Omdat de hitte van het debat een belediging rechtvaardigt

Er zijn goede argumenten om Wilders niet te vervolgen voor zijn soms grievende uitlatingen.

Maar waar ligt de grens van godsdienstkritiek dan wel?

Het mocht dus allemaal wel. Er zijn bij justitie ruim honderd aangiften gedaan wegens belediging, racisme en discriminatie door Geert Wilders, maar het Openbaar Ministerie vervolgt hem niet. De bezwaren richten zich hoofdzakelijk tegen de film Fitna en een opiniestuk van zijn hand in de Volkskrant. Daarin stelt hij de islam bijvoorbeeld gelijk aan fascisme.

Eén van de aangevers, de stichting Nederland Bekent Kleur kwam met zeven A4’tjes zorgvuldig verzamelde citaten uit kranten, websites en tijdschriften. Keurig onderverdeeld in ‘Xenofobie en haat zaaien’, ‘Discriminatie en racisme’ en ‘Belediging van bevolkingsgroepen’. Het Openbaar Ministerie, de instantie die namens de staat vervolging kan instellen, erkent dat de uitlatingen van Wilders zonder meer ‘kwetsend en grievend’ zijn voor moslims.

1Waarom vervolgt de staat dan niet?

Daar is meer voor nodig dan ‘even opzoeken in het wetboek of het kan’. In Nederland is de staat niet verplicht iedere inbreuk op de rechtsorde aan de kaak te stellen. Justitie mag een keus maken, op basis van eigen afwegingen. Een beslissing om te vervolgen is dan ook zuivere (rechts)politiek, overigens genomen door een onafhankelijk orgaan.

Een vervolging moet niet alleen juridisch haalbaar zijn, maar ook gewenst. Dit heet het opportuniteitsbeginsel. Daar horen ook andere dan juridische vragen bij. Hoe ernstig waren de gevolgen van een eventuele inbreuk op de rechtsorde helemaal? Past het wel in een democratie om een parlementariër te straffen vanwege zijn uitlatingen? Is een vervolging zinvol? Hoe wordt een vervolging door het publiek opgevat?

In veel andere landen wordt juist het legaliteitsbeginsel toegepast. Wie de wet daar overtreedt, wordt altijd vervolgd indien het feit bewijsbaar is. Praktisch is dát overigens weer onhaalbaar. Er is namelijk altijd te veel onwettig gedrag om allemaal te kunnen vervolgen. In ‘legaliteitslanden’ moeten autoriteiten ook kiezen. Ook daar wordt gefilterd. Meestal door de politie.

2Was het vervolgen van Wilders juridisch haalbaar?

Het Openbaar Ministerie zegt van niet. „Een aantal uitlatingen is weliswaar beledigend over moslims, maar die uitlatingen zijn gedaan binnen de context van het maatschappelijk debat”, zegt het OM. Volgens Europese standaardregels is grieven, schokken en kwetsen in debatten niet strafbaar. Zeker als het om politici gaat moet de staat oppassen met het uithangen van de zedenmeester. Het openbaar ministerie gebruikt deze ‘shock, offend and disturb’-toets van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Dit hof interpreteert de grondrechten voor alle 46 lidstaten van de Raad van Europa die het Europese Verdrag ‘tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden’ uit 1950 hebben getekend. Dit verdrag is rechtstreeks van toepassing op Nederland. Het gaat boven de grondwet, waar overigens vrijwel hetzelfde in staat.

In de praktijk werkt het zo. Politici (of andere burgers) die menen dat ze ten onrechte zijn veroordeeld vragen ‘Straatsburg’ om hun vonnis te toetsen aan het verdrag. Als hun bezwaren hout snijden dan is de lidstaat de volgende keer gedwongen zich aan die uitleg te houden.

Volgens het OM is een aantal uitlatingen van Wilders „weliswaar beledigend over moslims”, maar „van strafbaarheid wegens het aanzetten tot haat of discriminatie” zou geen sprake zijn. Justitie vindt ook dat Wilders weliswaar grievend sprak, maar niet ‘onnodig grievend’. Namelijk „niet meer grievend dan door de inhoud van het debat gerechtvaardigd is”. Dit is dus de kern: het debat liep zo hoog op dat Wilders zich van het OM zo mocht uitdrukken als hij deed.

Verder schond Wilders het discriminatieverbod niet. Tamelijk spitsvondig stelt het OM vast dat Wilders vooral kritiek op de islam heeft en niet op gelovigen in de islam. Niet op moslims persoonlijk dus. Dus is er geen discriminatie. Juridisch kun je namelijk geen geloof discrimineren, maar alleen personen.

En haat zaaien? Daarvoor maakt het parket hetzelfde onderscheid. Wilders bleef voldoende vaag. Het ging hem volgens Justitie niet om ‘de moslims’ maar om bezwaren tegen een geloof, de islam. En opruien tegen een geloof kwalificeert niet als haat zaaien, maar als godsdienstkritiek. Ook voor strafbaar haat zaaien moet je personen op het oog hebben.

3Is daarmee het laatste woord gezegd?

