Wonderkind moet bescheiden zijn

Toni Nadal is de oom én coach van Rafael, viervoudig winnaar van Roland Garros. „Ik eis dat hij mij als gelijke behandelt.”

Danielle Pinedo

Op Wimbledon loop je gemakkelijk aan hem voorbij. Want hoewel Toni Nadal zijn naam mee heeft, is het geen man die nadrukkelijk de aandacht zoekt. Het liefst gaat de lange, gebruinde Mallorcaan zo onopvallend mogelijk door het leven. „Rafael is geen fenomeen”, zegt hij in antwoord op de vraag hoe het is om zo’n complete tennisser te coachen. „Johan Cruijff is een fenomeen, die heb ik regelmatig zien voetballen bij Barcelona. Wát een traptechniek. Rafa heeft niet half zijn talent.”

Met gekruiste armen slaat Toni zijn neef gade tijdens een oefenpartij met Mario Ancic op de All England Club. „Si. Nooooo. Qué pasa?” Tussen de slagen door maakt hij weinig woorden vuil aan het spel van de tennisser die vorige maand door Björn Borg werd getipt als titelfavoriet in Londen, vóór vijfvoudig winnaar Federer. „Rafael en ik reizen al jaren de wereld rond”, zegt hij na afloop van de wedstrijd waar enkele tientallen fans op afkomen. „We hebben aan een half woord genoeg.”

Rafael en zijn oom verkeren in een winning mood. Vorige maand schreven ze – Toni Nadal spreekt consequent in het meervoud – voor de vierde achtereenvolgende keer Roland Garros op hun naam. Om een week later voor het eerst een grastoernooi te winnen, in Queens. „We hebben een goed jaar achter de rug”, concludeert Toni Nadal. „Maar dat betekent niet dat we hier even de titel pakken. In tennis ben je zo goed als je volgende wedstrijd. Zeker op gras. Anders dan op gravel kun je je geen slechte dag permitteren. Loopt je forehand niet, dan lig je er uit.”

Bescheidenheid. Dat is het credo van de man die voor een glasbedrijf werkte voordat hij zo’n vijftien jaar geleden fulltime coach werd van een wonderkind. Die eigenschap heeft hij Rafa met de nodige volharding proberen bij te brengen. „Jonge succesvolle mannen kopen nou eenmaal graag mooie auto’s of lopen met een fotomodel aan hun arm. Mijn neef moest lange tijd niets hebben van een sober bestaan. U mag best weten dat we daar de nodige conflicten over hebben gehad.”

Op dat soort momenten hield Toni zijn neef altijd voor dat succes betrekkelijk is. „Vandaag een superster, morgen een nobody. Zo gaat het in het proftennis.” In dit leven bestaan volgens Toni Nadal geen belangrijke mensen. Hij wijst om zich heen. „Voor al die supporters die hier vandaag langs de kant staan, betekent Rafael helemaal niets. Ouders, díe zijn belangrijk voor hun kinderen. Maar voor de rest is iedereen gelijk.”

Dat Rafael Nadal de lessen van zijn oom ter harte heeft genomen, bleek na zijn verpletterende overwinning op Federer (6-1, 6-3 en 6-0) in Parijs. „Sorry dat ik heb gewonnen”, zei hij in zijn dankwoord tegen de Zwitserse nummer één. „En bedankt voor je sportieve houding op de baan.” Toni kan dat soort reacties zeer waarderen. „Want voor mensen als Federer heb ik diep respect. Hij is een aardige man en een geweldige tennisser. En hij verdient het niet om van de baan te worden gemept. Je hoeft je tegenstander niet lief te hebben, maar je moet hem ook niet vernederen.”

Toch toonde Nadal juist met die zege aan hoeveel vooruitgang hij het laatste jaar heeft geboekt. Niet voor niets vragen velen zich in Londen af of hij de tennisser is die voor het eerst sinds 1980 Roland Garros en Wimbledon in één jaar gaat winnen. Borg lukte dat toen voor het laatst. De Zweed heeft al aangekondigd dat hij in het finaleweekend vanaf de eretribune toekijkt. „Leuk”, vindt Toni Nadal. „En ook fijn dat hij zo veel vertrouwen heeft in mijn neef. Maar zelf denk ik dat Federer meer kans maakt dat andere record van Borg te verbreken [vijf Wimbledontitels op rij]. Wie zo veel titels heeft gewonnen, zal er alles aan doen om geschiedenis te schrijven.”

En bovendien heeft Rafael Nadal nog veel te leren, onderstreept zijn oom. „Hij maakt onnodige fouten, legt te weinig power in zijn spel en kan nog wat meer de hoeken van de baan opzoeken. Maar ja, als je topper bent is het moeilijk aan je spel te sleutelen. Met deze bewegingen ben ik nummer twee van de wereld geworden, denk je dan. Waarom zou ik onnodige risico’s nemen?”

Op de vraag wat het succes is van hun goede samenwerking moet Toni Nadal even nadenken. Dan wijst hij op de Amerikaanse succescoach Brad Gilbert, die een baan verderop een Engelse junior bijstaat. „Misschien wel het feit dat wij als gelijken met elkaar omgaan. Andere topcoaches krijgen astronomische bedragen van hun pupillen. En praten hen daardoor al snel naar de mond. Ik verlang geen cent van mijn neef. Maar ik eis wel dat hij mij als een gelijke behandelt. Gek, vinden mensen dat. Maar volgens mij heeft die afspraak ons tot nu toe geen windeieren gelegd.”