Kwart van basisscholen in A’dam is te zwart of te wit

Van de basisscholen in Amsterdam is bijna een kwart te zwart of te wit. Onder de te witte basisscholen zijn relatief veel Montessori-scholen.

Dit blijkt uit onderzoek van de Amsterdamse Dienst Onderzoek en Statistiek (O&S) onder de 203 basisscholen met meer dan honderd leerlingen. Daarvan zijn er 29 te zwart in vergelijking met de buurt waar ze staan, en 17 te wit. Eenderde van de te witte scholen biedt Montessori-onderwijs.

De gemeente Amsterdam heeft vorig jaar met de stadsdelen en de scholen het convenant Kleurrijke Scholen afgesloten. Daarin is afgesproken dat de populatie op de basisscholen een afspiegeling van de buurt moet zijn. Amsterdam vindt dit belangrijk voor de „sociale cohesie in de multiculturele stad”.

Volgens het O&S-rapport is er „in het Amsterdamse basisonderwijs sprake van segregatie”. Van de ruim 60.000 Amsterdamse scholieren zit 43 procent op een school die geen afspiegeling is van de buurt. Het totale aantal te zwarte of te witte scholen stijgt.

De omvang van de stijging is niet exact vast te stellen, doordat in eerdere onderzoeken andere criteria werden gebruikt. In dit onderzoek is een school te wit of te zwart als de populatie 20 procent witter of zwarter is dan de bevolkingssamenstelling in de buurt.

Een oorzaak van de segregatie is dat ouders van leerlingen voor wittere scholen kiezen. 40 procent van de autochtone kinderen blijkt naar een school te gaan die verder ligt en witter is dan de drie dichtstbijzijnde scholen. Die keuze komt vooral vaak voor in het Montessori-onderwijs, schrijven de onderzoekers zonder nadere verklaring.

De gebrekkige afspiegeling is het meest zichtbaar in de buurten die grenzen aan het centrum. Door de stadsvernieuwing zijn daar de afgelopen jaren veel witte gezinnen komen wonen.