Optimisme weg op de beurzen

Nog maar enkele weken geleden leek de AEX-index op weg naar de 500, nu bungelt die rond de 415. Er is weinig reden meer voor optimisme.

Verkopen, verkopen, verkopen. Beleggers lijken wereldwijd even niets anders te willen dan zo snel mogelijk van hun aandelen af te komen.

De reden? De koersen dalen, en ze dalen heel hard. De Amerikaanse experts hebben er een mooi woord voor: meltdown (rampscenario voor ongeluk bij kernreactor).

Die meltdown is eigenlijk al bezig sinds de zomer van 2007. Hij werd onderbroken door een paar flinke oplevingen. Deze meestal kortstondige stijgingen werden veroorzaakt door beleggers die ten onrechte geloofden dat de kredietcrisis voorbij was, dat de dure olie niet zoveel kwaad kon, of dat de wereldwijde economische neergang kon worden afgewend door de sterke opkomst van landen als China en India.

Deze gedachtegang was erg optimistisch, blijkt nu. Of toch niet?

De feiten laten in ieder geval een somber beeld zien. De Dow-Jonesindex op Wall Street, de belangrijkste beursgraadmeter ter wereld, heeft sinds 1970 niet zo’n slechte eerste jaarhelft gehad. Dezelfde index kende de grootste daling afgelopen maand sinds 2002. In de landen waar het voor de belegger tot voor kort zeer goed toeven was, kelderden de indices heel hard, zoals in India en in China.

De oplevingen op de beurzen leken de afgelopen maanden soms de harde economische werkelijkheid te logenstraffen. De oplevingen, met name in de lentemaanden, werden veroorzaakt door onder meer de reddingsactie rond de Amerikaanse bank Bear Stearns, topbankiers en ministers die stelden dat de kredietcrisis over het hoogtepunt heen was, en het geloof – of de hoop – dat de wereldeconomie een recessie zou weten af te wenden.

Maar steeds weer blijkt de situatie slechter dan gedacht. Momenteel gaan analisten ervan uit dat banken, vooral de Amerikaanse, opnieuw miljarden moeten afschrijven als gevolg van de risicovolle beleggingen in de Amerikaanse hypothekensector. En weer gaan er geruchten over een grote zakenbank die het moeilijk heeft: ditmaal Lehman Brothers. Daarbij komt slecht economisch nieuws uit de VS waar de verkoop van nieuwe woningen weer afnam en het consumentenvertrouwen afgelopen maand wegzakte naar 50,4 op een schaal waar het jaar 1985 op 100 staat.

Deze combinatie van slecht nieuws lijkt garant te staan voor verdere koersverliezen. Een extra factor die de koersen doet dalen, is de hoge olieprijs. Lang werd gedacht dat die dure olie weinig impact had. Nu is de situatie anders. De stijging van de olieprijs – en die van vrijwel alle andere grondstoffen – zorgt voor een sterk oplopende inflatie in alle uithoeken van de wereld. Dure olie, dure benzine, hoge voedselprijzen en – in de VS en enkele Europese landen – dalende huizenprijzen zorgen ervoor dat een belangrijke motor van economische groei stilvalt: consumentenbestedingen.

De inflatie begint zo hard op te lopen dat algemeen wordt verwacht dat de Europese Centrale Bank en de Amerikaanse Federal Reserve (Fed) snel de rente zullen verhogen. Gisteren werd bekend dat de inflatie in de OESO-landen (de geïndustrialiseerde landen) in april uitkwam op 3,9 procent, het hoogste niveau in zeven jaar.

Een renteverhoging – al dan niet herhaald – kan de inflatie wel beteugelen, maar het neveneffect zal beleggers niet vrolijk stemmen. Een hogere rente zorgt namelijk meestal voor dalende koersen. Het wordt immers duurder om geld te lenen, en aantrekkelijker om geld op een spaarrekening te zetten, zodat de economische groei, die toch al ineenschrompelt, verder de kop in wordt gedrukt.

De rente is op de financiële markten overigens al opgelopen, waardoor onder meer de hypotheekrente is gestegen. Ook de driemaandsrente die banken elkaar berekenen voor leningen, staat met 5 procent op een zeer hoog peil, een direct gevolg van de kredietcrisis.

Beleggers kunnen trouwens ook wel met enige boosheid naar de centrale banken kijken. Jarenlang werd er veel geld gecreëerd. Om de economische groei maar te laten voortgaan werd de rente op een te laag niveau gehouden en werd er te veel geld in omloop gebracht.

Die geldgroei is eerst in activa gaan zitten zoals aandelen, huizen en obligaties. Omdat de financiële markten en de vastgoedsector al langere tijd wegzakken is dit geld deels verdampt en deels wordt het inmiddels elders ingezet om te renderen. Zo gaat het onder meer in olie en grondstoffen zitten, waardoor het met een vertraging van jaren nu terugkomt in de prijzen van goederen en diensten, twee belangrijke componenten die de inflatie bepalen.

De rest van 2008 ziet er voor de belegger dus ook niet rooskleurig uit. Maar hij hoeft niet helemaal te wanhopen. De beurs voorspellen is altijd al lastig geweest en de afgelopen periode helemaal. Wie eind mei had gezegd dat de AEX binnen twee maanden rond de 415 punten zou staan, zou hoongelach ten deel zijn gevallen. De Amsterdamse index, toch een van de minder presterende indices dit jaar, stond toen namelijk op het punt door de 500-grens te breken.

Meer over de kredietcrisis op nrc.nl/kredietcrisis