Een luisterend oor zonder vooroordelen

Hij ging door Amsterdam als een eigentijdse dorpspastoor. Pater Jan van Kilsdonk, een luis in de pels van de katholieke kerk en toegewijd pastor voor studenten en aidspatiënten.

Herman Amelink

Tegen het middernachtelijk uur kon hij de studentensociëteit binnenkomen, ogenschijnlijk schoorvoetend en met verdwaalde ogen achter sterke brilleglazen. Maar zelden stond pater Van Kilsdonk lang alleen. Altijd was er wel iemand die zich door hem liet aanspreken of die hem een glas aanbood. Soms bleef het bij dat incidentele contact. Vaak resulteerde een gesprek in een briefje of een kaart van zijn kant. Met duizenden heeft hij in de loop der jaren contact gehouden. Zorgvuldigheid kenmerkte zijn pastorale werk.

Decennialang behoorde pater Jan van Kilsdonk, die in de nacht van maandag op dinsdag op 91-jarige leeftijd overleed, tot het Amsterdamse straatbeeld, als pastor voor studenten en later aidspatiënten. Decennialang ook representant van een kerk waarop hij veel kritiek had, maar waarvoor hij zich het vuur uit de sloffen liep. „De toestand [van de kerk] is hopeloos, maar niet ernstig”, zei hij in 1973 tegen dagblad Trouw. „Deze ambtelijke kerk met haar structuren is eigenlijk een marginaal gebeuren geworden en gaat langs het hart en het lief en leed van de werkelijk levende mensen heen.” Maar hij bleef rondgaan door Amsterdam als een eigentijdse dorpspastoor. Kardinaal Alfrink moet over hem gezegd hebben: „Ik ben blij dat we een Van Kilsdonk hebben, ik ben ook blij dat we er maar één hebben.”

Jan van Kilsdonk werd op 19 maart 1917 geboren in een molenaarsgezin in het dorpje Zeeland (N-B). Hij raakte al vroeg geboeid door het monnikenleven in zijn omgeving, maar trad op 17-jarige leeftijd toe tot de Orde der Jezuïeten. Tegenover het blad van de Amsterdamse Dominicusgemeente legde hij later uit dat hij hoofdpijn kreeg van het gregoriaans zingen bij andere ordes en daarom voor de Jezuïeten had gekozen. In 1945 werd hij in de St. Servaas in Maastricht tot priester gewijd. Zijn eerste opdracht na de Tweede Wereldoorlog was het werk onder politieke gevangenen. Hij woonde in het kamp Vught, waar 15.000 NSB’ers en andere mensen geïnterneerd waren die tijdens de Tweede Wereldoorlog fout waren.

In 1947 werd pater Van Kilsdonk naar Amsterdam gestuurd om godsdienstleraar te worden aan het Ignatius College. Hij onderscheidde zich van andere godsdienstdocenten, schreef Kees Fens in 1996 in de Volkskrant: „Hij luisterde naar je, stelde je zelfs vragen. Je bestond voor hem.” Ook daar toonde hij zich een echte pastor. Fens: „Op 7 juni 1948 ’s avonds werd er bij mij gebeld, ik was alleen thuis. Het was in de tijd tussen eindexamen en uitslag. Hij mocht natuurlijk niet zeggen, maar wat hij moest verzwijgen was duidelijk: alles was in orde. En hij vertrok op een oude fiets, naar andere jongens van de klas.”

In 1957 werd hij studentenpastor. Hij beoefende zijn pastoraat vooral ’s avonds en ’s nachts. Hij trok langs studentenflats, mensae en sociëteiten. Wat zijn pastoraat inhield? „Niets anders zijn dan oor zonder onrust of normatieve instelling, maar een oor dat zijn wortels heeft in zijn hart. Studenten praten tegen mij, juichend of schreiend, als tegen de geheel andere.” Na zijn emeritaat zette hij zijn activiteiten vooral voort onder aidsslachtoffers. Voor zijn steun aan homo’s en lesbiennes kreeg hij in 1994 van het COC, de vereniging tot integratie van homoseksualiteit, de Bob Angelo-penning.

Zijn kritiek op de kerk verstopte hij nooit. Al in 1962 hekelde hij de blinde gehoorzaamheid die de kerk van de gelovigen eiste en in 1998 zette hij nog in een preek in de Dominicuskerk zijn vraagtekens bij het verplichte celibaat voor katholieke priesters. Maar neiging om medestanders naar de mond te praten, had hij niet. In het blad van de Dominicuskerk hekelde hij het gebrek aan studiezin en theologische diepgang bij de voorgangers in deze inmiddels oecumenische gemeenschap. „De fundamentele geloofsvragen worden vermeden. Over de doop heb ik nooit een redelijke preek gehoord en datzelfde geldt voor de eucharistie.” Zelf bleef hij altijd tijd vrijmaken voor studie, waarbij hij vooral belangstelling had voor de ‘ketters’ uit de vroeg-christelijke tijd.

Van Kilsdonk heeft bij leven al een borstbeeld gekregen. Het werd door hemzelf onthuld op 6 oktober 2006 in zijn geboorteplaats Zeeland op het Van Kilsdonkplein, dat niet naar hem, maar naar zijn plaatselijk prominente voorgeslacht is genoemd.