Protestliedjes

Het Amerikaanse muziektijdschrift Under The Radar heeft de ‘Tien Beste Protestliedjes van deze eeuw’ verzameld. En al gelden de eerste acht jaar vooralsnog niet als een opruiend tijdvak, en zijn de meeste muzikanten vooral geoccupeerd met hun eigen liefdes- en verslavingsbeslommeringen, we kunnen toch vaststellen dat er minstens tien pittige protesten geschreven zijn:

1. Bright Eyes: When The President Talks To God (2005) 2. Jarvis Cocker: Cunts Are Still Running The World (2006)3. Tom Waits: Hoist That Rag (2004) 4. Talib Kweli And Cornel West: Bushonomics (2007) 5. Kris Kristofferson: In The News (2006) 6. Arcade Fire: Intervention (2007) 7. Sleater-Kinney: Combat Rock (2002) 8. Elbow: Leaders Of The Free World (2005) 9. Sharon Jones & The Dap-Kings: What If We All Stopped Paying Taxes (2002) 10. Bruce Springsteen: How Can A Poor Man Stand Such Times And Live (2006)

Under The Radar is Amerikaans, vandaar dat Lange Frans’ Kamervragen of Salah Edins Het land van er niet bij staan. Opvallender is dat Steve Earle en Neil Young in dit rijtje ontbreken; zij schreven niet alleen protestsongs, maar zelfs hele protest-cd’s. Verder valt op dat het tijdperk-Bush, dat binnenkort ten einde loopt, een vruchtbare periode voor de protestzanger was, want bijna ieder liedje is een directe aanval op de persoon van de president – zoals ook het hier niet genoemde Dear Mister President van Pink.

Meer nog dan tegen de persoon van Bush, zijn de bijdragen gericht tegen een van zijn belangrijkste issues: de oorlog in Irak. Daar is What If We All Stopped Paying Taxes, van Sharon Jones een mooi voorbeeld van; zij wil door geen belasting te betalen, de oorlogsfinanciering onmogelijk maken.

Het meest allround in deze Top-10, en daarom terecht op nummer één, is Conor Oberst, oftewel Bright Eyes. In When The President Talks To God vraagt Oberst zich af waar Bush het zoal over heeft met God: „Are the conversations brief or long?/ Does he ask to rape our women’s rights/ And send poor farm kids off to die? (...)We should find some jobs, the ghetto’s broke.”

Hij zong dit in een uitzending van Jay Leno, een van de best bekeken talkshows van het land. Waar je van de meeste protestliedjes kunt vrezen dat ze vooral worden gehoord door de mensen die het er toch al mee eens zijn, is hij door een breder publiek gehoord: Conor Oberst preekt niet alleen voor eigen parochie.