Wachten, wachten, wachten

Elke dag worden honderden Nederlanders gevolgd en gecontroleerd door de bedrijfsrecherche.

nrc.next liep een dagje mee met een bedrijfsdetective.

Tal van werknemers worden dagelijks op straat gevolgd zonder dat te weten. Door detectives van particuliere recherchebureaus. Vaak doen ze dat in opdracht van de (ex-)werkgever. Blijven de werkprestaties achter, wordt uit de kas gestolen of is er sprake van frauduleus ziekteverzuim, dan kan de baas iemand inschakelen die de werknemer volgt. De kosten: zo’n 1.400 euro per dag. Een verslag van een werkdag van Raymond Dörr van Recherchebureau Dörr uit Rotterdam.

07.14 uur. Oneindig Noord-Brabants landschap. In de verte een zendmast, links een boerderij. Rechts twee opgewonden pony’s. Te midden van de weilanden een onverhard zandpad. Hier staat, geparkeerd in de berm, de zwarte Volvo van Raymond Dörr. Dörr (40, amateurbokser, oud douaneman, kaal, bomberjack, blauwe ogen, spijkerbroek, oortje in) zit achter het stuur. Gordel om. Radio 1 aan. En almaar vooruit kijken. Zijn collega, Delta-1, doet hetzelfde even verderop.

De detectives staan hier vanwege een concurrentiebeding. Met twee volgauto’s bewapend met verrekijker, walkietalkie en fototoestel met flinke zoomlens. In een dorp met zo’n zeshonderd inwoners. Details wil Dörr niet noemen, de zaak loopt nog. Globaal dan: „Deze meneer, een meubelhandelaar, zou tegen de afspraken in klanten hebben overgenomen van zijn oude werkgever. Wij zullen hem gedurende een bepaalde periode, gemiddeld zo’n zes dagen, volgen, om vast te stellen of de verdenking klopt.” Daarvan maakt hij dan een rapportje dat de opdrachtgever kan gebruiken als bewijslast in een eventuele rechtszaak. Dörr grinnikt. „Ik ben een beroepsverrader.”

Vandaag is de eerste observatiedag. Een shot to nothing, noemt hij dat. „We kennen zijn patroon nog niet en weten dus niet wanneer meneer gaat bewegen. We kennen alleen de kleurstelling en het type auto van de tegenpartij.”

Ook is bekend dat hij ergens om de hoek woont van het kruispunt waar de auto op uitkijkt. Aangezien zijn woonhuis aan een doodlopende weg ligt, is hij straks niet te missen. Vooralsnog is er echter niets dan weilanden te zien. Dörr: „Een rechercheur is nóóit zichtbaar voor de tegenpartij. We blijven altijd op zo’n 500 meter afstand van ons observatieobject.”

Observeren is volgens Dörr als de keeper van een goed elftal: je hebt weinig te doen, totdat er opeens iets gebeurt. „Dan moet je er staan.” Moet er straks de achtervolging worden ingezet, dan zijn de eerste seconden het belangrijkst. „Dan kun je een auto nog kwijtraken: je gaat pas rijden als de ander uit het zicht is, want je mag niet gezien worden. Eenmaal op de snelweg is het makkelijk, dan kun je zwaaien wat je wilt. De meeste mensen blijven onverschillig voor zich uitkijken. Niemand die het opvalt. Zeker niet als je met twee volgauto’s, tsják tsják, elkaar afwisselt.”

08.21 uur. Plankgas richting kruispunt: te zien is de auto van de vrouw van de tegenpartij. Mogelijk zit haar man in de auto, je weet het niet. Dörr maakt contact met zijn collega: „Delta-1, kun jij zien wie er achter het stuur zit? Over.”

„Dit is duidelijk een dame. Over.”

Dörr keert terug naar de observatieplek. Er is nog niets verloren: „Pas als de vrouw in de auto van de man rijdt, weet ik: dit wordt een rustig dagje.”

10.14 uur. Het regent. Een vrouw in knalroze regenpak verlaat de boerderij. Ze loopt regelrecht op de auto af. Langzaam gaat het autoraam van de zwarte Volvo open.

„Mag ik vragen wat u hier doet?”

„Wij zijn aan ‘t werk, mevrouw.

„Wat doet u dan?

„We zijn bezig met een onderzoek, mevrouw.”

„Oh, ja. Want zo’n auto hier opeens. Dat valt wel op hier hè.”

„Als u het niet vertrouwt, kunt u de politie bellen en het kenteken doorgeven.”

De vrouw lacht vriendelijk en verdwijnt weer in de boerderij. „Die gaat zeker bellen”, zegt Dörr. „Allemaal ervaring.” De auto staat in een landelijk gebied en dat is altijd lastig, weet hij. „In Amsterdam kun je zo lang posten als je wilt. Daar zit iedereen in z’n auto. Maar hier kent men elkaar. Er zal nu worden geroddeld in het dorp. Maar als we hier morgen weer staan, is men al een stuk minder geïrriteerd.”

12.32 uur. Nog steeds niets. Dörr trekt nog maar eens een pakje Sultana open. „Vroeger was het chips.” Ongezond eten is een van de grootste gevaren van het vak, vertelt hij. „Na een week heb je gegarandeerd een buikje.”

De verveling slaat toe. Voor lezen is geen tijd. Ook een kop koffie zit er niet in: „Stel dat we opeens moeten wegrijden.” Observeren blijkt wachten, wachten, wachten. Soms tien uur op een dag. „Je moet jezelf goed kunnen vermaken. Bij de politie word je na twee jaar observeren doorgeplaatst naar een andere afdeling. Dan ben je opgebrand, zie je het niet meer. Ik doe het nu al twaalf jaar. Het is m’n eigen bedrijf hè.” Dörr wijst naar de onderkant van z’n linkerdijbeen. „Daar heb ik een soort rsi ontwikkeld, van het schakelen. Een taxichauffeur kan nog een rondje lopen, wij móeten blijven zitten.”

14.15 uur. Dörr staart nog steeds naar de weg. Even is er contact met Delta-1: „We blijven tot half vier. Nog vijf kwartiertjes.” Mijmeren tijdens het werk? Nee hoor, Dörr blijft geconcentreerd. „Mijn voornaamste gedachte is: wanneer komt ie? Wanneer komt ie uit dat straatje? Even niet opletten en je bent te laat.”

15.17 uur. Een oudere man fietst het straatje in. Zou ie dan toch op de fiets zijn gegaan? Dörr schudt van nee: „Frauduleus handelen op de fiets komt weinig voor.”

15.30 uur. Morgen weer een dag.