem van Marjon van Royen in het NOS Journaal het nieuws over de vrijlating van Ingrid Betancourt vertellen. Even later de eerste beelden van een zelfs nu zeer beheerste Betancourt, met haar moeder op het vliegveld en omringd door trotse militairen. Rillingen over de rug. Het was zo’n magisch Mandela-moment, als ik diens vrijlating in 1990 op Robbeneiland, ook rechtstreeks op tv uitgezonden, zo mag aanduiden.

Bij zulke beelden zou het moeten blijven. Alles wat daarna komt – vooral de ijdele politici op de eerste rij – tast alleen maar de oergebeurtenis aan.

Het toeval sloeg weer eens verbazingwekkend toe. Een paar minuten tevoren had ik ook al naar de stem van Marjon van Royen zitten luisteren. Ze is te horen op een cd, getiteld Korte, maar krachtige herinneringen, met oude radio-opnamen van Ischa Meijer, die onlangs is uitgebracht. Op het cd-boekje staat geen precieze datering van de interviews, maar dat met Van Royen zal uit het begin van de jaren negentig stammen. Dat besef stemt melancholiek. Immers: Ischa Meijer dood, presentator Cor Galis dood.

Wat blijft zijn stemmen, springlevende stemmen, die doen alsof de dood niet bestaat.

De cd bestaat uit twee schijfjes, een met interviews en een waarop Meijer geschreven herinneringen voorleest. Het materiaal is afkomstig van het live-radioprogramma Een uur Ischa dat Meijer jarenlang vanuit het Amsterdamse café Eik en Linde maakte.

De interviews zijn soms aardig, soms melig en soms al te onbarmhartig – Meijer kon vlijmscherp zijn tegen mensen die zich nauwelijks konden verweren. Marjon van Royen zou ik daar niet toe willen rekenen, maar wel verlegen mensen als de fotograaf Daniël Koning en de filmregisseur Rimko Haanstra.

Meijer was in zijn element als hij alles en iedereen kon ontregelen. Hij kwekte door de woorden van de ander heen, en stapte gretig af van het onderwerp waarvoor ze gekomen waren: boek of film die aangeprezen moesten worden. Dat werkte vooral hilarisch als de ander tamelijk onverstoorbaar bleef, zoals de ‘Oost-Europadeskundige’ Martin van den Heuvel die doodernstig over Tsjetjenië bleef palaveren, zelfs nadat Meijer had uitgeroepen: „Dat wist je gisteren ook nog allemaal niet!”

Maar het beste zijn Meijers voorgelezen herinneringen op het andere cd-schijfje. Ze zijn grimmig en sardonisch, je hoort het publiek nog maar weinig lachen. Meijer vertelt anekdotes over zijn ouders en zijn jeugd. Het aangrijpendst is het stuk Leerkracht, over een joodse school in de Pijp waar zowel de onderwijzers als de kinderen oorlogsslachtoffers waren. „Een neurotische minimaatschappij”, noemt Meijer het.

Hij beschrijft de heersende hiërarchie in leed: „Wie in een kamp had gezeten, kon zich tot de leedadel rekenen, welke kaste natuurlijk weer zijn eigen rangen en standen kende.” Hij herinnert zich ‘die akelige dame’ die hem vroeg: „En baasje, waar ben je met je pappie en mammie geweest in de oorlog?” „In Belsen, mevrouw.” Waarna zij in lachen uitbarstte, op haar in de arm getatoeëerde Auschwitznummer wees en zei: „Belsen, laat me niet lachen. Koekjes eten, zal je bedoelen!”

Bevrijd, maar nooit vrij. Zal het voor Betancourt anders verlopen?