Onderwijs, Cultuur, Wetenschap en Emancipatie

‘Het is toch raar als de minister-president vragen moet beantwoorden van een verslaggever die misschien wel twee of driemaal zo veel verdient als hij’.

Het aforisme kwam gisteren uit de mond van minister Plasterk die zoals bekend verantwoordelijk is voor o.a. Cultuur, Media en Onderwijs. Hij had natuurlijk eerst het bestuur van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten op staande voet moeten ontslaan, want dat heeft het in z’n kinnesinnekop gehaald om subsidie te weigeren aan de Theatercompagnie van Theu Boermans. Maar ik neem aan dat hij dat vanochtend alsnog heeft geregeld. Eerder in de week had hij z’n handen vol met het gereformeerde onderwijs in relatie tot de homofiele leerkracht, en met de media waar soms vijf ton wordt verdiend door presentatoren die straks Balkenende (een armoedzaaier van 169.000) weer moeten interviewen.

Misschien eigenlijk wel kenmerkend voor de bewindspersoon dat hij dat niet vindt kunnen. Ik had hem ook graag een toelichting horen geven, maar de verslaggever die op hem af was gestuurd klonk als tweemaal modaal, en dan zie je zich vaak een minder interessant gesprek ontwikkelen dan wanneer de vragensteller in z’n eigen Bugatti was komen voorrijden. Zelf heb ik ooit, net boven het minimumloon uitgekomen, een stille arme geïnterviewd voor wie het oude Algemeen Handelsblad nog kerstacties hield. De man die werkelijk geen nagel had om z’n gat te krabben, keek tegen me op als tegen een miljonair. Prachtig gesprek geworden.

Diep in hun hart blijven het bij de Partij van de Arbeid toch altijd allemaal keurige schijtlaarzen. Bos durft de toppers van het bedrijfsleven niet aan te pakken, Plasterk belooft het te zullen proberen bij de televisie – en wat is het resultaat? Dat er maatregelen komen die ertoe moeten leiden dat zakkenvullers als Pauw, Van Nieuwkerk, Knevel en Maalderink voortaan geen hoger salaris krijgen dan iets boven de Balkenendenorm. Iets boven? Wat krijgen we nou? De afspraak was toch: nooit méér dan de minister-president? Maar dat bedoel ik. De eeuwige tragiek van links: ze weten alles van het kapitalisme, maar tegen het reële kapitaal zullen ze nooit op kunnen.

Bijna simultaan speelde de minister in deze drukke dagen nog een lastige pot tegen de orthodoxe christenen van het bijzonder onderwijs, die van Onze-Lieve-Heer geen docenten ‘met een afwijkende seksuele gerichtheid’ mogen aannemen, en die nu in een (door Plasterk hogelijk gewaardeerde) stuurgroep de concessie hebben voorgesteld dat zulke stakkers zullen worden gedoogd, op voorwaarde dat ze het nooit zullen laten merken, en het zeker nooit zullen doen.

Dan zou je denken: daar heeft de altijd strijdbare minister van Onderwijs en Emancipatie geen genoegen mee genomen, en met de vuist op tafel aangekondigd dat hij nog vóór het zomerreces artikel 23 uit de grondwet zal schrappen. Maar nee hoor. De altijd schijtlaarzige Plasterk zei na afloop van het overleg dat hij twee winstpunten had gezien: dat homoseksualiteit door de stuurgroep niet was ontkend, en dat geen enkele christen meer dacht dat de ziekte kon worden genezen.

Potverdriedubbeltje, zeg! Plasterk is nog geen minister geworden, of de embryoselectie is er door, en homo’s hoeven niet meer gedwongen af te kicken van hun ziekelijke verslaving. Eén klein minpuntje moest de vooruitstrevende held in de reformatorische kring incasseren. Hij had betoogd dat niemand het recht heeft om een leerkracht te ontslaan die zou willen trouwen met iemand van hetzelfde geslacht. ‘Maar daar zijn we niet uitgekomen’, moest hij achteraf toegeven – zijn tweede aforisme in één week.

Media mislukt, onderwijs mislukt. Maar zodra hij dat Fonds voor de Podiumkunsten de laan uit heeft gestuurd, kan hij toch nog met opgeheven cultuurhoofd aan z’n vakantie beginnen.