Veel gedoe om niets?

‘Een moordenaar met taakstraf’, kopte deze krant vorig jaar oktober. Aanleiding was een uitzending van de televisierubriek Zembla van de VARA waarin werd gesteld dat daders van zeer ernstige misdrijven hun schuld aan de samenleving met wat uurtjes schoffelen of keukenarbeid mogen aflossen.

Uit een steekproef naar de praktijk van het ‘taakstraffen’ in 2006 door de rechter en, op eigen gezag door de officier, bleek gisteren, zoals verwacht, dat de kwestie zwaar is overdreven. Taakstraffen voor moord- of doodslag worden helemaal niet gegeven.

Achter het juridische etiket ‘verkrachting’ blijken ook de pubers met taakstraffen schuil te gaan die in het zwembad meisjes in hun billen hebben geknepen. Achter ‘poging tot moord’ de 14-jarige meeloper die bij het gooien van een snel gedoofde molotovcocktail aanwezig was.

Dat dit valse beeld mede kon ontstaan doordat Zembla van onbetrouwbare cijfers gebruikmaakte en dat de televisierubriek daar ook voor was gewaarschuwd, maakt de kwestie beschamend. Veel politieke opwinding rust dus op verkeerde aannames en matige journalistiek, die inspeelt op een klimaat waarin repressie sterke rugwind heeft.

Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) kiest in zijn brief aan de Tweede Kamer intussen voor de politiek veilige weg. De richtlijn taakstraffen wordt „aangescherpt”, waarmee de vrijheid van de officier van justitie op het oog toch wat wordt ingeperkt. Een taakstraf bij een ernstig misdrijf moet voortaan aan criteria voldoen: bijvoorbeeld dat de gedraging zelf helemaal niet zo ernstig was. Daarmee wordt de bestaande praktijk dus op papier vastgelegd.

Veel gedoe om niets, is de conclusie. De Tweede Kamer is bediend met het vrijwel versleten woordje „scherper”. De officier moet doen wat hij al deed. En op de rechter valt niks van betekenis aan te merken.

Hoewel, helemaal zonder rafelrandjes is de justitiële taakstrafpraktijk ook niet gebleken. In de steekproef troffen de onderzoekers vijf zaken aan waarin de officier volgens de richtlijn meer had moeten eisen dan een taakstraf. Daar kan dus enige winst worden geboekt. In 28 zaken legde de rechter de eis voor een vrijheidsstraf naast zich neer en veroordeelde de verdachte tot een taakstraf. Twee hooggeleerde juridische experts gaven in een ‘second opinion’ aan in 21 zaken die keuze te kunnen billijken. In de overige verschilden ze van mening. In één zaak vonden ze beiden het vonnis te licht. Dat nam niet weg dat ze de rechterlijke praktijk overziende „geen enkele grond voor verontrusting” zagen.

Dat beide deskundigen ook advocaat zijn en dus belanghebbenden bij de strafrechtspleging, kan hun oordeel hebben beïnvloed. Maar het is opvallend hoe intern gericht het strafrechtbedrijf is, ook als het zich zegt open te stellen voor buitenstaanders. Een toetsing door twee echte buitenstaanders had de tevreden vaststelling ‘uitstekend werk’ pas echt meer gezag gegeven.