Nee, de aangevers kunnen in beroep gaan, bij het Gerechtshof, op basis van artikel 12 Wetboek van strafvordering. En dat hebben ze ook al aangegeven te zullen doen.

4Kan het Gerechtshof dan argumenten vinden om alsnog een vervolging te bevelen?

Er bestaat in Nederland wel degelijk een algemene zorgvuldigheidsnorm waar een publieke persoon binnen moet blijven bij het uiten van z’n mening. Egbert Dommering, emeritus hoogleraar Mediarecht, vatte die in het Nederlands Juristenblad onlangs zo samen. Het gaat om ‘time, place and manner’. Oftewel je moet „je snelheid aanpassen aan gevaarlijke omstandigheden”. Net als in het wegverkeer. Een zorgplicht: terughoudendheid en matiging dus.

Volgens de Europese regels mag een verdragsland wettelijke beperkingen opleggen aan de vrijheid van meningsuiting ter bescherming „van de goede zeden of de openbare veiligheid”. Die beperkingen moeten wel „noodzakelijk zijn in een democratische rechtsorde”.

Lidstaten krijgen met nadruk een ‘eigen beoordelingsmarge’. Zij mogen tot op grote hoogte zelf weten in hoeverre godsdienstige gevoelens in hun lidstaat beschermd mogen worden.

5Waar liggen de grenzen aan godsdienstkritiek dan? En zijn die in dit geval dan misschien tóch overschreden?

Eerder deze maand liet een vooraanstaande mensenrechtendeskundige in het blad van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten doorschemeren dat dit laatste inderdaad het geval zou kunnen zijn. Hoogleraar Rick Lawson van de Leidse Universiteit analyseerde een hele reeks recente uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in een artikel onder de titel ‘Wild, Wilder, Wildst’. Zijn conclusie: ‘Straatsburg’ laat aanzienlijk meer ruimte voor vervolging van politici die de islam fascistisch vinden dan vaak wordt aangenomen. Die ruimte wordt de laatste jaren bovendien groter. Hij komt met de volgende conclusies:

1. De ruimte om een politicus te vervolgen is niet zo groot.

2. Maar juist politici kunnen worden aangesproken voor zover hun uitspraken maatschappelijke onrust teweegbrachten.

3. Juist politici hebben een verant-woordelijkheid zich te onthouden van uitspraken die tot intolerantie kunnen aanzetten. Dat geldt zeker als de spreker z’n uitlatingen kon voorbereiden. Dus er niet zomaar wat uitflapte tijdens een live uitzending.

4. Vergelijkingen met fascisme en nazisme zijn uitzonderlijk kwetsend. Veroordelingen zijn dan eerder gerechtvaardigd.

6Zijn daar voorbeelden bij te vinden?

Zeker. En dat maakte de analyse van Lawson ook zo opvallend. (Lees bijvoorbeeld het commentaar van strafrechthoogleraar Ybo Buruma in een recente aflevering van het juridisch expertblog op nrc.nl.)

Neem de zaak van de Turkse uitgever die in Straatsburg klaagde over zijn veroordeling wegens publicatie van een boek waarin de Profeet werd beledigd. Hij kreeg geen gelijk. Volgens de Europese rechters was er voor het Turkse Openbaar Ministerie een voldoende ‘dringende sociale noodzaak’ om op te treden tegen de volgende passage: „De boodschapper van God onderbrak zijn vasten door gemeenschap te hebben, na de avondmaaltijd en voor het gebed. Mohammed heeft sex met overledene of dieren niet verboden”. Dit vonden de Europese rechters zo schokkend voor moslims dat de Turkse justitie daartegen inderdaad mocht optreden.

Of neem de zaak Erbakan uit 2006. Daarin zegt het Hof dat juist van politici mag worden verwacht dat zij zich in het openbaar onthouden van uitspraken die tot intolerantie kunnen leiden.

In de Britse zaak Norwood klaagde een actief lid van de radicale anti-vreemdelingenpartij British National Party over een boete van 300 pond die hem was opgelegd. Hij had voor zijn raam een poster opgehangen, waarop de brandende Twin Towers waren afgebeeld en de tekst Islam out of Britain – Protect the British People. Het Hof had geen problemen met de boete voor deze politicus. „Zo’n algemene, heftige aanval op een religieuze groep, waarbij de groep als geheel met een ernstige vorm van terrorisme wordt verbonden, is niet in overeenstemming met de waarden die worden gegarandeerd door het Verdrag, met name tolerantie, sociale vrede en non-discriminatie.”

Anderzijds, Turkije en het Verenigd Koninkrijk zijn geen Nederland. De ‘marge’ die de overheid heeft om eigen grenzen te trekken is en blijft plaatselijk maatwerk. Straatsburg heeft nooit een harde Europese richtlijn willen formuleren voor het type beledigingen waarvoor een politicus in al die verdragslanden altijd onbestraft moet blijven. Er zijn ook aanwijzingen dat Straatsburg goed kijkt naar de hoogte van de straf. Een niet al te hoge, symbolische boete aan Wilders opleggen zou best weleens goed gevonden kunnen worden.

Lees het commentaar: pagina 15

Meer over Wilders en Fitna via nrc.nl/wilders