Partijleider en/of penningmeester

PvdA-leider Wim Kok ging door een diep dal bij de WAO-crisis. Wouter Bos komt er beter van af bij de kinderopvang. Maar wat doet de minister van Financiën als later dit jaar de economie inzakt?

De kinderopvang is voor de PvdA niet een drama van het kaliber WAO geworden. De partij komt zonder volksopstand weg met een versobering van de kinderopvang. Er is gemor, maar minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) komt er ongeschonden uit. Hij kon het Chassé Theater in Breda, waar de sociaal-democraten vorige maand hun partijcongres hadden, opgeruimd verlaten.

De Wet Arbeidsongeschiktheid (WAO) stortte zeventien jaar geleden de PvdA in een diepe crisis. Toen het centrum-linkse kabinet Lubbers-Kok (1989-1994) voorstelde om de duur en de hoogte van de WAO te beperken, stoomde links Nederland van verontwaardiging. Het kostte Wim Kok, destijds minister van Financiën (PvdA), bijna zijn politieke kop. Zover is het bij Bos niet gekomen.

Net als Wim Kok in de jaren negentig moet ook Wouter Bos regelmatig een spagaat maken, omdat hij de post van minister van Financiën en vicepremier combineert met het partijleiderschap. Als PvdA-leider belooft hij vervulling van sociaal-democratische idealen, als penningmeester in het kabinet ziet hij dat er soms geen geld is voor de plannen.

Kok was partijleider van de PvdA, minister van Financiën en vicepremier (1989-1994). Bos vervult sinds februari 2007 dezelfde functies. Beiden hebben te maken (gehad) met een crisis in hun partij en met zetelverlies in de peilingen. Zowel Bos als Kok zijn onvervulde beloftes verweten.

Maar daar houdt de vergelijking op. Kok had het als minister van Financiën en partijleider „veel moeilijker” dan Bos het nu heeft, zegt Arend Hilhorst, Koks toenmalige politieke assistent en nu directeur van architectenbureau KAW.

Volgens PvdA-veteraan, econoom en publicist Arie van der Zwan is de neergang van de partij begonnen met het debacle van de WAO in 1991. De PvdA beloofde iets in de oppositie (‘handen af van de WAO’) en kwam er als regeringspartij op terug. Dit jaar was het met de kinderopvang niet anders. Die zou volgens het verkiezingsprogramma van de PvdA ‘gratis’ worden (drie dagen per week), maar net als indertijd de arbeidsongeschiktheid gaat de opvangregeling aan succes ten onder. Het toegenomen gebruik heeft een gat in de begroting geslagen en nu al staat vast dat ouders volgend jaar meer moeten bijdragen.

De overstap van oppositie- naar regeringspartij is voor de PvdA altijd pijnlijk. Onder druk van de harde feiten verdampen kostbare sociale en politieke beloftes. Zowel Kok als Bos heeft daar mee te maken gehad. In november 1989 loodste Kok, die in 1986 Joop den Uyl als fractieleider had opgevolgd, zijn partij in het kabinet-Lubbers III.

De verwachtingen waren hooggespannen, het regeerakkoord voorzag in meer financiële ruimte. Maar al meteen zat het tegen voor de PvdA. De raadsverkiezingen in 1990 waren de slechtste ooit. Hetzelfde jaar verklaarde premier Lubbers dat Nederland ‘ziek’ was en dat hij een miljoen arbeidsongeschikten als premier niet zou meemaken.

Het jaar 1991 werd een ramp voor de PvdA. Kok moest bezuinigen. Hij kwam met de ‘Tussenbalans’, een aanpassing halverwege de kabinetsperiode van de begroting. Het kabinet had zich te rijk gerekend en het moest „een tandje minder”, zoals Kok het noemde.

Overigens kijken beide sociaal-democraten tegen bezuinigen hetzelfde aan. Dat is bij de huidige overschrijdingen in de AWBZ en de kinderopvang niet anders dan bij Kok destijds. „Bij bezuinigingen hanteerde Kok, net als Bos nu, het profijtbeginsel – wie profijt heeft, betaalt”, zegt hoogleraar Henk Don, destijds onderdirecteur van het Centraal Planbureau. Ontzie de minima; mensen met een hoger inkomen kunnen best iets extra bijdragen aan de kinderopvang.

Het resultaat van de PvdA bij de Statenverkiezingen in maart 1991 was opnieuw slecht. Kort daarop begon de traumatische ‘zomer van de WAO’.

Na veel handenwringen ging Kok akkoord met ingrepen in de hoogte én de duur van de uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid. Zijn achterban beschuldigde Kok, de oud-vakbondsleider, van „verraad aan de arbeidersklasse” en „slopen van de verzorgingsstaat”. De voorzitter van de PvdA, Marianne Sint, was spoorloos – op fietsvakantie in Italië. Kok vond het „vreselijk”, zeggen zijn naaste medewerkers uit die tijd. Bij het wekelijkse overleg met de PvdA-bewindslieden kon hij zijn tranen niet bedwingen.

