Koninklijke kosten

De integriteit van het Koninklijk Huis moet boven iedere twijfel verheven zijn. Dit klemt te meer vanwege de anachronistische constitutionele omgeving waarbinnen het erfelijke Nederlandse staatshoofd functioneert: de Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk. Dat laadt een zware verplichting op de schouders van de leden van het kabinet om te voorkomen dat er vragen rijzen over de financiële huishouding van het staatshoofd. Die verplichting rust inmiddels meer specifiek ook op de minister-president.

Maar daarin is Balkenende de afgelopen jaren tekortgeschoten. Steeds opnieuw was er ophef door onduidelijke toestanden rond onkosten in verband met het koninklijke jacht de Groene Draeck, rond kosten van vliegreizen door leden van de koninklijke familie of door een kostenoverschrijding van ongeveer zes ton. De goede naam van het Koninklijk Huis, het vertrouwen in het instituut van het koningschap, is geschaad. Uiteindelijk mengde ook koningin Beatrix zelf zich vorige week in de discussie. Ook zij wilde snel opheldering. Dat was een niet mis te verstaan signaal. Onduidelijk is of er een causaal verband is met de onvrede van de vorstin, feit is dat de Tweede Kamer gisteravond akkoord ging met een regeling die een einde moet maken aan de ondoorzichtige wijze waarop de kosten voor het Koninklijk Huis worden gefinancierd. Dat is goed, want de burger heeft er recht op te weten wat de kosten zijn die samenhangen met de vigerende staatsvorm.

Het buzzword is nu ‘transparantie’. Op de Tweede Kamer rust de taak te blijven controleren of de koninklijke schatkist ook echt doorzichtig wordt. Want behalve duidelijke kostenposten voor – huiselijk gezegd – salarissen en dienstwoningen, zijn er tal van bijkomende kosten. De wettelijke regeling zorgt er nu in elk geval voor dat deze „zoveel mogelijk” in één begrotingspost bij elkaar komen en dat de koninklijke declaratiebonnetjes via het bureau van de minister-president op Algemene Zaken gaan. Overigens: er dient voor te worden gewaakt dat die twee woordjes ‘zoveel mogelijk’ veel geld gaan kosten. Er moet worden gestreefd naar een zakelijke omgang met het staatshoofd.

Het valt premier Balkenende aan te rekenen dat hij lange tijd achter de verantwoordelijkheid van andere ministers is weggedoken. Hij heeft eerder ontkend dat er onwil was bij het kabinet om de Tweede Kamer juist en volledig te informeren over de kosten van het Koninklijk Huis. Maar als dat zo is, was het ontbreken van die informatie dus toe te schrijven aan geklungel – of erger.

Balkenende onderkende vorige maand in antwoord op Kamervragen dat de minister-president in toenemende mate verantwoordelijk is voor het functioneren van het „stelsel van het koningsschap”. Ruim een maand geleden stuurde hij het gewijzigd ‘financieel statuut Koninklijk Huis’ voor advies naar de Raad van State. Dat nu dus de Kamer reeds is gepasseerd. Balkenende neemt nu wel zijn verantwoordelijkheid in financiële zin en verdient daarvoor lof.