De hoop vervliegt in wankel Guinee

President Conté van Guinee ontsloeg zonder opgaaf van reden premier Kouyaté. Diens benoeming was vorig jaar juist een concessie aan de verarmde bevolking. Guinee is terug bij af.

Alweer een nieuwe premier, de vierde in vijf jaar. En alweer een nieuw kabinet. De hoop op verandering in Guinee, een van de meest wankele landen van West-Afrika, is vervlogen. Het enige waar de Guineeërs zich dit keer over verbazen is het grote aantal ministersposten. Vorige maand werd in het verpauperde land een nieuw kabinet benoemd van maar liefst 34 ministers, twaalf meer dan in de vorige regering. Als je optelt, schreven de lokale kranten, hoeveel dat kost aan ‘installatiekosten’ voor de nieuwe ministers, kom je uit op het jaarbudget van het ministerie van Justitie. Guinee is terug bij af.

Met het plotselinge ontslag van premier Lansana Kouyaté, zonder opgaaf van reden, liet de 73-jarige president Lansana Conté vorige maand zien wie de sterkste is. De benoeming van beroepsdiplomaat Kouyaté als hoofd van de regering was een concessie die de vakbonden vorig jaar hadden afgedwongen na een wekenlange algemene staking uit protest tegen de bittere armoe waarin de bevolking leeft.

De staking vorig jaar liep uit op een massademonstratie tegen het regime van Conté, een unicum in de geschiedenis van het voormalige socialistische land. In het verarmde, geïsoleerde Guinee wordt alles bepaald door de president. Dat was zo onder de paranoïde dictator Sekou Touré, die het land 24 jaar bestuurde, en dat is zo onder Conté, die volgend jaar ook 24 jaar aan de macht is. Dankzij de vakbonden kreeg premier Kouyaté meer zeggenschap dan zijn voorgangers. Maar net als zijn voorgangers was hij niet bestand tegen de koppige, autocratische Conté, die doet waar hij zin in heeft.

De lauwe reactie van de vakbondsleiders op het ontslag van Kouyaté vorige maand onderstreepte dat zij hun vertrouwen in de premier al hadden verloren. Ook de bevolking was teleurgesteld in Kouyaté, die de inflatie wist te beteugelen maar verder niet in staat leek verbetering te brengen. De belofte om de hoofdstad Conakry eindelijk van stroom te voorzien, werd niet waargemaakt, evenmin als de toezegging het waternet te herstellen. Kouyaté liet wel onderzoek doen naar corruptie en legde een lijst aan van politici die overheidsgeld achterover hebben gedrukt. Dit onderzoek heeft hem waarschijnlijk de kop gekost. De naam van zijn opvolger, Ahmed Tidiane Souaré, staat op die lijst. Souaré is een vriendje van president Conté.

De ene crisis werd gevolgd door de andere. Daags na het ontslag van Kouyaté brak in legerkazernes overal in het land muiterij uit. Jonge militairen eisten de uitbetaling van achterstallige soldij, die hun beloofd zou zijn door premier Kouyaté. Ze sloten de vicestafchef van het leger op, schoten in de lucht en zaaiden paniek in Conakry. Ook eisten ze het ontslag van de minister van Defensie, Mamadou Bailo Diallo. Sommige opstandelingen gingen nog verder door het vertrek van de voltallige top van het leger, de luchtvaart en de marine te eisen. Weg met de oude garde, de beurt is aan ons, was de leus. Zeker zes burgers kwamen om door verdwaalde kogels, tientallen anderen raakten gewond.

De opstand maakte eens te meer duidelijk dat het Guinese leger verdeeld is tussen een bovenlaag van topofficieren van de generatie-Conté en een grote groep onderofficieren en gewone soldaten die vergeefs wacht tot er bovenin de hiërarchie een plaats vrijkomt. Sommige generaals zitten sinds de koloniale tijd in het leger en zijn niet van plan hun bevoorrechte positie op te geven. Anderen hielpen Conté aan de macht in 1984 en maken deel uit van de kleine kring vertrouwelingen van de zieke, aan ernstige diabetes lijdende president. Mocht Conté plotseling overlijden, zoals al jaren wordt voorspeld, dan is een militaire machtsovername een voor de hand liggend scenario, waarschuwde de denktank International Crisis Group vorige week.

Naast de kloof tussen oud en jong loopt door het leger een tweede breuklijn, van etnische aard. De middenlaag is hoofdzakelijk Sosso, de stam van de president. De soldaten die onderaan de ladder bungelen niet.

Toch blijft het leger Contés belangrijkste steunpilaar, zeker de rode baretten van de presidentiële garde die aangevoerd worden door zijn zoon Ousmane. De haast waarmee Souaré, de nieuwe premier, tegemoetkwam aan de eisen van de muiters illustreert dat. Souaré stuurde de minister van Defensie de laan uit en betaalde de militairen ieder omgerekend 1.100 dollar aan achterstallig soldij.

Eind vorige maand kwam daar nog een massapromotie bij. Als kers op de taart kregen alle gewone militairen, van de korporaals tot de hogere onderofficieren, een hogere rang. Een gevaarlijk precedent, zo bleek toen de politie het ook ineens nodig vond om in de lucht te schieten, de baas te gijzelen en onbetaalde salarissen te claimen. De presidentiële garde kwam meteen in actie. Militairen plunderden de politiekazerne. Tijdens de schermutselingen tussen leger en politie, die twee dagen duurden, vielen officieel drie doden, maar volgens ooggetuigen in Conakry rond de twintig.

Een jaar geleden sloegen de militairen ook aan het muiten. Ook toen leidde dat tot het vertrek van de minister van Defensie. Maar sterker nog dan vorig jaar wakkert inflatie nu de onrust aan. Konden militairen tot voor kort rijst kopen met subsidie, tegenwoordig moeten ze voor 50 kilo bijna hetzelfde betalen als de gewone bevolking, omgerekend zo’n 35 euro.