Het CDA kwam de beknelde PvdA-leider tegemoet. Premier Lubbers en minister Bert de Vries (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) stelden een afzwakking van de ingrepen in de WAO voor. Dit leidde tot het ‘bami-akkoord’ bij De Vries thuis in Bergschenhoek, waar de plaatselijke afhaalchinees voor de maaltijd zorgde. Op die gedenkwaardige avond stapte Kok, toch al geen groot drinker, over van whisky naar korenwijn, het favoriete gedestilleerd van De Vries.

De achterban bleef protesteren. „De moeizame verhouding met zijn achterban in het land zat Kok zo dwars, dat hij in maart 1992 een motie van vertrouwen vroeg aan het partijcongres”, zegt een oud-bewindspersoon die Kok jarenlang van nabij meemaakte. „Kok reisde stad en land af om het vertrouwen van teleurgestelde kiezers terug te veroveren”, herinnert hij zich. De tour eindigde in een emotioneel partijcongres in Nijmegen waar Kok aanbood zijn functie in het kabinet neer te leggen als de partij niet akkoord ging met de WAO-hervormingen. Hij kreeg 80 procent van de partijgenoten achter zich. Kok had vertrouwen gevraagd en gekregen. „Door zo’n diep dal is Bos bij de kinderopvang niet gegaan”, aldus de voormalige minister.

Intussen moest Kok veel aandacht besteden aan de weg naar de toekomstige afschaffing van de gulden. Nederland was de tweede helft van 1991 voorzitter van de Europese Gemeenschap en de onderhandelingen over de Economische en Monetaire Unie moesten afgerond zijn voor de Europese top in Maastricht, december 1991.

Kok was veel tijd en energie kwijt aan Brussel. Hij onderhield nauw contact met toenmalig Commissievoorzitter Jacques Delors. Samen met Delors, vertelt een topambtenaar uit die periode, loste Kok het dilemma op hoe de landen te selecteren die aan de EMU zouden meedoen. De parlementaire goedkeuring van het Verdrag van Maastricht verliep probleemloos. Er kwam indertijd geen roep om een referendum aan te pas. Vorig jaar kon de PvdA van Wouter Bos niet om een tweede Europa-referendum heen, hetgeen de partijleider opbrak toen hij eenmaal in het kabinet zat en deze verkiezingsbelofte moest inslikken.

Kok was begin jaren negentig bij een andere zaak betrokken die gelijkenis vertoont met een onderwerp waar Bos in de eerste dagen van zijn ministerschap mee te maken kreeg. Toen Philips in 1993 in financiële problemen kwam, keurde Kok als minister van Financiën de ‘technolease-constructie’ goed. Het was, erkennen betrokkenen, fiscale staatssteun om Philips te redden. ‘Waar was Wouter’, vroeg menigeen zich af, toen ABN Amro vorig jaar opgeknipt dreigde te worden en Bos zich publiekelijk afzijdig hield.

Kok liet ook onderwerpen liggen, zoals immigratie en integratie van allochtonen. Hij wilde er geen aandacht aan besteden. Het onderwerp werd ook tijdens Koks premierschap begraven. De erfenis die Kok voor zijn beoogde opvolger Melkert achterliet, zou de PvdA zwaar opbreken toen Fortuyn in de Nederlandse politiek doorbrak. Bespreekbaar maken van immigratie is het grootste verschil tussen beide partijleiders. Niet de sociale zekerheid, maar integratie is de grote sociale kwestie in de komende decennia, zei Bos tijdens het partijcongres in Breda.

Uiteindelijk is het toch nog goed gekomen met Wim Kok als PvdA-partijleider, met dank aan Lubbers wiens politieke kompas ontregeld raakte. In 1994 verloor de PvdA bij de Kamerverkiezingen weliswaar twaalf zetels, maar het CDA verloor met twintig zetels dramatischer. Kok werd premier van het eerste paarse kabinet – van PvdA, VVD en D66. „De afstand tussen de eretribune en de nooduitgang is erg klein”, stelde Kok in die dagen vast.

Wim Kok was minister-president van twee paarse kabinetten en hij ontdeed de PvdA van haar ideologische veren. Wouter Bos is weer op zoek naar een ideologie. De ‘markt’ moet zijn werk doen, maar niet te veel. Aanpak van excessieve beloningen en terughoudendheid ten aanzien van privatiseringen vallen bij zijn achterban in goede aarde.

Vandaag verdedigt minister Bos in het parlement de Voorjaarsnota over de lopende begroting – net als Kok wil Bos een goede schatkistbewaarder zijn. Kok maakte zich weinig populair, doordat hij als minister van Financiën gedwongen was van meet af aan flink te bezuinigen. Bos maakte als minister een vliegende start omdat hij profiteerde van een sterke economische groei van 3,5 procent. Hij moet nog laten zien hoe hij de spagaat maakt als partijleider en penningmeester wanneer de tegenvallende economische groei in Nederland om financiële daadkracht vraagt.

Van het premierschap in 2011 – de functie die Kok twee keer wist te bereiken – kan Bos vooralsnog alleen maar dromen.